Pires speelt Chopin met dichterlijkheid

Concert: Maria João Pires (piano) Gehoord: 18/2 Concertgebouw Amsterdam.

Het komende seizoen bestaat de serie Meesterpianisten van impresario Marco Riaskoff in het Amsterdamse Concertgebouw tien jaar. Ivo Pogorelich opent het jubileumseizoen, een rol die aanvankelijk was toebedacht aan de onlangs overleden Shura Cherkassky. Andere grote namen zijn Jean-Yves Thibaudet, Enrico Pace, Louis Lortie, Alfred Brendel, Radu Lupu en Krystian Zimerman. Martha Argerich zal er samen met Nelson Freire optreden.

Nieuwe gezichten zijn Yefim Bronfman - die vooral bekendheid geniet als begeleider van Isaac Stern - en de jonge Australische pianist Michael Kieran Harvey, die de Vingt regards sur l'enfant-Jésus van Messiaen zal uitvoeren. Brendel zal een Schubert-programma brengen en Lortie zal de Études van Chopin vertolken, de componist van wie zondagavond Maria João Pires elf Nocturnes speelde - de toegift meegeteld.

Pires begon haar recital met een tweetal enigszins slordig uitgevoerde Romanzen van Schumann. Pas het derde en laatste deel van opus 28 kreeg het raffinement dat verwacht mag worden van een pianist die in Riaskoffs gerenommeerde serie thuishoort. Maar hierin golfden de harmonieën van de stormvloed aan muzikale ideeën dan ook weldadig over elkaar en fungeerden geïsoleerde motieven in de linkerhand als golfbrekers die een gedecideerd rust uitstraalden totdat zij opnieuw werden overspoeld door de schuimkoppende motieven.

In Mozarts Sonate in Bes-groot KV 333 haalde Pires zowel het frivool virtuoze van deze muziek naar boven, zoals dat wordt gekanaliseerd in de guirlandes van nootjes, als ook het meer poëtische. Voortvarende versnellingen in het Allegro; spannende crescendi tijdens de maten met repeterende noten als een contrastrijk, maar logisch vervolg op het ingetogen gespeelde openingsthema van het Rondo.

In de eerste tien Nocturnes van Chopin verkoos Pires het dichterlijke te laten prevaleren boven de virtuositeit. Zo ontstonden fijnzinnige cantilenen in de Nocturne in Es-groot (opus 9, nr. 2), woelige middendelen in de opusnummers 9 (nr. 3), 15(2) en 27(1) en intense bespiegelingen (opp. 27/2, 32/2).

De Nocturnes opus 27 werden speelser, spontaner en in ieder geval kleurrijker gespeeld dan dat enkele weken geleden nog in het Utrechtse Vredenburg gebeurde door een andere oudgediende uit de serie Meesterpianisten van Riaskoff: Vladimir Ashkenazy. Zeker waar het Chopin betreft straalt Pires tegenwoordig een grotere autoriteit uit dan Ashkenazy.