Wie op Uilenstede woont, wil er weg; Een getto voor groentjes

Een utopisch dorp voor brave studenten moest het Amsterdamse wooncomplex Uilenstede worden. Maar jongeren bleken minder eenvormig dan verwacht. De flats kregen de bijnaam 'Jumping Amstelveen': soms sprong er een wanhopige adolescent vanaf. 's Lands grootste woonschool voor studenten heeft inmiddels een 24-uursopvang voor wie in psychische nood verkeert. Dertig jaar aanpassing aan een opgelegd ideaal: wie niet tolerant is op Uilenstede, wordt gek.

“Ik blijf niet lang hoor.” De nieuwkomer staat in de gang van eenheid 114, rugzak over zijn schouders, een lamp in de ene hand en een plastic zak in de andere. Zijn nieuwe buren knikken: dat kennen ze, ja.

Medicijnenstudent Ali (28) weet nog dat ze op eenheid 114 aankwam en dat ze daar een jongen aantrof die er zeven jaar woonde. Zeven jaar! Wat voor bijzondere diersoort moest dat wel wezen. Dat is inmiddels ook al weer zeven jaar geleden en Ali woont er nog steeds. Nu zegt buurman Frank (22) - zelf twee, god nee, al drie jaar op eenheid 114 - over haar: “Ik hoop niet dat ik zo'n monument word als Ali.” Zij weet zeker: “Als ik klaar ben met mijn co-schappen, ben ik weg.”

Wonen op Uilenstede is er weg willen. Die ene bewoner die hier al dertig jaar woont, is een unicum. Want gemiddeld verblijft men hier zo'n drie jaar. In de dertig jaar dat Uilenstede bestaat, hebben zo'n dertigduizend jongeren hier gewoond. Het grauwe campus-achtige complex, op de grens van Amstelveen en Amsterdam en op een steenworp afstand van de vroegere eigenaar, de Vrije Universiteit, is al vanaf de snelweg te zien. Zes betonnen woontorens van twaalf en dertien verdiepingen hoog, omringd door 'laagbouw' - flats van ten hoogste zeven verdiepingen - en wat groen.

Dit is 's lands grootste 'woonschool' voor studenten. De campus van de universiteit in Enschede is met ruim 2000 woningen groot, maar niet zo groot als Uilenstede. En beruchte 'grootschalige' studentenflats als het Tuindorp-West Complex in Utrecht, de Koningslaan in Rotterdam-Alexander of de Krakeelhof in Delft zijn muizenstulpjes vergeleken bij de moloch aan de Amstelveense Kalfjeslaan. Uilenstede - de naam is geen bijnaam - omvat 2.700 'onzelfstandige' en 300 zelfstandige woningen. 'Onzelfstandig' houdt in dat je met ten minste dertien anderen de gang en de keuken deelt en soms ook wc's en douches.

Het complex werd aan het eind van de jaren zestig gebouwd voor het toenemend aantal studenten aan de Amsterdamse Vrije Universiteit (VU) en de toenmalige Gemeente Universiteit (GU). Nu wonen er behalve studenten ook werkende jongeren, werklozen en asielzoekers, die tussen de 18 en 29 jaar oud zijn. De groep niet-studerenden groeit: van ongeveer vijf procent van de gehele populatie van Uilenstede in 1990, tot dertien procent in 1994.

In de tijd die een bewoner hier doorbrengt, op kamertjes van 14 tot 16 vierkante meter, krijgt hij een spoedcursus volwassen worden. Voor het eerst huur betalen, alleen koken, een huis inrichten en verantwoordelijk zijn voor de telefoonrekening. Op Uilenstede wordt de bewoner voor het eerst verliefd, of hij maakt het weer uit en vecht ruzies fluisterend uit door de gemeenschappelijke telefoon op de gang. Op Uilenstede wóón je niet alleen, je kunt er ook een baantje vinden bij het uitzendbureau ASA, de conditie trainen en voetballen in het sportcentrum, naar de film in het filmhuis, de creativiteitscursus volgen in het buurtcentrum, boodschappen doen bij de 'studenten'-super en goedkoop eten en drinken in de sociëteit.

