Maleisia is mijn kind, ik ben haar mamma

Met twee zakken waarin tien kilo vers rundvlees betreed ik het tuinpad. In de hoog ommuurde patio staat temidden van bananenpalmen een grote kooi.

“Kijk eens wat deze mevrouw voor jou heeft meegenomen? Wat zegt ge dan?”

Een pond rundvlees verdwijnt in de muil.

“Zeg het dan, schatje. Zeg es van wie dat ge bent?”

Even is het stil, dan tuit de tijger haar lippen en klinkt vanuit de diepte onmiskenbaar het woord mamma.

“Goed zo! Geef mamma eens een boets! Het heeft veel tijd gekost eer Maleisia dat kon zeggen, maar ze moet weten van wie zij is. Zij is mijn kind en ik ben haar mamma.”

Het kind is in dit geval een Sumatraanse tijger van 110 kilo.

De moeder, mevrouw van Ham, leidde een doodgewoon bestaan als kennelhoudster, totdat zij in 1969 een telefoontje kreeg.

“Een safaripark wist zich geen raad met een verstoten leeuwenwelp. Of ik een nest jonge honden had en het welpje bij de teef kon aanleggen? De eerste keer dat ik een leeuwenbaby in mijn handen hield, kreeg ik van vreugde een migraineaanval. Het was alsof ik heel mijn leven op dat ene moment had gewacht. Waarom? Dat kan ik niet verklaren. Als kind zag ik eens een foto van een vrouw die naast een leeuwenman stond. 'Pap' ”, zei ik. “'Dat wil ik later ook. Ik wil een leeuwenman hebben.' Zo onder de indruk was ik door die enorme kop, dat prachtige lijf. Daar, op die grote foto aan de muur sta ik nu zelf naast een leeuwenman, dat is Clarence de Tweede. Maar mijn roofdieravontuur begon met dat welpje, Clarence de Eerste. Ik legde haar aan bij mijn koningspoedel, maar die wipte haar telkens het nest uit. Toen heb ik haar bij mij in bed genomen en ben ik de fles gaan geven. Na vier maanden was het een lekker stevig leeuwtje en kon zij terug naar het park.” Sindsdien heeft mevrouw van Ham zo'n driehonderd welpen in huis gehad. Sommige bleven een paar maanden, anderen overwinterden of bleven een of twee jaar. “Het was altijd reuze gezellig. Mijn twee dochters zijn opgevoed met leeuwen en tijgers; zij lagen er mee in bed, speelden tikkertje met ze. Het waren allemaal mijn kinderen. Voor mijn dochters ga ik door het vuur en voor mijn dieren verhang ik me. Vaak beloofde ik: 'Nu komt er niets meer het huis in'. Maar als die mand veertien dagen leeg was, dan was mijn huis leeg. Tegenwoordig krijgen leeuwinnen en tijgerinnen in gevangenschap de Pil, toen niet. Die moeders waren net uit het oerwoud opgevist en totaal van slag, dus het park had om de haverklap verstoten welpen.

“Tegelijk met Maleisia kwam tien jaar geleden het leeuwenwelpje, dat daar staat. Die heeft het dus niet gehaald. De moeder had haar tegen de tralies gesmeten, waardoor ze hersenletsel had gekregen. Dat welpje kon alleen maar in de achteruit lopen, die heb ik moeten laten inslapen.

Maleisia was twaalf dagen oud en totaal verzwakt. Zij huilde weken achtereen. Tijgers kunnen enorm jammeren. Leeuwen doen dat veel minder. Als die lekker in een schapevel liggen, de fles en hun knuffels krijgen, zijn ze tevreden. Voor Maleisia moest ik wel vijf keer haar flesje opwarmen voordat zij haar voeding binnen had. Zij heeft op het randje gezweefd. Daarom is zij nu ook zo dankbaar.''

Vanuit de patio klinkt opeens een brul.

