Klevtsjenja grijpt wereldtitel in Heerenveen; Van Velde de rust zelve na schlemielige sprint

HEERENVEEN, 19 FEBR. “In plaats van dat ik boven mezelf uitstijg, ga ik op m'n bek.” Slechts tweehonderd meter lang slaagde Gerard van Velde er als Nederlands beste sprinter in het wereldkampioenschap sprint in Heerenveen spannend te houden. Fit was hij aan de start verschenen, in vorm en vast van plan om een medaille te winnen op zijn sterkste afstand, de duizend meter. Maar zaterdagmiddag, in de eerste bocht van de 500 meter, vervloog de droom die Van Velde zo lang had gekoesterd. Dat hij nou uitgerekend “in eigen huis”, voor duizenden Nederlandse toeschouwers, onderuit moest gaan. De eerste afstand die hij reed, bleek al het begin van het einde te zijn.

“Ik zal hier nog wel effe een nasmaak van hebben, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten”, sprak Van Velde strijdbaar, terwijl op de achtergrond de Russische wereldkampioen Sergei Klevtsjenja en de Japanners Hiroyasu Shimizu (zilver) en Manabu Horii (brons) van eremetaal, bloemen en gejuich werden voorzien. De 24-jarige Van Velde moest genoegen nemen met een schlemielige drieëndertigste plaats.

“Ik snapte er helemaal niks van, in mijn ogen deed ik niks fout”, reconstrueerde het slachtoffer de valpartij in zijn rit op de 500 meter tegen de Japanner Yasunori Miyabe. Misschien dat de videobeelden, die hij nog moest bekijken, meer helderheid kunnen verschaffen over de oorzaak van de val. “Mogelijk slipte ik weg met mijn linkerschaats in een barstje.” Van Velde is geen schaatser die na een derdelijke tegenslag vloekend en tierend de kleedkamer opzoekt, laat staan met zijn schaatsen smijt. Uiterlijk straalt hij ondanks “die domper” een Tibetaanse rust uit, met zelfs dan nog een vage glimlach om de lippen. Innerlijk woedt er echter een uitslaande brand, erkent hij. “Van binnen heb ik wel tien deuren ingetrapt.”

Voordat de Heerdenaar aan zijn ongelukkige race begon, hing er al onheil in de lucht. In de twee ritten die er aan voorafgingen, was al gebleken dat (bijna) vallen een onvermijdelijk ingrediënt van de sprint is. In de eerste rit gooide de Noor Gunde Njos zijn glazen in door te vallen en in de tweede rit wist de Japanner Manabu Horii zich slechts op het nippertje staande te houden. De geringe lengte van de Japanse sprinters is op die momenten een voordeel, zo bleek verscheidene keren in Thialf. Doordat de Japanners zo klein zijn, kunnen ze met hun linkerhand gemakkelijk even steun zoeken op het ijs wanneer ze uit balans raken. Het is een pijlsnelle manoeuvre die niet-Aziaten zich door hun bouw meestal niet kunnen permitteren.

Het noodlot leek Van Velde zaterdag voor de tweede keer te treffen, toen hij in de eerste ronde van de duizend meter een misslag maakte. Maar dit keer bleef hij overeind. Van Velde had er na zijn onfortuinlijke 500 meter bewust voor gekozen “niet voluit” te gaan. “Als ik toch vol ga en ik val weer, dan heb ik niks geleerd. Alles bij elkaar heb ik het maximale gegeven wat er fysiek en mentaal in zat.” Dat resulteerde op zijn eerste duizend meter, ondanks de misslag, in een verdienstelijke vierde plaats. Hij reed die afstand in 1.14,23 minuut, bijna een volle seconde langzamer dan de winnende tijd van de nieuwe wereldkampioen, Klevtsjenja (1.13,25). Van Velde greep net naast het brons, dat Horii won door 1.14,17 minuut te rijden. Gisteren reed Van Velde een nog snellere duizend meter (1.14,20). Zijn 500 meter werd verpest door een braam op een van zijn schaatsen.

Vallen hoort een beetje bij de discipline, moest de ontgoochelde Van Velde vaststellen. Maar dit seizoen had hij zich nog in elke rit overeind weten te houden. Zijn voorlaatste valpartij dateert van december 1994, op de duizend meter.

Toen Van Velde viel, rustte op Jakko Jan Leeuwangh de verantwoordelijkheid om als enige Nederlander bij de eerste twintig in het eindklassement te eindigen. In dat geval zou Nederland op de WK in 1997 in Hamar twee in plaats van één sprinter mogen afvaardigen. Leeuwangh was allerminst blij met die positie. Hij had zich voorgenomen om ontspannen te rijden, “en dan opeens valt Gerard”.

Een paar niet alledaagse gebeurtenissen zorgden er voor dat Nederland volgend jaar met twee sprinters naar Noorwegen mag. De wereldkampioen van vorig jaar, de Zuidkoreaan Yoon-Man Kim, hielp een handje door zich zaterdag na een slechte 500 meter uit het toernooi terug te trekken. Vooraf had de 22-jarige Kim al te kennen gegeven dat hij geen brood meer zag in de schaatssport. “Het is genoeg geweest”, sprak hij aan de vooravond van het WK. Hij nam een retourtje Seoel-Heerenveen om in Thialf 38.09 seconden te schaatsen, een wel erg dure afscheidsronde. Het beslissende duwtje dat Leeuwangh in de top-20 deed belanden, kwam van Aleksandr Kibalbo. Gisteren hinderde hij bij een wissel op de duizend meter zijn opponent Horii, reden voor diskwalificatie.

Horii's landgenoot Shimizu maakte behalve zichzelf ook ijsmeester Jan de Jong dolgelukkig door het baanrecord op de 500 meter scherper te zetten. Horii was daar niet zo blij mee, want het record stond vanaf maart 1994 met 36,25 seconden op zijn naam. Sprintduivel Shimizu doorbrak met 35,95 de 36-secondengrens. Zowel zaterdag als zondag won hij goud op de 500 meter.

Sergei Klevtsjenja drong gisteren voor even de dopingaffaire naar de achtergrond die het Russische nest heeft bevuild. Vlak voor het WK kreeg Svetlana Fedotkina een startverbod, omdat zij bij de dopingcontrole na de wereldbekerwedstrijden in Almaty positief was bevonden. De 28-jarige Fedotkina, die op de Olympische Spelen van 1994 in Lillehammer zilver won op de 1.500 meter, hangt een schorsing van twee jaar boven het hoofd.

Met gouden medailles op de 1.000 meter, twee zilveren plakken op de 500 meter en een gouden medaille voor de eindoverwinning poetste Klevtsjenja voor even de schandvlek op het Russische blazoen weg. De favoriete Japanners liet hij achter zich. Nooit was de sprinter op een WK hoger geëindigd dan de tweede plaats, nu was er goud. En gisteravond, zo nam hij zich na het behalen van zijn wereldtitel voor, “heel, heel veel bier”. Klevtsjenja (25) had wel een heel opmerkelijke drijfveer die hem ertoe bracht voor de sprint te kiezen. In zijn geboorteplaats Barnoel schaatste hij naast een fabriek op een vervuilde ijsbaan, in de bittere Siberische kou. “Omdat het meestal zo'n twintig tot dertig graden vroor”, aldus Klevtsjenja, “ging je sprinten om weer zo snel mogelijk binnen te zijn.”