Hoe massief en anoniem Uilenstede ook oogt, het is ooit als 'dorp' bedacht door architect Leo De Jonge (78). Een utopisch dorp, waar de verschillende 'flatjes' omringd waren door waterpartijen en groen, verbonden door knusse houten bruggetjes; een gemeenschap waar de studenten als in een jeugdherberg samenleefden. Er is geen grotere tegenstelling denkbaar tussen dit romantische idee en de grootsteedse werkelijkheid die Uilenstede werd. Want studenten die tussen 1967 en 1972 de nieuwe flats betrokken, waren niet allemaal braaf en keurig, volgden niet allemaal trouw van negen tot vijf colleges en gingen niet in het weekeinde met hun wasgoed naar moeder thuis. De jongeren vanaf 18 jaar bleken geen eenvormige groep, ze zwalkten tussen kindertijd en volwassenheid, tussen onzelfstandigheid en zelfstandigheid - met alle problemen van dien. De woonvorm waarbij je met z'n veertienen verantwoording deelt op een eenheid, leidde - en leidt nog steeds - tot soms explosieve situaties.

Asociaal

Elke woontoren op Uilenstede kent z'n eigen spookverhaal dat de nieuwe bewoner krijgt ingefluisterd als hij voor het eerst z'n kamer betreedt. “Het waren geruchten die je opving in de lift, de supermarkt of op college”, zegt Esther (33). Zij kwam in 1980 op de middelste GU-torenflat wonen. Haar ouders hadden haar boeken, kleren, haar visnet en wat nieuwe keukenspullen in de auto geladen en haar naar Amstelveen verhuisd. “Dus was het verhaal angstig herkenbaar”, zegt ze. “Een student was op dezelfde manier als ik verhuisd - zijn ouders hadden zijn spullen in hun auto geladen en tot aan de ingang van de flat gereden om uit te laden. Flatsj! Daar viel een andere student in de bosjes vlak naast de auto. De jongen was van tien hoog naar beneden gesprongen. Welkom op Uilenstede.”

Achter de flat van eenheid 114 werd een jaar geleden in een sloot een aan stukken gesneden lijk gevonden. In een felblauwe Uilenstede-vuilniszak zoals die alleen nog in díe flat en twee andere werd gebruikt. Alle verdenkingen gingen uit naar een jongen die een paar verdiepingen hoger woonde, vertelt Ali. “Z'n hele eenheid heeft tegen hem getuigd. Hij werd gearresteerd en bleef drie maanden weg. Maar de politie kon niet bewijzen dat het zijn vriendin was, die in die zak zat, want het hoofd van het lijk is nooit gevonden. Toen kwam hij weer terug wonen, op z'n oude eenheid. Iedereen is eraf gevlucht.”

'Jumping Amstelveen' - ja, natuurlijk kent sociaal beheerder Louis Lengams die bijnaam van Uilenstede. Toch valt het aantal window jumpers wel mee, haast hij zich te zeggen. Exacte cijfers over langere tijd heeft hij niet. De afgelopen drie jaar maakte hij twee gevallen van suïcide mee. En trouwens, hij spreekt liever van 'ongevallen'. “Die hebben meestal 's avonds plaats, als het donker wordt en gaat waaien. Dan gaan mensen gek doen.”

Lengams heeft z'n hele loopbaan op Uilenstede gesleten. Als student kwam hij er in 1984 wonen, waarna hij opklom in de hiërarchie. Eerst werd hij 'eenheidsvertegenwoordiger' , toen beheerder van een vleugel van twaalf eenheden en nu is hij Chef Sociaal Beheer. Deze dienst geeft 24 uur per dag acute sociale en psychische hulp aan bewoners die dat nodig hebben. En als de dienstdoende sociale beheerder de vraag niet aankan, staat de RIAGG meteen op de stoep, zegt Lengams trots.

Hij gaat voor van flat naar flat, van noord naar zuid, het hele terrein over. De wind giert. Elke twee minuten scheert een vliegtuig over het dak van de torens. Uilenstede ligt vlakbij de bulderbaan van Schiphol. Ondertussen komt Lengams bekenden tegen, steeds weer, en hij maakt praatjes: “Hee Tamara, hoe gaat het met je studie?”, en: “Frits, jij bent nu toch afgestudeerd? Lukt het een beetje met solliciteren?”

Het is een kwetsbare groep waar Lengams 'huisvader' over speelt, een groep die makkelijk ontspoort. “Op de leeftijd tussen 18 en 25 jaar sta je erg onder druk”, zegt hij en hij schetst het scenario somber. “Je bent net onder de vleugels van je moeder vandaan. Komt in een nieuwe stad te wonen in een gemeenschap van mensen waar je niet voor gekozen hebt. Je ouders verwachten veel van je, maar je kunt je tentamens niet bolwerken. Je moet van een kleine beurs voor jezelf zorgen, zelf koken, geld opzij zetten voor je huur.” Een betalingsachterstand is zo opgelopen, weet Lengams uit ervaring. En dan wordt de adolescent als volwassene aangepakt - met uitzetting, deurwaarder en de hele rataplan.

