British Rail

De laatste keer dat ik in Engeland de trein had genomen was in 1961, Liverpool Station. Naar Harwich. Een roestig negentiende-eeuws gebouw waar ik nog door de stationchef zelf naar de trein gebracht ben. Ik was, terug in 1996, dan ook verbaasd te zien wat een mooi station ze er van gemaakt hebben. De archeologie van het donkergroen geverfde ijzer ging kunstig op in het oranje, paars en zilver van de hedendaagse rationaliteit: vertrek- en zelfs aankomsttijden van de treinen waren duidelijk aangegeven. De perrons waren levensgroot genummerd. Niemand hoefde mij meer naar mijn trein te brengen. Ook het kopen van een kaartje was doodgemakkelijk.

Ik stapte in de trein naar Cambridge. We reden meteen weg. Het was een stoptrein, met hier en daar een passagier. Ik genoot van de reis. Het had gesneeuwd en naarmate we noordelijker kwamen, lag er meer sneeuw, op elk dor blad een handjevol. Het landschap golfde. De zon scheen en de schaduw die hij maakte, in de trein, liet zien dat we een omweg namen. Om al die plaatsjes aan te doen.

Het was een vrij nieuwe trein, zonder tussendeuren. Een beetje als een tram. De dag ervoor was ik naar het Museum of Science geweest, waar ik mij had staan vergapen aan de 'eerste locomotief', aan de 'eerste stoommachine' - die diende als pomp om steenkool uit de grond naar de oppervlakte te tillen. De Engelsen zijn een volk van uitvinders, maar in het bijzonder zijn ze de uitvinder van deze prachtige, zichzelf op wielen voortbewegende stoomketel die locomotief heet. De rails hebben ze ook uitgevonden: lange ijzeren tegels, met haken aan elkaar gelegd. Ook stond er, in dat prachtige museum, de oudste Engelse auto. Van Duitse makelij. En ik las een lang verhaal, dat ik overigens wel kende: waarom de Engelsen de auto niet uitgevonden hebben. Een mooi voorbeeld van de wet van de remmende voorsprong. Nee, niet omdat ze de trein al hadden. Maar omdat het ze niet was toegestaan te experimenteren met het vluchtige, levensgevaarlijke spul dat wij nu benzine noemen. Ze hadden al een wet die dat verbood. Die had Duitsland nog niet en daardoor zijn het de Duitsers geweest die de explosiemotor hebben uitgevonden, op de hielen gezeten door de Fransen. (Het collectivum wordt mij telkens ingegeven door een aangeboren bewondering voor nationaliteiten, zodra men maar iets bijzonders verricht heeft. Zo hebben de Amerikanen het vliegtuig uitgevonden. Alle Amerikanen. Niet één uitgezonderd.) Cambridge is een vriendelijk, laaggebouwd universiteitsstadje. Ik bezocht de gebouwen van het Trinity College, want daar was ik voor gekomen. Ik dacht aan Newton, Maxwell, Russell, Wittgenstein, de helden van mijn geest en stelde me voor hoe ze daar gelopen hebben, en gesproken. Ik zag een rolstoel langs de sneeuwrand suizen, maar het was niet Hawking die er in zat. De bekende fontein bood een arctisch aanzicht, die was bevroren en knuisten blazend ging ik terug naar de enige winkelstraat.

Met een tasje boeken stond ik een uurtje later op het perron. De trein uit Londen kwam eraan glijden, dezelfde trein als waar ik 's morgens mee gekomen was - dat pendelde wat heen en weer. We stapten in, we reden weg. Na drie minuten stonden we stil, om vervolgens weer naar het station te worden teruggereden. Daar stapten we uit, om vervolgens op uitnodiging van de stationchef in een andere trein te stappen. Ging ook naar Londen. Tenzij we de sneltrein prefereerden. Ik prefereerde de sneltrein, voor de verandering, en was de enige. De stoptrein vertrok en ik wachtte op de sneltrein, die na een dik uur arriveerde. Een kleine vierkante locomotief en één vierkante wagon. Zo'n speelgoedtreintje kende ik alleen nog van het NS-kwartetspel van voor de oorlog: de eerste motortrein. Ik dacht dat ze me in de maling namen, en was blij dat ik achter het glas wat gezichten zag.

Het was een houten trein, van binnen. De volgende feiten zou ik hebben kunnen opsturen naar het Guinness Book of Records, met de tijden erbij. Ik had eerst niets in de gaten. De trein ratelde als een gek, ik dacht dat het door al die losse planken kwam, de banken waren van gelakte latten, maar toen ik naar buiten keek, besefte ik pas wat een waanzinnige vaart het rijtuig ontwikkeld had. Eén wagon, dan kun je hard, dat is waar. De tunnel waar we op af scheurden deelde zich mee door een fikse klap op je oren. Vanwege de luchtdruk. Maar toen we eruit schoten, toen pas zette hij echt de sokken erin. Als een kogel naar Londen. Er lag geen sneeuw, dit moest wel een ander deel van de wereld zijn. Je zou, vanwege het type trein, kunnen denken aan een versnelde film, uit 1920. Charley Chaplin. We kregen nog een tweede tunnel voor de kiezen en volgens mij was er ook geen dienstregeling. Reed gewoon door alles heen.

Alle lichten stonden op groen, dat was wel in orde. Liverpool Station naderend gingen we over op stapvoets, wat nog altijd een stuk sneller was dan de stoptrein uit Cambridge die gelijk met ons binnenkwam.

Bang was ik niet geweest. Engelsen weten hoe ze met een trein om moeten gaan. Ik keek nog 's om, naar het kleine monster. Nauwelijks groter dan een lorry.

De bedelaar bij de uitgang, op de grond, kreeg een pound van me. Per slot, als de Engelsen de trein hebben uitgevonden, hoort hij daar bij.

    • Gerrit Krol