Afgezant mensenrechten te spreken over opstelling Iran

GENÈVE, 19 FEBR. De speciale afgezant van de Verenigde Naties voor de mensenrechten in Iran, Maurice Copithorne, heeft zaterdag de autoriteiten in Teheran geprezen voor hun medewerking tijdens zijn zesdaagse bezoek aan de Iraanse hoofdstad. Op een persconferentie in Gnève zei de Canadese jurist niet het gevoel te hebben dat de Iraanse regering mensen had verhinderd hem op te zoeken. Hij zei dat honderden Iraniërs hadden geprobeerd hem te spreken te krijgen.

“Ik heb het gevoel dat ze (de autoriteiten) werkelijk willen meewerken (...) hoewel ze van mening zijn dat het onterecht is dat ze voor deze behandeling in aanmerking komen”, zei Copithorne. Het was de eerste keer sinds 1991 dat Iran een VN-afgezant voor de mensenrechten tot het land toeliet. Een bezoek van zo'n speciale afgezant is de ergste sanctie die de VN-Commissie voor de mensenrechten tegen een land kan toepassen.

Copithorne zei bijna iedereen te hebben kunnen ontmoeten die hij op zijn lijst had gezet, evenals, onder vier ogen, gevangenen, mensenrechtenactivisten en particuliere Iraniërs. Hij zei “een levendig debat” te hebben gevoerd met Iraanse functionarissen over hun stelling dat de Westerse conceptie van mensenrechten in strijd is met veel culturele en religieuze tradities in islamitische landen. Adjunct-parlementsvoorzitter Hassan Rowhani vertelde Copithorne bijvoorbeeld dat de mensenrechten “geleidelijk een werktuig van grote mogendheden” zijn geworden om druk op Iran en andere landen uit te oefenen. (Reuter, AP, AFP)