Republikein Alexander werkt met complimenten

PORTSMOUTH, 19 FEBR. Lamar Alexander is slim, misschien wel de slimste van alle Republikeinse presidentskandidaten. Hij kent de kracht van simpele, bijna kinderachtige symbolen in een politieke campagne. Hij bestrijdt zijn tegenstanders met lof en complimenten, wapens die effectiever zijn dan kritiek of smaad. En hij heeft meteen in de gaten wanneer hij een fout maakt.

Dat laatste gebeurde de afgelopen week in New Hampshire, waar de rivalen voor de Republikeinse nominatie intensief campagne voeren voor de belangrijke voorverkiezing van morgen. De voormalige gouverneur van Tennessee onderscheidt zich graag van zijn tegenstanders door te zeggen dat hij “uit de echte wereld” afkomstig is en niet uit de wereldvreemde politieke kringen in Washington.

Om dat eens te testen vroeg een journalist hem wat een pak melk en een dozijn eieren tegenwoordig kosten. Alexander besefte meteen dat zijn onwetendheid uitgebuit kon worden door zijn tegenstanders of de pers, en siste een medewerker toe onmiddellijk die prijzen te achterhalen. Dat was de journalist echter niet ontgaan, en het verhaal haalde alle kranten en het televisienieuws.

Binnen een dag wist Alexander de sector onzinnig campagnenieuws alweer naar zijn hand te zetten en het melk-en-eieren verhaal te verdringen met een stel lieslaarzen. Al tijdens de campagne voor de caucuses in Iowa had Alexander overal een paar kaplaarzen meegetroond, als protest tegen de negatieve reclamespotjes die alle kandidaten over elkaar uitzonden - ook Alexander zelf, al verzweeg hij dat uiteraard. Inmiddels was dat 'moddergevecht' zo hevig geworden, aldus Alexander nu, dat hij lieslaarzen had moeten aanschaffen - en met een olijke blik voegde hij er de winkelprijs aan toe.

Zijn politieke talent toont Lamar Alexander ook in de zaaltjes waar hij keer op keer zijn spreekbeurt afsteekt en zijn grootste rivaal het graf in prijst: Bob Dole, de gedecoreerde oorlogsheld, de 72-jarige voorman van de Republikeinse partij in de Senaat, ervaren als geen ander. Met een gezicht alsof ter plekke de vlag gehesen wordt drukt Alexander zijn gehoor plechtig op het hart: “Ik heb het grootste respect voor Senator Dole.” Hij is een bekwame man, een kundig wetgevend ingenieur, maar alleen niet, vervolgt hij met een stem vol mededogen, de geschikte man om “de eerste president van de 21ste eeuw te zijn”. Zo heeft hij zonder Dole direct aan te vallen op zijn leeftijd (dat zou slecht vallen) toch zijn punt gemaakt dat Dole te oud is en teveel verweven met het politieke establishment.

Zelfs zijn aanval op Clinton zet Alexander in met lof: Clinton is een voortreffelijke campagnevoerder en redenaar. Hij is zo goed dat alleen Alexander een kans tegen hem maakt. Als een mantra herhaalt Alexander al maanden zijn abc: Alexander Beats Clinton - Alexander verslaat Clinton.

Pagina 5: Peiling: voorsprong Bob Dole slinkt;

Naast Alexanders spreekgestoelte staan steevast drie kubussen bovenop elkaar met het anti-Clinton ABC. In de pers is lang wat lacherig gedaan over dit infantiele ezelsbruggetje, net als over Alexanders flanellen rood-zwart geblokte houthakkershemd waarin hij meer dan een jaar te voet campagne heeft gevoerd in Iowa en New Hampshire. Maar nu steeds meer Republikeinen zich beginnen af te vragen of er wel één kandidaat is die Clinton aankan, is dat simpele ABC er een herinnering aan dat Alexander inderdaad de tegenstander is die het Witte Huis het meest schijnt te vrezen. En het houthakkershemd, symbool van Alexanders afstand tot de mannen in pak in Washington, heeft de tot voor kort relatief onbekende kandidaat een eenvoudig herkenningsteken gegeven, een logo.

De politieke bijeenkomsten van Lamar Alexander verschillen hemelsbreed van die van zijn concurrenten. Bij Bob Dole zijn het meestal volledig geregisseerde feestelijkheden, waarbij het publiek vooral bestaat uit partijgetrouwen en jongeren die per bus uit andere staten zijn aangevoerd. De zaaltjes van Pat Buchanan bruisen, door de licht ontvlambare mix van enthousiasme en verontwaardiging - er klinken spreekkoren (Go Pat, Go!) en de voormalige televisiecommentator bespeelt zijn publiek in de beste tradities van zowel volksmennerij als cabaret.

Maar het publiek van Lamar Alexander is rustig, het luistert en stelt vragen - en is voor een belangrijk deel in rood-zwarte blokjes gekleed. Af en toe treedt er een country-zanger op, dikwijls leidt Alexanders vrouw Honey hem in.

