Boegbeeld Flop ontbeert ritme en fysieke kracht

BLOEMENDAAL, 19 FEBR. Bloemendaal zonder Floris Jan Bovelander, het vooruitzicht stemde menig liefhebber somber aan de voet van 't Kopje. Toen de hockeyer met de indrukwekkende slagkracht afgelopen winter het laboratorium in Chicago verkoos boven de Nederlandse kunstgrasvelden, was de trotse vereniging plotseling ontdaan van haar boegbeeld. Een club zonder gezicht, in het jaar van het eeuwfeest van de fusieclub.

Om de herinnering aan Bovelander (30) levend te houden, monteerde clubleiding aan het begin van dit seizoen het stralende gezicht van de student medische biologie temidden van zijn poserende teamgenoten. De trucfoto was kenmerkend voor de heimwee naar Flop. Alsof hij nooit was weggeweest, alsof zijn rentree aanstaande was. Gisteren was het zover. Na een afwezigheid van ruim zestien maanden vierde Bovelander voor eigen publiek in het competitieduel tegen Kampong (3-0) zijn comeback bij de club die hij sinds zijn zevende trouw is. Met zijn karakteristieke tred sjokte de lijvige linkshalf over het kunstgras. Het shirt uit de broek, de kousen als altijd afgezakt en het slaghout losjes in de hand.

Het was geen rentree om trots op te zijn, besefte Bovelander na afloop. Het gebrek aan wedstrijdritme, het gemis aan fysieke kracht en de onvermijdelijke conditionele achterstand lieten zich gelden. Hij maakte een frommeldoelpunt, maar de cornerspecialist was niet tevreden. “Met het elftal ging het wel goed. Met mij niet. Fysiek kom ik tekort. Ik hockeyde vandaag puur op techniek en dat is nooit mijn sterkste punt geweest.”

Illustratief voor het ontbreken van vorm en scherpte waren zijn missers vanaf de cirkelrand. Bovelander mocht in de tweede helft vijf keer aanleggen voor een strafcorner, normaal gesproken zijn specialiteit. Dit keer misten zijn slagen kracht en precisie. “Je hoopt d'r meteen vijf in te schieten natuurlijk. Om de bal in een variant af te leggen op iemand anders, nee, dat heb ik niet overwogen. Waarom? Heel simpel: omdat ik er liever zelf één in hak.” De hernieuwde kennismaking met de hoofdklasse was een verademing, benadrukte de gewezen international. Vergeten waren de tijden waarin ontbrak aan spelvreugde. Heel even had hij overwogen met tophockey te stoppen. “Daarom is die rustperiode van een jaar misschien wel goed geweest. Ik heb in Chicago alles van me af kunnen zetten. Heb geleerd me ook voor andere dingen dan hockey in te zetten. Leren relativeren. In die zin ben ik misschien wat serieuzer geworden. Twaalf jaar achtereen hockeyen op het hoogste niveau gaat niet ongemerkt aan je voorbij. Op een gegeven moment roest je vast in allerlei automatismen. Ik was duidelijk even aan iets anders toe.”

De herwonnen geestdrift van Bovelander is mede ingegeven door het verleidelijke vooruitzicht van de Olympische Spelen. Atlanta als sluitstuk van zijn imposante interlandcarrière? “Dat weet ik nog niet. Daarvoor is het nu nog te vroeg.” Toch wil hij de herinneringen aan de gemiste strafbal in de WK-finale van 1994 graag uitwissen. “Die verloren finale heb ik nog heel lang in mijn hoofd meegedragen. Ik wil nog één medaille halen. Een zilveren of bronzen plak staat in mijn ogen gelijk aan een eerste plaats op een WK.”

Bondscoach Roelant Oltmans lijkt bij zijn selectie nauwelijks om de gespierde middenvelder heen te kunnen. Daarvoor is zijn staat van dienst te groot. Vorm of geen vorm. Bovelander: “Het moet niet zo zijn dat ik puur en alleen op basis van mijn naam uitgenodigd word. Maar als ik in vorm ben, hoor ik erbij. En in vorm komen is gewoon een kwestie van een paar weken van hard trainen.”Bovelanders eerste prioriteit is Bloemendaal en Bloemendaals eerste prioriteit heet Bovelander. De club wil na drie jaar wel weer eens landskampioen worden. Bovelander ziet geen problemen. “Ik ben iemand die druk nodig heeft om te presteren. Zonder druk speel ik altijd minder.”

Een eventuele titel zou tevens een laatste eerbetoon zijn aan coach Pieter Offerman (41). De Limburger neemt na zes jaar afscheid van de ploeg die hij twee keer naar de titel leidde. Volgens Offerman worstelt zijn sterspeler met een fikse trainingsachterstand. “Eén jaar is niet in vier weken recht te trekken. Zijn startsnelheid is bijvoorbeeld nog onvoldoende en zijn stickhandling schiet tekort.” Offerman zag ook positieve dingen. “Al slaat-ie nog geen deuk in een pakje boter, dan nog is hij van grote waarde. Er staat iemand en dat weten zijn ploeggenoten ook.”

    • Mark Hoogstad