Brüggen begint Matinee-serie met missen van Haydn

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Frans Brüggen m.m.v. Groot Omroepkoor. Gehoord: 17/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 23/2 20.02 uur Radio 4; (20/2 Radio 4; opname 18/2 Vredenburg, Utrecht); tv-uitz. (Haydn): 25/2 13 uur NPS Ned. 3

Frans Brüggen, na zijn bemoeienissen met Mozart, Beethoven, Schubert en Mendelssohn, inmiddels ook een befaamd en boeiend Haydn-interpreet, dirigeerde zaterdag in de Matinee de Mis van Strawinsky, omlijst door twee stukken van Haydn: de symfonie nr 73 'La Chasse' en de Nelson-mis - de eerste van een serie Haydn-missen in dit Matinee-seizoen.

De Mis van Strawinsky (1948), geschreven voor een koor met solo-stemmen en een dubbel blaaskwintet, is een complex van stijlen en stijlcitaten. Die variëren van de dertiende eeuwse Italiaanse zangstijl tot en met die van Strawinsky zelf: met hoort fragmenten uit Oedipus Rex en de Psalmensymfonie in altijd weer het Strawinskiaanse ostinato en de droge, objectiverende klankwereld. Dat koel-rituele is het absolute tegendeel van de subjectieve expressionistische geloofsbeleving waarmee men zich bijvoorbeeld in Verdi's Messa da Requiem kan identificeren. Deze Mis liet mij koud, mede omdat de uitvoering op puur muzikaal niveau juist te weinig recht deed aan het strenge, ornamentsloze idee van Strawinsky. Als het dan zó moet, moet het nog maar extremer en daardoor meeslepender klinken.

De Haydn van Brüggen bij het op 'modern' instrumentarium spelende Radio Kamerorkest, waarvan hij enige tijd chef-dirigent was, is niet zo aansprekend en geprofileerd dan bij Bruggens eigen Orkest van de Achttiende Eeuw, waarmee hij nog tijdens het laatste Holland Festival Haydn ten gehore bracht op hetzelfde podium in het Amsterdamse Concertgebouw. De klank van de strijkers, maar vooral van de blazers is aanmerkelijk minder karaktervol, al ligt wat betreft frasering en articulatie de manier van spelen van het Radio Kamerorkest als Brüggen ervoor staat heel wat dichter bij de authentieke benadering dan die van een conventioneel orkest als bijvoorbeeld de Academy of St. Martin in the Fields.

Toch wringt er iets tijdens een optreden van Brüggen in bij een modern spelend orkest in dit soort repertoire. Als de quasi-authentieke benadering geen opvallende nieuwe extra's oplevert, zoals bij Harnoncourt vaak het geval is, haak ik wel naar iets dat wat minder compromissoir is. De symfonie deed iets minder contrastrijk en enerverend aan dan het geval kan zijn en de Nelson-mis kreeg in het Concertgebouw toch een soms bijna dichtlopend klankbeeld.

Een uitvoering in een akoestisch helderder kerk, zoals in Naarden, zou een briljanter klinkende uitvoering hebben opgeleverd, zeker met een vocaal zo opmerkelijke bezetting. Luba Orgonasova glorieerde in de coloraturen in het Kyrie, en de nog maar 25-jarige bariton Hanno Müller-Brachmann, een leerling van Dietrich Fischer-Dieskau, maakte een geweldig Nederlands debuut - zingend met een buitengewoon fraai sonoor timbre, strak ingezet met groot muzikaal gezag. Jammer dat hij zo weinig solo had te zingen, al was het altijd nog meer dan de prachtige alt Birgit Remmert en de tenor Wolfgang Bünten.

    • Kasper Jansen