Arme vogels

Wat hartveroverend leek het artikel ('Dikke roofvogels', 9 februari), over hulp aan vogels in strenge winters voor “wie zijn hart wil laten spreken”, aldus schrijfster Marion de Boo.

“Je hart krimpt als je nu de vogels ziet.” Zo gevoelig begon het. Maar het venijn zat in het staartje want de laatste alinea luidde: “Voor de hongerige uilen is er uiteraard de muizenhaard. In een stil hoekje achterin de tuin legt u, afgedekt tegen de regen, een bergje stro neer. Regelmatig een handje graan erbij en de muizen verschijnen vanzelf. 's Avonds in het schemerdonker vliegen dan bos- en ransuilen, steenuilen en kerkuiltjes af en aan.”

Enkele dagen later las ik een artikel met als kop: 'Effectieve behandeling van multipele sclerose bij muizen.' Een argeloze koppenlezer zou wellicht kunnen denken 'wat fijn voor die muizen!'. Maar het ging natuurlijk over muizen die als proefdieren waren gebruikt om kennis te vergaren over multiple sclerose. Nu ben ik geen tegenstander van zorgvuldig en beperkt gebruik van proefdieren in de wetenschap. Maar om nu muizen te fokken als levend voer voor roofvogels, gaat mij wat al te ver. (Zeker als die roofvogels niet op het punt van uitsterven staan.) Muizen hebben het al moeilijk genoeg. Ik wed dat ze als proefdier nog vaker dan kikkers, marmotten, ratten, konijnen en aapjes het slachtoffer zijn.

    • Marten John