“Wacht even het kind roept. Ja schatje, ik kom. Zij mag er wel even uit.”

Maleisia ploft op de bank, legt de kop in de schoot van mevrouw van Ham, snuift luidruchtig en geeft kopjes. Zo te zien een innige band.

“Alle welpen zijn op een gegeven moment zelf in staat hun behoefte te doen, maar Maleisia kon ik zes uur boven het afvoerputje in de tuin zetten en dan gebeurde er nog niks! Door alle spanningen kreeg zij een hersenvliesontsteking. Daarna kreeg zij baarmoederontsteking en is zij geopereerd. Als zij baby's had gekregen, had ik ze gehouden en drie of vier volwassen tijgers in huis is echt te veel. Omdat zij alleen haar behoefte kon doen als ik over haar buik streek, mocht ik haar houden. Haar nagels heb ik laten weghalen, want daarmee haakte zij vast in mijn kanten tafelkleden. Dan trok zij alles van tafel en dat werd traumatisch voor haar. In het wild haken tijgers ook in, maar daar zijn geen tafelkleden. Haar slagtanden heb ik laten verwijderen toen zij wisselde.

“Na vijfentwintig jaar wilde ik ook wel eens met vakantie. Op Tenerife konden we lekker samen zonnebaden aan zee. Nu logeren wij daar twee keer per jaar bij een echtpaar met een bananenplantage. Ik heb gewoon een tijger zoals andere mensen een hond hebben.”

In september is Maleisia tien jaar geworden. Zij heeft nieuwe knuffels gekregen, een leeuwtje van wol en een mooie bal, want zij voetbalt. En natuurlijk een speciaal verjaardagsmenu: groentesoep, een grote gegrilde achterbout van een wild varken en cake met slagroom toe. Daar is zij dol op.

“Wetenschappelijke studies lees ik niet, nee. Als je zoveel jaren roofdieren in je bed hebt, vergaar je je eigen kennis. Ik leef met deze dieren, de wetenschap observeert. Dat zijn twee verschillende werelden. Ondanks dat ik bijna 30 jaar met de gevaarlijkste onder de roofdieren samenwoon, heb ik nooit een slechte ervaring met ze gehad. Wel met mensen.

“Mijn vorige vriend spande een proces aan toen wij uit elkaar gingen, omdat hij een bezoeksregeling eiste met Maleisia. Als hij een dierenman was geweest, dan had hij mogen komen. Maar dat was hij niet. Hij miste Maleisia zo erg dat hij depressief was geworden, zei hij tegen de rechter. Jaja. Hij was depressief omdat z'n dienstmeisje weg was. Ik weet veel van roofdieren, weinig van mannen. Zo'n man die zegt: 'Schenk me eens een flesje bier in', terwijl hij zelf naast de ijskast zit. 'Geef mij eens een kop soep', of 'Zet het bad eens aan.' Dat deed ik allemaal. Daar trapte ik altijd in.

“Maleisia gaat ook in bad, ja. Dat vind zij heerlijk. Geen schuimbad, maar een speciale wassing uit Tenerife gecombineerd met babylotion. Zij heeft dat graag eens per week, hè schat. Maar haar grootste hobby is, zoals nu, naast mij op de bank liggen. Dat doet ze het allerliefst. Dan kijken wij samen naar de televisie.”

Het is een gevoelig onderwerp, maar dient toch gevraagd: wat als Maleisia doodgaat?

“Och nee, daar denk ik liever niet aan. Ik ben nu 59 en een Sumatraan kan 30 jaar worden, dus ik hoop dat wij samen oud worden. Mocht Maleisia eerder gaan, dan wil ik haar zittend laten prepareren, vanwege de ruimte. En als mij iets gebeurt, dan neem ik haar mee, anders heeft zij geen leven. Dan wil ik dat wij naast elkaar worden begraven. Wij zijn samen één. Dit is een liefde over het graf.”

    • Alice Fuldauer