Eerlijke, modale man moet Spanje leiden

José María Aznar is een saaie, enge man, vinden veel Spanjaarden. Maar als de opiniepeilingen kloppen, verslaat hij bij de komende parlementsverkiezingen met glans premier González. Wie is de leider van de Spaanse conservatieven?

MADRID, 19 FEBR. “Opgepast, Aznar komt er aan. Kan ik even bij jou onderduiken?” Een van de standhouders op de kunstbeurs Arco in Madrid maakte zich vorige week, tijdens het bezoek van de gedoodverfde nieuwe premier, lacherig uit de voeten naar een collega. In de centrum-linkse middenklasse waartoe de kunsthandelaar behoort is nog veel zendingswerk te doen voor José María Aznar (42), lijsttrekker van de conservatieve Partido Popular (PP) en de vermoedelijke winnaar van de parlementsverkiezingen op 3 maart.

Maar sommige Spanjaarden hebben hun bakens al verzet. Coryfeeën die jarenlang openlijk de socialistische partij van Felipe González steunden betuigden de afgelopen week hun sympathie aan Aznar. Zoals de variété-artieste Sara Montiel, die bij vorige verkiezingen nog van deur tot deur ging om kiezers voor González te werven. En zoals ex-minister van financiën Miguel Boyer, wiens openlijke steun aan Aznars economische programma voor de socialisten een nog kwalijker voorteken is.

Aznars klimmende populariteit mag een klein wonder heten, want hij heeft een aantal handicaps. Dat hij na zijn rechtenstudie korte tijd belastinginspecteur is geweest - geen beroep waarvoor de gemiddelde Spanjaard veel respect heeft - is een relatief detail. Zijn permanente houterigheid en gebrek aan charisma wegen zwaarder. Aznar spreekt in korte zinnen, met een monotoon en nasaal stemgeluid dat bij velen akelige herinneringen oproept aan de manier waarop dictator Franco zijn aanhang trachtte op te zwepen. Als hij lacht, vertrekt zijn gezicht in een kramp die hem iets van een roofdier geeft. Zijn snor roept sterke herinneringen op aan de tijden van de stomme film. Hij toont kortom niet als regeringsleider, vinden veel Spanjaarden.

De campagneleiders van de PP getroostten zich de afgelopen weken de grootste moeite om het beeld van een enigszins verlegen, gedisciplineerde maar weinig briljante politicus een positieve draai te geven. Tegenover politieke charmeurs als González, met hun vileine trucjes en achterkamertjespolitiek, is nu de beurt aan een eerlijke, modale man om het land te leiden, luidde hun boodschap.

Maar in centrum-linkse kringen roept Aznar vaak wantrouwen en weerzin op. Zijn afkomst uit een Madrileense familie die ooit openlijke sympathie voor de fascistische Falange koesterde, speelt daarbij zeker een rol. “Mensen van mijn generatie zullen niet snel op hem stemmen”, zegt een economisch analist van even in de veertig. “Niet eens zozeer omdat we het niet eens zijn met zijn programmapunten, maar wel omdat we bang zijn dat Aznar straks democratische vrijheden aan banden legt.”

Vorige week was het duidelijk de beurt aan de wereld van kunst en cultuur om overtuigd te worden. Er ging geen dag voorbij of Aznar vertoonde zich in gezelschap van “kunstenaars, zangers, en andere beroemdheden”. Naast de Arco bezocht hij de Madrileense club van schrijvers en literatoren. Opmerkelijk ook was het bezoek afgelopen donderdag aan de dichter Rafael Alberti (93), een hoogbejaarde communist en voorheen electoraal troetelbeest voor links.

De twee voorgaande verkiezingen moest Aznar het afleggen tegen de routineuze charme van premier Felipe González. Maar de volhouder lijkt nu te gaan winnen. Na een bijna veertien jaar onafgebroken bewind van González' sociaal-democratische PSOE, zal Spanje zich bij de komende verkiezingen tot de conservatieven wenden. De PP krijgt waarschijnlijk op een haar na de absolute meerderheid in het parlement.

