Een dode bij bomaanslag IRA op stadsbus Londen

LONDEN, 19 FEBR. Het Ierse Republikeinse Leger (IRA) dat strijdt voor de onafhankelijkheid van Noord-Ierland heeft gisteren in het centrum van Londen een bomaanslag gepleegd op een dubbeldekker waarbij een dode is gevallen en ten minste acht gewonden. De IRA eiste de aanslag vanmorgen telefonisch op bij de Britse televisiezender BBC in Belfast.

In de wijde omgeving van Strand, Aldwych en Wellington Street sprongen de ruiten. De politie sloot de buurt af voor alle verkeer, tot na het spitsuur van vanmorgen.

Ooggetuigen zeiden dat de bus door de explosie in elkaar klapte als een leeg cola-blikje. Daklozen die de portieken in de buurt bevolken, bedekten de bloedende slachtoffers met hun kleren. Gasten in het nabijgelegen Waldorf Hotel protesteerden dat ze in hun slaap waren gestoord.

De Britse veiligheidsdienst MI5 was er al van uit gegaan dat de bomaanslag het werk is van de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger.

Tien dagen geleden heeft de IRA een eind gemaakt aan het staakt-het-vuren in Noord-Ierland dat bijna anderhalf jaar heeft geduurd. Een uur na die aankondiging ontplofte een bom bij het kantorencomplex Canary Wharf in Oost-Londen.

Hierbij kwamen twee werknemers van een krantenkiosk om het leven en werd voor bijna 300 miljoen gulden schade aangericht. Een tweede bom die was achtergelaten in een telefooncel in West End, het theatercentrum van Londen, kon donderdag tijdig onschadelijk worden gemaakt.

Bij de eerste twee aanslagen waarschuwde de IRA tevoren de politie, zodat er nog tijd was om maatregelen te nemen. Zo'n gecodeerd noodsignaal bleef gisteren achterwege. Dat zou kunnen wijzen op een verharding van de IRA-campagne. Maar de politie sluit niet uit dat de explosie in de dubbeldekker een ongeluk was, “een eigen doelpunt”, zoals de Britse autoriteiten dat omschrijven.

Al eerder zijn IRA-koeriers zelf slachtoffer geworden doordat de bom die ze vervoerden vroegtijdig explodeerde. In 27 jaar terreur heeft de IRA nooit eerder een aanslag op een bus gepleegd; die wordt beschouwd als vervoermiddel van het onderdrukte proletariaat.

Deze derde bomaanslag in tien dagen vernietigt de laatste hoop dat het Noordierse vredesproces nog kan worden gered.

Bij de eerste bom geloofden veel mensen in Noord-Ierland nog in een eenmalige actie.

Pagina 4: Oproep aan loyalisten om niet terug te slaan

Bij de tweede bommelding troostten politici zich met de gedachte dat er geen gewonden waren gevallen. Misschien wilde de IRA alleen maar zijn kracht demonstreren. Maar de derde bom leidde vanmorgen tot wijdverbreide verslagenheid. Ken Maginnis, parlementslid voor de Ulster Unionisten verklaarde: “Een periode van relatieve vrede in Noord-Ierland is geschiedenis.”

Enkele uren voor de bomaanslag in Londen verklaarde Gerry Adams, president van Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, nog op een demonstratie in Belfast, dat hij de Britse premier Major en de Unionisten “de vriendschapshand reikte”. Het bittere commentaar van Peter Robinson, adjunct-leider van de Democratische Unionisten, vanmorgen: “Iedereen in het Verenigd Koninkrijk ziet nu wat Adams in zijn hand heeft als hij die uitstrekt. (...) Dit bewijst dat de IRA niet in vrede is geïnteresseerd.”

De Britse minister voor Noord-Ierland, Sir Patrick Mayhew, zei vanmorgen dat de regering niet voor geweld zal buigen. Hij deed een dringende oproep op de loyalistische paramilitairen in Noord-Ierland om de IRA-aanslagen niet met vergeldingsacties te beantwoorden. Maar Gary McMichael, één van de politieke leiders van de loyalisten, waarschuwde dat “elke aanslag een volledige wederopleving van het geweld in Noord-Ierland dichterbij brengt”.

    • Dick Wittenberg