Jakarta: weer Oosttimorezen in Nederlandse ambassade

JAKARTA, 19 FEBR. Vier jongeren uit Oost-Timor, de voormalige Portugese kolonie die Indonesië in 1976 eenzijdig aan zijn grondgebied toevoegde, klommen vanmorgen om half negen plaatselijke tijd over het hek van de Nederlandse ambassade in Jakarta. Zij willen naar Portugal, net als de 68 Oosttimorezen die hen sinds september voorgingen, na soortgelijke klimpartijen bij andere ambassades in de Indonesische hoofdstad.

Hoewel het hek rond de Nederlandse ambassade aanzienlijk is verhoogd nadat begin december een groep van 55 anti-Indonesische demonstranten, van wie de helft Oosttimorezen, het terrein binnendrong, wisten de vier er vanochtend toch overheen te komen. Zij maakten gebruik van de relatieve rust in de stad aan de vooravond van Lebaran, het einde van de islamitische vasten, dat morgen wordt gevierd.

Vasteneinde gaat gepaard met een uittocht van Jakartanen die afkomstig zijn van het platteland en met Lebaran hun ouders en verwanten in het dorp van herkomst opzoeken. De ambassade is tot donderdag gesloten en behalve het bewakingspersoneel bij de ingang was vanochtend alleen één man van de politie-inlichtingendienst in de buurt. Die kwam te laat in beweging om de actie te verhinderen.

Een Nederlandse diplomaat bevestigde vanmorgen het ongenode bezoek. Hij en een handjevol collega's zagen het Lebaran-verlof onderbroken en spannen zich nu in om de vier zo snel mogelijk naar Portugal te krijgen met een vrijgeleide van het Internationale Rode Kruis.

Lissabon, dat zijn kolonie in 1975 hals-over-kop ontruimde, wordt door de Verenigde Naties nog steeds beschouwd als de besturende macht in Oost-Timor en heeft paspoorten uitgereikt aan 68 jonge Oosttimorezen die sinds september binnendrongen in de ambassades van Engeland, Nederland, Japan, Frankrijk, Australië, Nieuw Zeeland en Polen. Het Rode Kruis en de Nederlandse ambassade, die voor Portugal consulaire en technische zaken behartigt in Jakarta, regelden, met instemming van de Indonesische autoriteiten, hun vertrek naar Portugal.

De negen Oosttimorezen die op 8 februari doordrongen in de ambassade van Australië en politiek asiel aanvroegen bij de zuiderbuur, zagen hun verzoek geweigerd en begonnen vorige week een hongerstaking. Drie van hen zijn dit weekeinde opgenomen in een Jakartaans ziekenhuis. Ze worden vergezeld door twee kameraden, een ambassade-arts en een medewerker van het Internationale Rode Kruis. De andere vier verblijven nog steeds in de ambassade en hebben weer voedsel tot zich genomen. Australië, één van de weinige staten die de inlijving van Oost-Timor door Indonesië erkennen, ziet geen gronden voor politiek asiel, maar is bereid de negen visa te verstrekken zodat ze het land kunnen verlaten.

Indonesië verwijt Portugal dat het de aanhoudende vluchtpogingen van Oosttimorese jongeren op afstand regisseert en aldus een hypotheek legt op de bilaterale besprekingen tussen Jakarta en Lissabon over de kwestie Oost-Timor, die zich al ruim tien jaar voortslepen onder auspiciën van de secretaris-generaal van de VN.

Manuel Carrascalao, een lid van het provinciale parlement van Oost-Timor voor regeringspartij Golkar, wijt de exodus vooral aan een gevoel van onveiligheid onder de Oosttimorese jeugd. Indonesische militairen ter plaatse zouden alle autochthone jongeren als potentiële verzetsstrijders beschouwen. “Ik krijg regelmatig telefoontjes, nog onlangs van twee jongelui die eerder deze maand vergeefs probeerden de Japanse amabassade binnen te dringen. Ze maken zich ernstige zorgen over hun veiligheid”, aldus Carrascalao. Volgens hem klagen de jongeren dat ze voortdurend in de gaten worden gehouden door militairen en zich in hun bewegingen belemmerd voelen. “Begin februari”, vertelt Carrascalao, “werd een groepje Oosttimorezen, toen ze terugkwamen van een feestje, door soldaten in elkaar geslagen.”

Diplomaten in Jakarta zijn van mening dat sommige asielzoekers met hun ambassade-acties de aandacht willen vestigen op de toestand in Oost-Timor, maar dat de meesten eenvoudigweg een uitweg zoeken uit een uitzichtloos bestaan.

    • Dirk Vlasblom