Zorgen VS over Bosnisch 'kamp voor terroristen'

DUSINA/ WASHINGTON, 17 FEBR. De Verenigde Staten hebben “uiterst verontrustende” informatie ontvangen dat Bosnische regeringsfunctionarissen betrokken waren bij een “trainingskamp voor terroristen” bij Sarajevo dat donderdag door de NAVO werd ontdekt.

Volgens een woordvoerder van het State Department hebben de Verenigde Staten de Bosnische regering om uitleg gevraagd, en verwachten zij “volledige medewerking”. In het “trainingskamp” in een skichalet in een afgelegen vallei dat donderdagmiddag door de NAVO-macht IFOR werd ontdekt, leidden volgens Washington vijf Iraniërs, “van wie sommmigen mogelijk over diplomatieke status beschikten” Bosnische regeringsagenten op. IFOR sprak overigens van drie Iraniërs, allen met de diplomatieke status.

De aanwezigheid van buitenlandse strijders - mujahedeen - in Bosnië na 19 januari is geheel in strijd met de vredesakkoorden van Dayton. Zij worden beschouwd als ernstige bedreiging voor de NAVO-troepen. De Amerikaanse woordvoerder wees erop dat als dit probleem niet wordt opgelost, de Amerikaanse belofte het Bosnische regeringsleger te oefenen en uit te rusten op losse schroeven komt te staan. Het onderwerp wordt volgens hem een van de belangrijkste die zullen worden aangesneden tijdens het crisisberaad in Rome, dit weekeinde, van de Servische, Kroatische en Bosnische presidenten met de buitenlandse bemiddelaars van de contactgroep over het vredesproces in Bosnië.

In het chalet, waar journalisten gisteren werden rondgeleid, lagen onder andere kinderspeelgoed gevuld met explosieven, sluipschuttergeweren en detonators. Een map bevatte een operationeel plan voor de ontvoering van een Servische verbindingsofficier uit een gebouw in Sarajevo. Een portret van wijlen de Iraanse geestelijk leider imam Khomeiny lag op een tafel.

De Bossnische autoriteiten spraken de beschuldigingen van NAVO-zijde gisteren tegen. Volgens hen huisvestte het gebouw een legale opleiding voor “anti-terreureenheden van het ministerie van binnenlandse zaken om oorlogsmisdadigers aan te houden”. IFOR-commandant admiraal Leighton Smith zei dat president Alija Izetbegovic op zijn beurt hem had verzekerd dat “dit een oud opleidingscentrum was, dat in feite werd gesloten en dat de mensen die we er aanhielden (naast de Iraniërs ook acht Bosniërs) daar waren om alle uitrusting te verwijderen”.

Een van de Iraniërs, die over een diplomatiek paspoort beschikte, werd onmiddellijk vrijgelaten. De overige twee hadden geen diplomatieke onschendbaarheid. Zij werden samen met de Bosnische arrestanten aan de Bosnische regering overgedragen, die had beloofd hen te berechten dan wel uit te wijzen, voor zover het over buitenlanders ging. (Reuter, AFP, AP)