In Algerije weer twee bomaanslagen

ALGIERS, 19 FEBR. Twaalf mensen zijn gisteren in Algerije gedood en zeker dertig gewond bij de bijna gelijktijdige ontploffing van twee met explosieven volgeladen auto's. De aanslagen hadden plaats in Aïn Naadja en Aïn Taya, respectievelijk net ten zuiden en net ten oosten van de hoofdstad Algiers. De slachtoffers maakten zich op het einde van de islamitische vastenmaand Ramadan te vieren.

De Ramadan wordt door moslim-extremistische groepen beschouwd als een geëigende periode voor de jihad, de heilige oorlog. De afgelopen weken zijn dergelijke bomaanslagen dan ook bijna aan de orde van de dag geweest. Vorige week zondag vielen in Algiers meer dan 20 doden en 100 gewonden bij twee explosies, een bij het gemeentehuis van de volkswijk Bab el-Oued en een bij het 'Huis van de Pers', dat enkele onafhankelijke Algerijnse kranten herbergt.

De aanslagen worden toegeschreven aan de Gewapende Islamitische Groep (GIA), de radicaalste moslim-extremistische beweging in Algerije. De GIA wil, in tegenstelling tot facties binnen het eveneens fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS), niets weten van enig vergelijk met de regering in Algiers.

De Algerijnse staatsradio onderstreepte dat de aanslagen een nieuw bewijs vormden van de “barbarij van misdadigers die onschuldige mensen vermoorden, zelfs voor de heilige islamitische Eid al-Fitr”, het feest ter afsluiting van de Ramadan. President Zéroual onderstreepte in een korte boodschap ter gelegenheid van de Eid dat zijn regering “zonder onderbreking de strijd zal voortzetten tegen die misdadigers die het bloed van Algerijnen vergieten”.

Kort voor de nieuwe aanslagen had de regering aangekondigd dat het vier jaar oude nachtelijke uitgaansverbod in tien provincies permanent werd ingetrokken. Het uitgaansverbod was al voor de duur van de Ramadan tijdelijk opgeheven, waarmee de autoriteiten wilden aangeven de veiligheidssituatie nu wel in de hand te hebben. Het was niet onmiddellijk duidelijk of de jongste aanslagen hierin verandering zullen brengen. (Reuter, AFP)