Zusterliefde nieuwe krachtbron

Het is bijna een jaar geleden dat handboogschutter Christel Verstegen zwaar gewond raakte toen ze in de door haar broer bestuurde auto werd aangereden. Erwin Verstegen, ook een topschutter, was op slag dood. Ondanks al het leed wist zijn zus zich voor de Olympische Spelen te kwalificeren. Toch is er nog twijfel of ze in Atlanta verschijnt.

Ze waren onafscheidelijk. Hij was haar grote voorbeeld. Samen deden ze mee aan de Olympische Spelen in Barcelona. En ze wilden ook weer samen naar Atlanta om daar hun prestaties van 1992 te verbeteren. De dood van Erwin Verstegen doorkruiste abrupt de plannen. “Maar ik ga nu ook voor hem”, zegt zijn zus Christel. Onze droom.

Ze waant haar grote broer tijdens de wedstrijden in de buurt. “Hij was er altijd als ik schoot. En nu houd ik me voor dat hij nog steeds achter me zit.” Ze schiet met een boog die gedeeltelijk door haar broer is ontworpen. Ook dat geeft haar inspiratie. “Als hij niet zelf schoot, was hij aan het ontwerpen. Uren was hij ermee bezig.”

Geen moment dacht ze na die zwarte zondagochtend in maart aan stoppen. Carry van Gool, assistent-bondscoach, weet nog dat ze Christel Verstegen een week na het ongeluk in het ziekenhuis bezocht. “Ze zat helemaal in het ijzer en kon nauwelijks praten, maar toch had ze het alweer over schieten. Ze maakte zich zorgen dat ze de eerste kwalificatiewedstrijd niet zou kunnen halen. Dat was héél bijzonder.”

“Je kan zo'n ongeluk tegen je laten werken, maar ik haalde er juist kracht uit”, aldus Christel Verstegen. Bondscoach Reinier Groenendijk, tevens psycholoog, stelt dat de sport “hèt houvast” is voor de 22-jarige studente uit Boekel. Dat geldt ook voor haar moeder. Een paar maanden voor de dood van haar zoon was haar man overleden. Groenendijk: “Boogschieten heeft altijd centraal gestaan in het leven van het hele gezin. En dat is nu nog het geval. Het draait om de belofte aan Erwin. De droom van Christel en Erwin. Alles was gericht op de Olympische Spelen. Dat is toch fijn? Anders was hun leven zonder doel geweest.”

Christel Verstegen lag op die fatale 5 maart flink in de kreukels. Ze had een gebroken bekken, een gebroken neus, twee gebroken kaken en tot overmaat van ramp was ook haar voor het handboogschieten zo belangrijke 'trekarm' gebroken. En die bleek na verloop van tijd verkeerd aan elkaar te zijn gegroeid. Dus moest de arm opnieuw worden gebroken. Het betekende voor Verstegen, die twee maanden op bed lag, een extra oponthoud van zeven à acht weken. Op 27 juni, ruim drieënhalve maand na het ongeval, kon ze pas weer voor het eerst op fatsoenlijke wijze een boog vasthouden.

In het begin mocht Verstegen per dag niet meer dan acht pijlen afvuren. “Ze moest helemaal opnieuw beginnen”, vertelt Groenendijk, die nauw betrokken was bij de revalidatie van de Brabantse schutter. “We hebben van de nood een deugd gemaakt en zijn meteen aan de mindere aspecten van haar techniek gaan werken.”

Nog geen vijf weken na haar eerste trainingsdag begon het WK in Jakarta, tevens het olympische kwalificatietoernooi. Verstegen leek kansloos om daar te kunnen en mogen deelnemen. Toch lukte het haar, met behulp van coach en de Nederlandse Handboog Bond die dankzij een punt in een oud reglement voor haar een plaats in het team konden inruimen. Verstegen bewees het vertrouwen waard te zijn, versloeg, met een boog van haar broer, in rechtstreekse duels twee hoger geplaatste tegenstanders en bemachtigde met haar zestiende plaats een olympisch startbewijs.