Vorig jaar kwam zijn dienst 313 keer in actie. Geluidsoverlast, zwervers, (levens)bedreigende situaties, inbrekers en bewoners die zich a-sociaal opstellen. Veel problemen die hij tegenkomt zijn te wijten aan de specifieke samenlevingsvorm op Uilenstede. Problemen van veel mensen op een kleine eenheid.

“Bij grotere eenheden is het altijd bonje”, weet J.B. Benraad, sinds 12 jaar directeur van de Stichting Studentenhuisvesting in Rotterdam. “Daar gaan de koelkasten uit het raam, daar worden de corpsfeesten met zakken meel uitgevochten.” Op nieuw gebouwde en gerenoveerde studentenflats hier wordt allang niet meer in grote groepen gewoond. Benraad splitste de grote eenheden van tien personen op in dubbele kamers voor vijf personen. En nieuwe flats bouwt hij als tweepersoons-huishoudens. Want: “Je kunt beter met een klein aantal dan met een grote groep te gronde gaan.”

Behalve dat Uilenstede groot en eenvormig is, kent men er niet het systeem waar corporaties voor jongerenhuisvesting in Delft, Rotterdam en Utrecht bij zweren: het zogenaamde 'coöptatiesysteem' waarbij studenten zelf een nieuwe bewoner mogen 'inkiezen'. Op Uilenstede schrijven jongeren zich in voor een kamer en worden dan - afhankelijk van het aanbod - 'blind' op een afdeling geplaatst.

Volgens Lengams heeft dit systeem zijn voordelen. “Uilenstede is een woonschool, waar je moet leren omgaan met mensen van de verschillendste achtergronden die de verschillendste normen hanteren. Studenten, asielzoekers, ROA-klanten: ze moeten leren verantwoordelijkheden te delen, met elkaar rekening te houden, ook als iemand niet je vriend is of dezelfde studie doet. Samen schoonmaken, de telefoon en de elektrische pitten in de keuken delen, en vooral - geen viezigheid achterlaten voor een ander.” Wat is vies? “Vies is als je blijft plakken aan de vloer.”

Aangekoekt vet

'Tolerant' is het toverwoord op Uilenstede. Ben je het niet als je komt, dan moet je het snel zien te worden, anders word je gek. Er hoeft maar één idioot met z'n voet tegen de radiator te kloppen, of de hele flat hoort het. Basrillingen van stereo-installaties kruipen verdiepingenhoog langs de muren. De keukens zijn opslagplaatsen voor veertien afwassen-van-dagen. En welke aso heeft getelefoneerd, maar de verbelde tikken niet genoteerd? Etenstijd op eenheid 188. De lucht zindert van het vet. Michi uit Curaçao bakt vis in een koekepan die tot aan de rand gevuld is met zonnebloemolie. Ze wentelt de filets door het paneermeel en klatsjt de stukken in de pan, telkens weer klotst de olie over de rand. Michi maakt een feestmaal, ze krijgt vrienden op bezoek, in haar kamer.

Eén voor één komen de bewoners de keuken binnen, koken, eten zwijgend en keren terug naar hun kamers. MTV staat en blijft aan. Eenheid 188 is een 'geïmplodeerde' afdeling. De vaste kern van bewoners is de afgelopen anderhalf jaar weggetrokken. De kamer van de 'gezelligste' jongen is een maand geleden ontruimd door de deurwaarder. “Dirk keek nooit in z'n postvakje waar de aanmaningen binnenkwamen”, zegt Corina (19). Met Dirk is de saamhorigheid, het afdelingsleven verdwenen.

De acht elektrische kookplaten zijn aangekoekt met vet, overgekookte melk en ingebrande rijstkorrels. “Uilenstede? Da's een gigantisch trappenhuis met deuren eraan”, zegt Stefan (19). Hij is tweedejaars student bewegingswetenschappen aan de VU, komt uit Axel in Zeeuws-Vlaanderen en gaat ieder weekeinde terug naar z'n ouders. Viereneenhalf uur reizen heen op vrijdag, viereneenhalf uur terug op zondag. “Ik werk in de supermarkt daar. Best gezellig hoor”, zegt hij half-verontschuldigend.