Een partij-bijeenkomst van de PP in Madrid. Een zaal vol publiek in de middelbare leeftijd uit de behoudende middenklasse. Het haar net gekapt en veel ruitjes-confectie waarin de snit van El Corte Inglés - Spanjes alomtegenwoordige warenhuisketen - is te ontdekken. Aznar komt wat stijfjes het podium op, zijn gezicht in de ernstige frons van een vroeg-oude man wie de last van de verantwoordelijkheid zichtbaar op de schouders drukt. Maar met de verkiezingsboodschap van belastingverlaging, sanering van de overheidsuitgaven, een pact met de sociale partners en een harde aanpak van ETA-terroristen - Aznar was vorig jaar het doelwit van een mislukte moordaanslag - komt de zaal tot leven. “De Partido Popular is een partij in het centrum”, zegt Aznar. Het publiek juicht, de overwinning lijkt al binnen.

Al beweert Aznar het tegendeel, toch speelt het Franco-spook hem parten. Dat komt vooral door zijn band met Manuel Fraga (73), de oprichter van de PP die zijn politieke loopbaan nu afsluit als president van de autonome regio Galicië. Fraga begon zijn carriëre in de jaren zestig als minister onder Franco. En hoewel hij daar als een van de meer hervormingsgezinde geesten met slaande ruzie het veld moest ruimen, stond zijn Alianza Popular, later omgedoopt in Partido Popular, altijd rechts in het politieke spectrum.

Als lid van een nieuwe generatie PP'ers - dertigers en veertigers, onder wie een opvallend hoog percentage vrouwen - heeft Aznar zelf de afgelopen jaren veel banden met het Franco-verleden doorgesneden. Maar bij een aanmerkelijk deel van zijn partij roept de caudillo nog steeds warm-nostalgische gevoelens op. “Het doet me pijn dat de PP zich nu een partij van het centrum noemt”, zei bijvoorbeeld mede-oprichter Gonzalo Fernández de la Mora (71), de man die nog altijd meent dat Spanje met Franco “de meest fatsoenlijke leider sinds Philips de Tweede” heeft gehad.

Aznar heeft vooral ook gevaar te duchten vanuit de liberale flank van zijn partij. Zo werd Alberto Ruiz-Gallardón (37) vorig jaar gekozen als de president van de invloedrijke regio Madrid. Hij geldt als een veelbelovend en competent politicus uit de nieuwe generatie PP-leiders. Ruiz-Gallardón is maar een zacht ei met gevaarlijke ambities, zo vinden echter vele van zijn partijgenoten die niets van een liberale koers moeten weten. Zeker nadat de nieuwe regio-president weigerde een bijltjesdag te houden onder het overwegend socialistisch georiënteerde ambtenaren-apparaat.

De euforie over de aanstaande overwinning dekt de interne spanningen vooralsnog grotendeels af. Aznar profileert zich ideologisch niet al te sterk zodat geen van de deelfracties zich al bedreigd hoeft te voelen. Ook vragen over mogelijke coalitievorming ging hij tot nu toe uit de weg. Die liggen gevoelig, want zonder een absolute meerderheid is hij gedwongen tot samenwerking met andere partijen, maar hoe en met wie is onduidelijk. De Catalaanse en Baskische nationalistische partijen moeten niets weten van de PP-plannen om verdere autonomie van hun regio's een halt toe te roepen. En hoewel de PP met de linkse oppositiecombinatie Izquierda Unida (IU) broederlijk het kabinet-González heeft aangevallen, lijkt samenwerking tussen PP en IU in een kabinet uitgesloten.

Afgezien van een aantal min of meer neutrale hoofdthema's houdt José María Aznar zich daarom zorgvuldig op de vlakte. Intussen wordt druk gewerkt om het imago van de kandidaat verder op te vijzelen. Vorige week verscheen het fotoboek Intieme portretten van José María Aznar, dat in kringen van politieke tegenstanders inmiddels een cult-status heeft bereikt. Vanaf zijn eerste communie tot heden schetsen de plaatjes een beeld van een zorgzame, degelijke familieman. Aznars favoriete bezigheid is zijn werk, zo leert een ingevoegd vragenlijstje, de meeste hekel heeft hij aan “frivoliteit en wreedheid”. Hobby's: paddle tennis en een partijtje domino. Beethoven en Schubert zijn zijn meest geliefde componisten, Don Quichotte zijn fictieheld. Aznars lijfspreuk: “Er is geen doel dat je niet op eigen kracht kan bereiken.”

    • Steven Adolf