Esthetiek en ruptuur in portret Van Ostaijen

Poëzie = woordkunst. Ned.3, 21.03-22.00u

Daar schrijversportretten op de Nederlandse televisie een zeldzaamheid zijn, kan het initiatief van de RVU een uitzending te wijden aan de honderdste geboortedag van Paul van Ostaijen niet genoeg worden toegejuichd. Poëzie = woordkunst heet de film van Frans Hoeben, Lies Jansen en Jef Boogman.

Die titel is ongetwijfeld ook een programma. Poëzie = woordkunst is een zeer kunstzinnige, esthetische uitzending geworden, waarin de verschillende stadia van het kunstenaarsleven worden geïllustreerd aan de hand van zowel oud archiefmateriaal als nieuw-gemaakte opnamen.

En tussen de bedrijven door zien we dan ook nog uitvoerig, hoe hedendaagse bibliofiele drukkers een uitgave van Van Ostaijens dichtwerken voorbereiden. Zeer uitvoerig zelfs, zien we hoe men probeert in loodzetsel recht te doen aan de originele typografie en de rangschikking der woorden, die Van Ostaijen blijkens zijn manuscript in gedachten heeft gehad. En hoe op de ambachtelijke wijze, die men in de hedendaagse uitgeverij nog maar zelden tegenkomt, het boek tenslotte wordt gedrukt, gevouwen, ingebonden wordt.

Soms bereikt de film grote poëtische hoogten - in de beelden bijvoorbeeld over een verlaten fort, of van de Antwerpse haven, die in Van Ostaijens tijd (en geschriften) het toneel van grote bedrijvigheid was maar in de filmbeelden een onaangenaam doodse indruk maakt.

Minder geslaagd lijkt me de gekozen aanpak echter ter adstructie van het revolutionaire karakter van Van Ostaijens werk, de invloed die hij onderging van de jazzmuziek of van zijn leven in het Berlijn van de vroege jaren twintig. De gedragen en verstilde toon van de film past naar mijn gevoel niet erg bij het dynamische karakter van deze elementen uit Van Ostaijens leven en kunstenaarsschap.

En in zijn geheel kabbelt de film de film te vaak voort, waar Van Ostaijens kunstenaarsschap in de richting van avantgardisme en ruptuur met het oude wijst. Waarmee geenszins gezegd is dat Poëzie = woordkunst niet het aanzien waard zou zijn. Integendeel: de bedenkelijke keuzen van de filmmakers vormen in zekere zin een bewijs van de vitaliteit van Van Ostaijens geschriften.

    • Raymond van den Boogaard