Stefan gaat aan de keukentafel zitten tussen de rommel van anderen, en snijdt in kaarsrechte reepjes: vier champignons, een knoflookteen, een ui, een preitje. Hij roerbakt het prutje. De ene helft is voor vandaag, de andere voor morgen. Stefan woont sinds anderhalf jaar op 188, vroeger had hij nog weleens 'een goed gesprek' met iemand, maar sinds Dirk weg is, heeft hij 'die troep hier nu wel gezien'. Hij wil weg, maar waarheen?

Aan de muur hangt de schoonmaaklijst. Voor ieder klusje krijg je betaald, uit een fonds van de woningcorporatie. Eén keer de koelkast schoonmaken - ƒ 1,50; oud papier wegbrengen - ƒ 1,50 ; de keukenvloer dweilen - 5 gulden; de gang - 5 gulden. Stefan wijst op de twee meter grote berg oud papier en lege flessen in de hoek voor het aanrecht. “Dat zal ik volgende week maar eens opruimen. Reken maar uit. Zes weken niet gedaan. Dat ben ik weer 20 piek rijker.”

Ook de tweedejaars psychologiestudent Merlijn (25) gaat zijn eenheidsgenoten zoveel mogelijk uit de weg. Sinds hij anderhalf jaar geleden op Uilenstede kwam wonen, kampt hij met slaapproblemen. “Meestal slaap ik pas om drie uur in, tot die tijd kijk ik naar de stomste televisieprogramma's of ik ga maar weer wat studeren. Er wonen hier teveel mensen op een kluitje. Het is hier net een fabriek.”

Zijn bovenburen zijn 'echt asociaal': beneden woont een jongen die overdag 'keihard' de muziek aan heeft staan. “En dan niet één keer een liedje, maar vier keer hetzelfde achter elkaar”. Boven woont een stel dat iedere avond pas om 1 uur naar bed gaat, dan eerst heel hard met elkaar gaat praten en dan uitgebreid seks heeft. “En dat zo'n vier keer in de week.” Merlijn wil weg van Uilenstede. Hij zoekt met twee vrienden een flat in Amstelveen. “Dan heb je aanspraak bij mensen die je zelf uit hebt gezocht. Maar je kunt je ook terugtrekken op je kamer.”

Tips

Het toenemend individualisme onder jongeren is een trend die Sabine Teeuwisse, directielid van woningcorporatie Intermezzo, sinds een paar jaar signaleert. “De bewoners zijn zakelijker dan vroeger, en meer op zichzelf”, zegt ze. Tegelijkertijd zijn ze onzelfstandiger geworden. “Het aantal ouders dat met hun kind meekomt om de sleutel van de nieuwe kamer op te halen groeit. In mijn tijd was daar geen sprake van.”

Intermezzo reikt aan ieder die voor het eerst een huurcontract voor een kamer op Uilenstede ondertekent, een hardplastic brochure uit. Behalve informatie over je huurcontract, de indeling van het terrein en de winkels in de buurt waar je goedkoop boodschappen kunt doen, vindt de bewoner hier 'tips' zoals hoe het beste de kalkaanslag in de wc te verwijderen ('door een regelmatige - wekelijkse - schoonmaakbeurt') en welke middelen daarvoor te gebruiken zijn ('Jif, Vikal, WC-eend of schoonmaakazijn'). “Mensen die hier komen zijn doorgaans zo groen als gras”, zegt Teeuwisse.

Omdat Intermezzo de flats niet bouwkundig heeft aangepast aan de veranderde wooneisen van de studenten, probeert de corporatie de bewoners 'sociaal besef' bij te brengen. Zo wordt nieuwe bewoners gevraagd hun kamer toch vooral niet op te sieren “met tekeningen of teksten, hoe mooi dan ook”. Immers: “Voor de nieuwe bewoner, die ze minder waardeert, kunnen ze bij het opknappen van de woning een ramp zijn.”

Volgens Teeuwisse was het wonen op Uilenstede in de jaren zeventig en een deel van de jaren tachtig een groepsgebeuren. Het laissez-faire-principe vierde hoogtij. Dat betekende dat er altijd wel rommel op het terrein lag - autowrakken, vuilnis - en dat de flats er armetierig uitzagen (pas in 1990 is het eerste grote onderhoud van Uilenstede uitgevoerd). Maar gezellig dat het was.

