Rumor-festival: niet elkeen is recalcitrant

Concert: Rumor-festival II. Gehoord: 17/2 in Ekko, de Kikker, SJU-huis Utrecht.

Het kleine Utrechtse Rumor-festival heeft zich ten doel gesteld 'baanbrekers, dwarsliggers, eigenheimers en andere recalcitranten' uit de pop, jazz en nieuwe muziek bijeen te brengen. De eerste keer, vorig jaar november, waren er voornamelijk Nederlandse groepen. Zaterdag was Pigpen, een Amerikaanse band rondom toetsenist Wayne Horvitz, de hoofdattractie. De derde editie is waarschijnlijk in mei.

Er was nu een nogal kunstmatige scheidslijn getrokken tussen de drie muziekgenres door groepen achter elkaar op verschillende lokaties te boeken. In werkelijkheid is de grens tussen pop, low-fi, modern gecomponeerd en jazz-getinte improvisatie allang vervaagd. De Rotterdamse componist Arthur Sauer, met zijn muziektheater ingedeeld bij modern gecomponeerd, ontwerpt perfomances die bestaan uit live-elektronica en instant composing - een term uit de geïmproviseerd-wereld. De elektrische gitaar, blazers en drums plus zang die de groep Blast in stelling brengt, doen denken aan Zappa-achtige impro-rock, maar de leden spelen juist weer bijna alles van blad.

Vrije improvisatie, in de zin van ter plekke bedachte muziek cq. geluid, kwam van de Amerikaanse blue grass-gitarist Eugene Chadbourne, die voorafgaand aan elk programma-onderdeel een melig intermezzo verzorgde. Hoewel hij druk plukte, trok en streek, ondermeer gebruikmakend van plastic ballonnetjes, maakten Chadbourne's fratsen nauwelijks indruk. Eén grap, die meteen de sfeer van het festival kenmerkt, had effect. Een bezoeker liet een harde boer, waarop Chadbourne prompt ophield met spelen en het afgeronde stuk omdoopte in Prelude to a burp.

Horvitz, die voor de tweede keer met zijn kwartet Pigpen in Utrecht aantrad, heeft meer en beter uitgewerkte muzikale ideeën. Sterker nog, Horvitz loopt over van de ideeën en hij lijkt niet te kunnen kiezen. Nu eens neigen zijn stukken naar rock, dan weer naar jazz, souljazz of fusion, zij het steeds voorzien van intelligente melodieën. Horvitz heeft waarschijnlijk uit zijn tijd met de postmoderne collage-muzikant John Zorn de nodige lering getrokken. Waarom zou je je ook beperken tot één stijl?

Dit boompje verwisselen hing nauw samen met de aard van het toetseninstrument dat Horvitz voor zich had. Uit zijn synthesizers haalt hij vreemde, overstuurde geluiden, die bij hardrockgitaar horen. Op Hammond-orgel is hij heerlijk groovy en bluesy - wat ook moeilijk anders kan. Tenslotte neemt hij plaats achter de vleugel om quasi-klassieke lijntjes te vertolken. Op die momenten dreigde zijn optreden als een nachtkaars uit te gaan. Lang duurde dit gelukkig niet.

De verrassing van Pigpen's concert was de jonge onbekende altsaxofonist Briggan Krauss, die een paar ijzersterke, vlugge soli blies. Vooral in een van de laatste nummers, een originele bewerking van Eric Dolphy's Miss Ann - zoals ook hun nieuwste cd is getiteld - kwam Krauss tot zijn recht. Of Horvitz en de zijnen zo recalcitrant zijn als sommigen wel zouden willen valt te bezien. Spelen kunnen ze.

    • Viktro Frölke