Het was een emotioneel moment. Bondscoach Groenendijk schiet vol als hij er aan terugdenkt. “Ik wist dat ze de kracht had.” Verstegen: “Ik heb in Jakarta veel aan Erwin gedacht. Dat heeft me geholpen. Het draait bij ons om drie punten, conditie, techniek en het mentale gedeelte. Mijn conditie was natuurlijk helemaal nog niet op peil, maar dat heb ik op het mentale vlak kunnen compenseren.”

Toch zijn Verstegen en de twee andere geplaatste Nederlandse deelnemers, Loedmilla Arzjannikova en Henk Vogels, er nog niet helemaal zeker van dat ze aan de Olympische Spelen mogen meedoen. In november zorgde NOC*NSF voor een onaangename verrassing door pittige eisen te koppelen aan het tonen van vormbehoud. De gekwalificeerden moeten in één van de drie aangewezen wedstrijden een plaats bij de eerste twaalf behalen. “Het is geen reële eis. Hij is bijna net zo zwaar als de olympische kwalificatie zelf”, stelt Verstegen.

Voor haar betekent het een ware kwelling en een loodzware extra belasting. Want het is onze droom. Maar het NOC wilde voor Verstegen blijkbaar geen uitzondering maken. Coach Groenendijk probeert zijn verontwaardiging te verbergen, maar dat lukt slechts ten dele. Hij zou, zegt hij, voor zijn baan als bondscoach hebben bedankt als hij vantevoren van de eisen voor vormbehoud op de hoogte was geweest. “Ik vraag me af of we de Olympische Spelen wel halen”, is zijn sombere perspectief.

Hij kan het met name aan Christel Verstegen duidelijk merken dat ze er mee in de maag zit dat ze zich nóg een keer moet bewijzen. “Ze is het spoor bijster. Ze schiet voorzichtig en je moet juist risico's nemen. Je moet die pijl toch echt een keer laten gaan. Ze is aan twijfelen geslagen, denkt te veel na. En in deze sport moet je dat niet doen. Het schieten moet automatisch gaan. Je moet de stilte in jezelf hebben. Het is een concentratiesport. Ik weet niet of de mensen dat beseffen. Het is heel wat anders dan een sport waar conditie één van de belangrijkste aspecten is. Als we kracht te kort komen, nemen we gewoon een lichtere boog. Wij kijken niet hoe hard de pijl gaat. Als hij maar zuiver is.”

Groenendijk zal in de komende weken veel trainen én praten met Christel Verstegen. “Ik moet er van alle zijpaden moeten afhouden. De druk en chaos moeten weg.” Verstegen is zich aan het voorbereiden op de eerste wedstrijd waar ze haar vormbehoud kan tonen, het pré-olympisch toernooi in Atlanta in april. Dat betekende dat ze eerder dan anders aan de buitentraining moest beginnen. En daar is het eigenlijk te koud voor. “Achter het huis bij mijn vriend hebben ze een baan waar je van binnen naar buiten kan schieten. Daar sta je dus onder een afdakje. Toch houd je dat ook maar een uurtje vol. Daarna ben je in en in koud.”

Bij het Europees kampioenschap indoor - volgens bondscoach Groenendijk niet meer dan een “leermoment” op weg naar de Olympische Spelen - maakte Christel Verstegen een goede indruk in het individuele toernooi. In de afsluitende landenwedstrijd, gisteren, ging het weer mis. “Ze schoot ver beneden haar kunnen”, concludeerde Groenendijk. Nederland verloor met één punt verschil van Duitsland en Verstegen besefte dat het haar schuld was. “Ik ben even weg”, kondigde ze na afloop in het Belgische Mol aan en ze vertrok uit de sporthal. “Ik wilde even met mezelf bezig zijn”, vertelde ze later.

Er bleek een gegronde reden voor haar slechte presteren te zijn. Ze maakte zich zorgen om haar vriend die had aangekondigd te komen kijken, maar tijdens de wedstrijd nog niet was gearriveerd. “Zo was ik vroeger niet. Maar na het ongeluk heb ik dat. Ik weet wat er met een auto kan gebeuren.” Het was bovendien zondagmorgen.

    • Hans Klippus