Leren is meer dan investeren in jezelf

Het debat dat minister Ritzen wil houden over de rol van kennis in de samenleving zou wat minder moeten gaan over kennis en wat meer over leren, vindt Ria Bronneman.

In november 1995 kwam minister Ritzen met het voorstel een breed maatschappelijk debat te starten over 'de gevolgen van de ontwikkeling naar een kennissamenleving'. Dat debat zou het maatschappelijk draagvlak voor de kennisinfrastructuur (onderwijs en wetenschap) moeten vergroten en de onverschilligheid in de samenleving voor ontwikkelingen in de educatieve sector moeten transformeren in een actieve betrokkenheid. Tot nu toe is het in de media opmerkelijk stil gebleven. Mogelijk omdat het debat pas in maart officieel van start zal gaan, waarschijnlijker omdat niet erg duidelijk is waar het nu precies over zou moeten gaan.

Het Tweede-Kamerlid Lambrechts van D66 stelde in deze krant (9 januari) dat er niet zozeer behoefte is aan een kennisdebat over Utopia in 2010, maar veel meer aan een debat over de problemen in het onderwijs anno 1996. De ontoereikende bekostiging van scholen, de ondoorzichtige bestuurlijke verhoudingen in het primair en voortgezet onderwijs, de wenselijke inhoud van het onderwijsaanbod in het basis- en voortgezet onderwijs en de inrichting van het hoger onderwijs. Allemaal belangrijke thema's waarover betrokkenen uit de pedagogische provincie al jaren debatteren, maar waarvoor daarbuiten nauwelijks belangstelling lijkt te bestaan.

Onder invloed van het streven naar decentralisatie van de rijksoverheid heeft het denken binnen de lengte van de onderwijskolom er sinds kort een breedtedimensie bij gekregen. Het wegwerken van onderwijsachterstanden zal vooral op lokaal niveau moeten gebeuren. De verkokering op rijksniveau moet in de gemeente worden doorbroken. Kinderopvang, bibliotheek, maatschappelijk werk, welzijnswerk, jeugdhulpverlening en politie moeten alle worden ingezet om de onderwijsachterstand van kinderen uit achterstandsmilieus te voorkomen of weg te werken en het leefklimaat op school te verbeteren.

Een sympathieke gedachte, die echter gemakkelijk een tegengestelde wending kan nemen. Het gevaar dreigt dat de school niet wordt geholpen, maar wordt gebruikt om allerlei maatschappelijke problemen op te lossen. Meer aandacht op school voor de zegeningen en problemen van de multiculturele samenleving, voor verkeersproblemen, voor criminaliteitspreventie of voor milieu en leefbaarheid is ongetwijfeld nuttig maar gaat al gauw ten koste van kernvakken als rekenen en taal. Terwijl duidelijk is dat de onderwijsachterstand van kansarme kinderen juist het best kan worden verminderd door intensief onderwijs in deze kernvakken. Een onderwijsinhoudelijk dilemma waarvan men zich ook zal moeten afvragen of oplossing ervan alleen aan het lokale niveau en de individuele school kan worden overgelaten.

De debatten in de lengte (binnen het onderwijs) en de breedte (lokaal achterstandsbeleid) bewegen zich beide binnen de ruimte van de door rijk of gemeente gesubsidieerde voorzieningen. Een derde dimensie, die van het leren, zal aan beide aanzienlijk meer diepte kunnen geven. Kennisverwerving en -overdracht hebben niet alleen op school plaats. Ook in het gezin, op het werk, via de media en door zelfstudie kan veel worden geleerd.

Achterstand wordt vaak al in de eerste levensjaren opgebouwd doordat het gezin te weinig leerstimulansen biedt. Vandaar ook de groeiende aandacht voor projecten in de voorschoolse fase, gericht op jonge kinderen en hun opvoedingsmilieu. Maar niet alleen het gezin is van belang. Niemand zal nog ontkennen dat ook tijdens het werkzame leven regelmatig moet worden bijgeleerd. De thema's 'permanente educatie' en 'wederkerend onderwijs' uit de jaren zeventig en tachtig komen in de jaren negentig terug onder de noemer 'Lifelong Learning'. Het jaar 1996 is door de Europese Unie uitgeroepen tot het jaar van 'Lifelong Learning'. Het kennisdebat gaat in Nederland ten onrechte vrijwel uitsluitend over kennisoverdracht (met name het hoger onderwijs) en over kennisontwikkeling (in het bijzonder technologische kennis). Een beperkte zienswijze, met name afkomstig uit het ministerie van Economische Zaken en vooral ingegeven door zorgen over het Nederlandse industriebeleid.

Het kennisdebat zal naar mijn mening moeten beginnen met de vraag of het huidige onderwijs wel voldoende uitdaagt tot het verwerven en ontwikkelen van kennis. In het onderwijs lijkt sprake van een paradox. Op school kun je goed leren (althans: je krijgt hoge cijfers) als je zo min mogelijk fouten maakt, terwijl iedereen weet dat je doorgaans van je fouten het meeste leert. Een goede onderwijskundige invulling van het 'leren leren' staat nog in de kinderschoenen. Het denken over zelfstandig leren in het 'studiehuis' dat de school moet worden (voorgesteld voor de bovenbouw van HAVO en VWO) zou een goede aanzet kunnen zijn. Maar dan moet wel worden voorkomen dat het studiehuis vooral wordt gezien als mogelijkheid om het onderwijs te extensiveren (dat wil zeggen: met een krappe personeelsformatie in een kleine school toch een volledig vakkenpakket aanbieden) of als middel om de werkdruk voor sommige leraren te verminderen.

Ook het leren in de arbeidzame periode zou moeten toenemen. Het is echter de vraag of de gelegenheid en tijd om te leren met de flexibeler wordende arbeidstijden en de toename van deeltijdwerk niet eerder zullen af- dan toenemen. De laatste jaren is er veel aandacht voor zorgverlof, maar aanzienlijk minder voor educatief verlof. Waarom wordt bijvoorbeeld een deel van de ADV niet als scholings- of educatief verlof ingezet?

Wellicht nog belangrijker dan het gebrek aan tijd en gelegenheid voor leren is het ontbreken van een op leren gerichte cultuur. Onder invloed van het economisch denken over onderwijs en kennis is leren 'investeren in jezelf' geworden, waarbij tegen de huidige kosten toch ten minste hogere toekomstige baten moeten staan. Onderwijs moet vooral nuttig zijn, en liefst gevolgd worden in een bètarichting of in de techniek. Toch laat de samenleving nu veel export- en groeimogelijkheden liggen omdat de taal van buitenlandse afnemers niet wordt gesproken of hun cultuur niet wordt begrepen. In het hoger onderwijs moet steeds sneller worden gestudeerd; tijd voor ontdekkend leren of voor bezinning tijdens de studie is in het onderwijs alleen nog weggelegd voor vutters en andere vroeg-gepensioneerden. Het klimaat rond kennisverwerving en kennisontwikkeling zal moeten veranderen wil de ontwikkeling naar een kennissamenleving werkelijk kans van slagen hebben. Met andere woorden: voor een kennisdebat moet het onderwijsdebat de diepte in.