Willem & Lodewijk Dieben over Lou Bandy & Willy Derby

'Van wandluis tot landhuis', over Lou Bandy en Willy Derby, met foto's, bladmuziek, grammofoonplaten en filmopnamen. Volksbuurtmuseum, Hobbemastraat 120, Den Haag; t/m 16/6.

“Willy was een artiest van formaat, die van zijn vak hield. Hij was een goed mens, een meelevend vriend, die in het leven velen tot steun is geweest. Op het gebied van zijn kunst heeft Willy Derby een reserve achtergelaten, waaruit ik in mijn loopbaan zal putten. Steeds zal ik mij afvragen: hoe zou Willy het gedaan hebben, opdat zijn artistieke gaven voor het nageslacht bewaard zullen blijven.”

Zo sprak de zanger, conférencier en revue-komiek Lou Bandy, volgens een vergeeld kranteknipsel, aan het graf van zijn collega Willy Derby die aan een hartaanval was overleden. Willy Derby (1886-1944) en Lou Bandy (1890-1959), aan wie vanaf morgen in het Volksbuurtmuseum in Den Haag een tentoonstelling is gewijd, waren broers. Maar in hun carrière werden de familiebanden vaak overschaduwd door naijver.

Willy Derby is vooral bekend gebleven door sentimentele gezangen met een snik in de stem (Scheiden doet lijden, Hallo... Bandoeng, Aan de muur van het oude kerkhof) en Lou Bandy door zijn nasaal gezongen meezingliedjes (Zoek de zon op, Schep vreugde in 't leven), maar Derby wilde ook wel eens iets vrolijks en Bandy iets gevoeligs. Ze waren dan ook jaloers op elkanders succesrepertoire en deden soms zaken met dezelfde tekstdichters en componisten.

Willem en Lodewijk Dieben, zoons van een Haagse stadhuisbode, vormden in 1917 de Bandy Brothers, een parodistisch zang- en danspaar met nummers die ontleend waren aan het moderne Amerikaanse amusement. Hun artiestennaam was een omdraaiing van de lettergrepen van Dieben. Door ruzie viel het duo echter al na een jaar uit elkaar. “Jij imiteert met je gezang een krolse kater,” moet Lodewijk tot Willem hebben geroepen. “En jij staat te balken als een ezel,” reageerde Willem. Uit de boedel behield Lodewijk de naam Bandy; aan het merk op een schoenendoos ontleende Willem vervolgens de naam Derby.

Als solisten werden ze rivalen. “Het zijn zeker geen lekkere diertjes geweest,” schreef de kleinkunsthistoricus Alex de Haas in 1959, “en zelfs de legendarische pedagoog Jan Ligthart, op wiens beroemd geworden volksschooltje ze de eerste beginselen van het alfabet leerden, is er nimmer in geslaagd deze twee wildebrassen te temmen.” Volgens een typerende anekdote heeft Bandy zijn broer eens spontaan aangeboden diens optreden aan te kondigen en daarop het publiek een uur lang met grappen bestookt, waarna er nauwelijks meer tijd was voor de liedjes van Derby.

In interviews werd de broers zelden of nooit commentaar gevraagd op de verrichtingen van de ander. Maar in 1955 liet Lou Bandy zich in Het Parool even gaan. “Ze hebben me goed betaald voor iets waarvoor ik geen moeite hoefde te doen, want een genie...” Hij maakte de zin niet af, maar zei verder: “Een genie, da's m'n broer Willy! Die hoefde ook nergens moeite voor te doen...”

    • Henk van Gelder