Carry Bomhof, die in 1979 op Uilenstede kwam, herinnert zich het eenheidsleven al even enthousiast. Ze woonde eerst op eenheid 64, maar toen het uitraakte met haar vriendje dat ze daar had ontmoet, verhuisde ze naar nummer 68. Vijf jaar bracht ze op de studentenflat door. Natuurlijk wilde zij vooraf ook liever in het centrum van Amsterdam wonen, maar achteraf had ze geen spijt van Uilenstede. Vriendinnen van haar zaten soms “dik te vereenzamen” in hun kamertje in de stad.

Zij herinnert zich haar eenheid als de knusse basis van waaruit je de nieuwe wereld verkende. “Het was een overgangssituatie van de bekende wereld van de middelbare school - die vrienden raakte je kwijt - naar de nieuwe vrienden op Uilenstede.” De eenheid nam ook de functie van thuis over: “Als je een tentamen had gedaan, vroegen je medebewoners hoe het was gegaan.”

Vriendschappen reikten van flat naar flat, niet tot in de stad. “Het was ook zo makkelijk om hier een netwerk te maken, je kwam elkaar steeds tegen en je kreeg voortdurend kennissen van vrienden in je keuken. Nieuwe liefdes ook. Al was dat weleens lastig en moest je nogal eens verhuizen als het weer uit was geraakt met je buurman.”

Het netwerk leidde Carry naar wat toen nog de Uilenraad heette, de bewonersvereniging van Uilenstede. Het was eind jaren zeventig, de tijd van grote demonstraties en participatie was al weggeëbd. “De betrokkenheid was geringer dan tien jaar ervoor,” zegt Carry. “Maar groter dan weer tien jaar later.” Wie destijds tot zo'n bewonersvereniging wilde toetreden, hoefde het maar te zeggen, of die zat erin. De bewonersvereniging was een vorm van democratietje spelen. Praten, vergaderen, stemmen - “Het was een dagtaak hoor”, zegt Carry's man Lex die ze op Uilenstede heeft leren kennen. “En een nachttaak”, vult Carry aan. “Na de officiële vergadering gingen we altijd doorpraten in de soos.”

Shockproof

De drie bestuurders van de huidige bewonersvereniging VBO praten ook nog wel eens door tot in de soos, maar over het algemeen is de drang tot participatie onder bewoners gering geworden. Economie-student Roy ziet zijn deelname (vergoeding: 200 gulden per maand en studie-uitstel) vooral als een extra punt onder het kopje 'bestuurservaring', straks op zijn curriculum vitae.

Betrokkenheid is zeldzaam geworden. Toen de meest recente huurverhoging werd aangekondigd, middenin de renovatie, wilde Sandra (24) van eenheid 114 daartegen protesteren. Of de bewonersvereniging haar niet kon steunen. Nee, zeiden ze, alleen als je de hele flat meekrijgt. Mooi niet. Eenheidsgenoot Frank, die de 'nestor' van 114 is, denkt daar inmiddels anders over. Hij ging laatst voor het eerst naar een bewonersvergadering en daar kreeg-ie een tientje in zijn hand gedrukt. Gewoon om erbij te zijn. Hij gaat nu vaker vergaderen. Het levert net zoveel op als de keuken opruimen of de gang dweilen.

De voortschrijdende individualisering is ook zichtbaar in de inventaris die door de jaren heen bij een nieuwe kamer hoorde. In de jaren zeventig kreeg je een complete 'shockproof' inboedel, gratis: een ijzeren bureau met stoel, een ijzeren boekenkast, een bed met plastic matras, een prullenbak. De gordijnen waren al opgehangen (groen, okergeel, blauw of roestkleurig), vuilniszakken en wc-papier werden gratis verstrekt (omdat de studenten anders wel eens met krantepapier de pot zouden kunnen verstoppen), er stonden eenheidsketels en eenheidspannen op de kookplaten, er was een 'alleszuiger' per eenheid en de huismeester kwam iedere week de handdoeken en theedoeken verschonen.

Dat werd minder en minder - Lex en Carry hadden eind jaren zeventig al geen eenheidspannen meer en gordijnen hingen er ook niet langer. En wie in 1996 een nieuwe kamer binnenkomt, vindt niets anders meer dan de linnenkast in de gang, een biobak om het GFT-afval in te verzamelen en de sporen van de vroegere bewoners.

En het casco Uilenstede? Zelfs dat zou nu nooit meer gebouwd worden, zegt Teeuwisse. “Als we nu nieuwe huisvesting voor jongeren zouden bouwen, zouden we differentiëren. Twee- en driekamerwoningen. De doelgroep 'student' bestaat niet meer.”