In het havenplaatsje Portsmouth is de feestzaal in Barnstormers Restaurant gevuld met een paar honderd man, die een klein uur ademloos luisteren naar Alexanders heldere betoog. In een presidentieel, blauw pak gestoken praat hij gemakkelijk uit zijn hoofd. Hij oogst applaus met zinnen als: “In een tijd waarin ons grootste probleem is hoe we onze kinderen het verschil bijbrengen tussen wat goed is en wat verkeerd, is Bill Clinton de verkeerde man om als president te hebben.” En: “We moeten geen Amerikaanse troepen meer onder commando van de Verenigde Naties laten opereren”. Als hij een “rising shining America” belooft, klinkt de echo van Ronald Reagan.

De “nieuwe, frisse ideeën” waar Alexander zich mee aanprijst zijn vrijwel allemaal te herleiden tot zijn overtuiging dat de federale overheid veel macht moet overdragen aan de staten, of zelfs aan gemeentes, kerken en buurten. Persoonlijke verantwoordelijkheid is een sleutelwoord. “We moeten minder van Washington vragen, en meer van onszelf vragen.”

Alexander is minister van onderwijs geweest, maar, zo zegt hij, door dat verblijf in Washington is hij niet besmet, maar juist gevaccineerd. Nu pleit hij voor opheffing van zijn voormalige departement, en overheveling van geld en bevoegdheden naar de deelstaten. Het hele systeem van de bijstand zou overgedragen moeten worden aan lokale liefdadigheidsinstellingen en de voedselbonnen wil hij afschaffen. “Als ik president ben moet je niet bij me komen klagen over drugsgebruik op de school van je kinderen. Zorg zelf dat de drugs uit jullie scholen verdwijnen.” Ook het verbieden van abortus vindt Alexander niet een zaak voor de federale overheid.

De vraag waarom iemand die de macht van Washington zozeer wil uitkleden toch het presidentschap nastreeft, stelt Alexander meestal zelf. Voor de federale overheid ziet hij belangrijke taken bij de bescherming van het milieu (The Great American Outdoors) en de landsgrenzen: hij bepleit oprichting van een nieuwe tak van het leger om de landsgrenzen te bewaken tegen immigratie en drugssmokkel.

Opiniepeilingen zijn in het verleden in New Hampshire herhaaldelijk onbetrouwbaar gebleken, maar toch gaan de pers en de kandidaten er wel degelijk op af. De afgelopen week is het er steeds meer op gaan lijken dat Buchanan en Alexander (met respectievelijk 25 en 20 procent), koploper Dole (26 procent) gevaarlijk dicht benaderen, terwijl Steve Forbes lijkt terug te vallen (tot twaalf procent). De opkomst van Buchanan en Alexander als serieuze kanshebbers om in New Hampshire te winnen, heeft de belangstelling van de pers voor hun achtergrond, en de nieuwsgierigheid naar mogelijke schandalen of schandaaltjes, sterk vergroot. Met behulp van concurrerende campagneteams heeft de pers de afgelopen dagen een aantal kleine affaires van Alexander boven water weten te krijgen, vooral in verband met de commerciële exploitatie van een hotel op het terrein van zijn vakantiehuis Blackberry Farm. Gretig wordt al gesproken van “Lamars Whitewater”, maar dat lijkt op zijn minst voorbarig.

Buchanan lijkt serieuzer in de problemen te zijn gekomen toen bekend werd dat een van de vice-voorzitters van zijn campagne-team in het verleden als spreker is opgetreden voor een racistische organisatie. De man, die zegt een hevige afkeer te hebben van racisme en de ideeën van blanke suprematie die de organisatie in kwestie propageert, is tijdelijk teruggetreden uit de campagne van Buchanan. Een lokale campagnemedewerkster in Florida bleek behalve voor Buchanan ook te werken voor een organisatie 'voor de belangen van blanke mensen' - Buchanan heeft inmiddels afstand van haar genomen.

De opkomst van Alexander en Buchanan baart Dole inmiddels zoveel zorgen dat hij een aantal van de populistische leuzen van Buchanan heeft overgenomen. Tot schrik van een belangrijk deel van de Republikeinse partij haalt nu ook Dole, wiens campagnekas goed gevuld is dankzij het bedrijfsleven, uit naar de inhaligheid van grote ondernemingen die recordwinsten maken en tegelijk massaal mensen ontslaan.

Gestaag blijft Dole steunverklaringen verzamelen van prominenten in de Republikeinse partij. Gisteren kreeg hij de steun van senator Phil Gramm, die vorige week zijn eigen campagne opgaf wegens teleurstellende resultaten. Gezien de geringe aanhang van Gramm in New Hampshire is dat waarschijnlijk niet meer dan een klein steuntje in de rug. Het conservatieve New Hampshire lijkt de heftige strijd tussen de kandidaten met grote reserve te bezien. De kandidaat die dit weekeinde de grootste enthousiaste menigte op de been wist te brengen, was president Clinton, die in de Democratische voorverkiezingen weliswaar geen uitdager heeft, maar het electoraat in New Hampshire toch even wilde herinneren aan zijn bestaan.

    • Juurd Eijsvoogel