Ann Hamilton jaagt de woorden op de vlucht

Tentoonstelling: Ann Hamilton - installaties en video. Van Abbemuseum. Tijdelijk adres: Vonderweg 1, Eindhoven. T/m 8 april. Di t/m zo 11-17u.

Een geur van hars en van gezaagd hout hangt in de gang van het museum. Je ruikt het kunstwerk van Ann Hamilton voordat je het ziet. Op zes lange stalen tafels stapelde zij boomstammen, die precies ter breedte van de tafels zijn gezaagd, metershoog op elkaar. De boomstammen zijn zorgvuldig omwikkeld met bedrukte bladzijden uit boeken. Elastiekjes houden de bladzijden op hun plaats. De tekst doet kennelijk niet terzake; er is immers geen beginnen aan om het allemaal te lezen, en bovendien is alleen de tekst aan de buitenkant van de houtstapels zichtbaar. Vóór iedere houtstapel is in het tafelblad een minuscule videomonitor gemonteerd. De monitors zijn bedekt door een mooi afgewerkte, gevoerde lap stof. Wie de lap optilt ziet in close-up kleurenbeelden van handen die met iets bezig zijn. Met naald en draad worden zwarte steekjes genaaid op grof wit linnen, een hand schrijft met een krijtje schurend op glasplaat, twee vingers plukken aan een dun maar sterk stukje doorzichtig vlieseline.

Hamilton (1956, Lima - Ohio) wil kunstwerken maken waar de taal moeilijk vat op krijgt. Het kunstwerk moet door de beschouwer in de eerste plaats zintuiglijk worden ondergaan; niet alleen visueel, maar met alle zintuigen. En het herkennen, het formuleren van wat men ziet, moet zo lang mogelijk worden uitgesteld. Hamilton wil 'ervaringsruimten' creëren die allerlei associaties oproepen, en die zo raadselachtig en complex zijn dat het moment van benoemen zo lang mogelijk achterwege blijft. Het gaat haar om de vraag of er een werkelijkheid buiten de taal om kan bestaan, en hoe we die ondergaan.

Toch is de taal, in gesproken of geschreven vorm, in al haar werken expliciet aanwezig. Maar ook hier is het Hamilton vooral te doen om, hoe gek het ook klinkt, de zintuiglijk ervaarbare aspecten van alles wat met taal te maken heeft: boeken, papier, stemgeluid. De inhoud van wat gesproken of geschreven wordt doet hier niet terzake. Typerend is de herinnering (opgenomen in haar boek Tropos, 1994) aan haar oma die haar vroeger tussen allerlei huishoudelijke klusjes door vaak voorlas: “Ze las me voor, en ik begon onmiddellijk te dagdromen. Dus als je me vraagt wat ze las kan ik je alleen vage antwoorden geven. (...) Wat ik me herinner is vooral haar stem, het ritme van het lezen. Het kon me, nadat we Winnie the Pooh hadden gehad, niet schelen wat ze las (....).” Het werk 'Tropos' bestaat uit een boekenplank, bevestigd langs de wanden van een kleine tentoonstellingszaal, met daarop 47 opengeslagen boeken van identiek formaat. De regels uit de boeken zijn allemaal, één voor één, door Hamilton weggebrand met een hete burijn. Terwijl ze las vaagde ze de woorden weg, met de burijn als een pen in de hand. Zo is het steeds weer, het is de rode draad door haar werk: Hamilton schakelt de taal uit, verjaagt de woorden, maakt ze 'sprakeloos'. In de videoruimte in het Van Abbe bijvoorbeeld monteerde Hamilton in elk van de vier muren een kleine monitor. Op een ervan zien we een mond propvol met ronde kiezelsteentjes. De mond wentelt de kiezelsteentjes als toverballen om en om, als om ze te proeven. De stenen benemen de mond het vermogen tot praten, een omkering, lijkt het, van het verhaal van de beroemde redenaar Demosthenes die van zijn stotter-handicap afkwam door steentjes in de mond te nemen.

Er spreekt weemoed uit de kunst van Hamilton. Het is alsof zij terug wil naar de manier waarop een kind dat de taal nog niet machtig is de wereld tegemoet treedt. En ook uit de nadruk die zij legt op handwerk, ambachtelijkheid, spreekt nostalgie. Het knopen van een tapijt van paardehaar, het zagen van al die boomstammen en ze omwikkelen met papier, het zijn allemaal klussen die Hamilton met de hulp van vrijwilligers uitvoert. Maar het is niet alleen maar nostalgie. Uit de precisie en het geduld waarmee ze dit werk doet blijkt een liefde, een zorg om de dingen, een verantwoordelijkheidsgevoel jegens de omringende wereld. Het samenwerken met anderen maakt daar ook deel van uit. Hamilton wil zich niet isoleren, zij zoekt naar contact met de wereld en met anderen. Haar kunst belichaamt dit. Zij wil helemaal op kunnen gaan in het kunstwerk, zegt ze in een interview, “and I want it to be really beautiful and really present.” En zo is het. Haar werk is mooi, en heel aanwezig.

    • Janneke Wesseling