Nederlands beste op de sprint is langebaanschaatsster

HEERENVEEN, 19 FEBR. Uitgerekend een langebaanschaatsster heeft op de wereldkampioenschappen sprint in Heerenveen de Nederlandse eer gered. Met drie persoonlijke records veroverde Annamarie Thomas gisteren de vijfde plaats in het eindklassement van de schaatsvariant die in eigen land in de schaduw van de lange baan staat. De sprintspecialisten Aaftink en Zwolle werden respectievelijk twaalfde en vijftiende. Met deze prestaties verzekerden de vrouwen zich van een vierde startbewijs voor het WK van volgend jaar in Hamar.

Bondscoach van de vrouwen-sprintploeg, Leen Pfrommer, vindt het niet bezwaarlijk dat juist een allroundster de beste Nederlandse prestatie neerzette. “Alleen het resultaat telt. En daarmee krijg je erkenning bij de bond om het sprinten te stimuleren. Met zoveel mogelijk startplaatsen op een WK geef je aankomend sprinttalent over een paar jaar de kans zich te bewijzen. Je moet dus de beste afvaardigen ook al is het niet leuk voor de rijders in de sprintploeg. Het doel heiligt de middelen.” De bondscoach doelde op het startbewijs dat bij de mannen verloren ging. “Zo'n Ids Postma is toch beter dan Jan Bos? Dan moet je kiezen voor een allrounder op de 500 en 1000 meter.”

Pfrommer begeleidde afgelopen weekeinde alleen Sandra Zwolle. Christine Aaftink, die in december uit zijn sprintploeg stapte, en Annamarie Thomas namen Ab Krook als coach. Pfrommer sliep alleen in zijn hotel, want Zwolle koos voor haar eigen bed, honderd meter van Thialf vandaan. Haar buurman Falko Zandstra bleef wel altijd bij de ploeg. “Het lijkt niet echt normaal”, zei Thomas over de rare situatie. “Maar Sandra moet doen wat het beste voor haar is.” De voormalige coach van Jong Oranje maakte er geen punt van. “Het gaat er om dat de sportster zich het prettigste voelt. Een coach is slechts een hulpmiddel.”

Dat vindt ook Christine Aaftink die in 1990 en 1991 brons won op het WK. Afgelopen weekeinde finishte ze als zesde en negende op de 1000 meter. “Hieruit blijkt wel dat het goed is geweest dat ik solo ben gegaan. Ik had het alleen eerder moeten doen”, wist de zevenvoudig nationaal sprintkampioene. Aaftink vergelijkt zichzelf met de Noorse Edel Therese Hoiseth, die de zilveren medaille won. “Na dertien jaar is ze meer op haar gevoel gaan schaatsen en bewuster met haar trainingsschema's omgegaan. Niet het verplichte nummer afwerken, maar afvragen of het wel goed voor je is. Edel heeft haar vertrouwen teruggekregen. Ik heb zelf zo lang slecht gereden dat ik me met deze prestaties mentaal heb gesterkt.”

Aaftink was zaterdag tevreden over haar 1000 meter in 1.21,87. Een dag later legde ze dezelfde afstand 0,23 seconden sneller af. Toch schortte er volgens haar wat aan haar tweede duizend meter. “Ik kwam niet goed uit in de bochten en toch werd ik negende. Dat geeft wel vertrouwen.” Vertrouwen in de toekomst. Maar hoelang duurt de actieve schaatscarrière van de 29-jarige sprintster nog? Op het WK in '94 zei ze ondanks tegenvallende resultaten toch door te gaan voor het WK in Heerenveen. Dat heeft ze nu achter de rug.

Aaftink laat haar beslissing afhangen van de WK afstanden en de samenstelling van de kernploeg van volgend seizoen. “Ik heb een baan aangeboden gekregen. Misschien grijp ik die mogelijkheid aan en stop ik eindelijk”, zegt ze met een grijns. Ze kent de kritiek en gebruikt de Noorse Hoiseth nog eens als voorbeeld. “Die is ook heel oud en wordt toch nog tweede.”

Annamarie Thomas kreeg afgelopen weekeinde de smaak van het sprinten te pakken. Vorig jaar zegde ze nog af omdat het toernooi niet in haar langebaan-schema paste, gisteren zei ze in 1997 weer van de partij te zijn. Ook als de WK afstanden dan twee weken later in Nagano zijn. “Dat past net”, reageerde ze enthousiast. “Dan kan ik meteen door.”

Thomas verbeterde tot twee maal toe haar persoonlijke record op de 500 meter dat op 41,11 seconden stond. Zaterdag had ze er 40,83 seconden voor nodig. Een dag later nog maar 40,60 seconden. Op de 1000 meter scherpte ze gisteren ook haar persoonlijke tijd aan tot 1.20,77. “De 500 meter heb ik nog niet zo vaak gereden. Dus het is logisch dat ik mezelf dan steeds verbeter”, relativeert de allroundster. “Mijn eerste duizend meter had beter gekund. Ik startte zaterdag te voorzichtig en was na de finish nog niet eens moe. Ik denk dat ik nog harder kan.”

Thomas zou een welkome aanvulling zijn voor de sprintploeg van Pfrommer. De bondscoach ziet overeenkomsten tussen Thomas en de winnares Christine Witty, die verrassend de wereldtitel in Amerikaanse handen hield nadat Bonnie Blair vorig seizoen was gestopt. “Witty is de ideale sprintster. Een sterke duizend meter en toch ook presteren op de vijfhonderd. Vaak zie je dat sprintsters tekortschieten in het laatste rondje op de duizend.”

Vooralsnog vindt Thomas de lange baan belangrijker dan de sprint. “Bij het allround eindig ik in de internationale top. Hier niet. Misschien dat ik na de Olympische Spelen in Nagano wel kies voor het sprinten.” Volgens bondscoach Pfrommer is dat een moeilijke keuze. “Door onze langebaan-cultuur zie je dat de media en het publiek in sterke mate de keuze van de sporter bepalen. Op een EK allround rijdt Annamarie voor dertienduizend mensen. Hier zitten er misschien vier- of vijfduizend.”

    • Ellen Tax