Tieners in tranen om einde jongensband

ROTTERDAM, 17 FEBR. Platenmaatschappij RCA in Hilversum was deze week dagenlang in rep en roer. De administrateur, de juffrouw van de kantine en de secretaresse stonden honderden snotterende, wanhopige en ontroostbare tieners te woord, voornamelijk meisjes. De centrale kon de telefoontjes niet aan en sloeg op tilt. De consternatie werd veroorzaakt door vier jonge Britten: Jason, Gary, Mark en Howard. Zij vormden de populaire popgroep Take That, die dinsdag ter ziele ging.

Het nieuws hing al een tijdje in de lucht, maar dinsdag kwam het hoge woord eruit. Take That, een populaire jongensband die zes jaar geleden werd opgericht, is niet meer. Direct trad een gigantische hulpmachine in werking. Take That kondigde aan eigen emergency hotlines open te stellen. De Engelse Childline zette een telefonische hulpdienst op. In Duitsland probeerden medewerkers van het jongerenblad Bravo zelf de wanhopige meisjes te woord te staan.

In Nederland belden de pubers vooral naar de platenmaatschappij van Take That in Hilversum. Voor de medewerkers van de maatschappij kwam het nieuws toch nog onverwacht; maandag hadden ze van het Engelse hoofdkantoor te horen gekregen dat er van de geruchten als zou de groep binnenkort aan een afscheidstournee beginnen “absoluut niets waar was”. Nauwelijks een etmaal later maakte Take That in een persconferentie, die live werd uitgezonden op de muziekzender MTV, het einde bekend.

Snel stuurde de platenmaatschappij een fax naar de organisatie Kindertelefoon en de stichting Korrelatie. Naar de 18.500 fans die zijn aangesloten bij de speciale Take That-service van RCA zond het bedrijf dezelfde dag nog een brief met informatie. Nadat de telefooncentrale het had begeven opende het bedrijf een 06-nummer. Het radioprogramma voor pubers The Magic Friends opende een dag later ook een telefoonlijn. Tieners huilden op de radio: “Ik ben naar mijn vriendin gegaan, die troost me. Ik weet niet hoe ik verder moet” en “Hoe kunnen ze dat nou doen? Precies op de verjaardag van Robbie!”

Met Robbie was de ellende begonnen. Dit vijfde lid van Take That verliet vorig jaar onverwachts de band. Hij had meer dan genoeg van het harde regime van manager Nigel Martin Smith, die contractueel had laten vastleggen dat de jongens geen alcohol en drugs mochten gebruiken en geen verkering mochten hebben. Rob Williams (22) zou zich vooral tegen deze no-romance clausule hebben gekeerd.

De gevolgen van deze beslissing deden aan de laatste dagen van de Beatles denken. In Nederland hingen meisjes huilend bij RCA aan de telefoon, in Italië hielden duizenden fans sit-ins, in Berlijn deed een meisje een poging tot zelfmoord, in Engeland dreigden haar leeftijdgenoten met dergelijke pogingen. In Hannover treurden circa honderd meisjes op straat om Robbie. En werden vervolgens aangevallen door een groep van veertig punkers, die naderhand zeiden een hekel te hebben aan de “slappe en synthetische” muziek van Take That.

Muzikaal stelde Take That inderdaad weinig voor. Soms greep de groep terug op het - voor hen - verre verleden en stak nummers uit de jaren zeventig in een nieuw jasje. 'Relight my fire' van Dan Hartman is daarvan een voorbeeld, evenals de huidige single 'How deep is your love' van The Bee Gees. De groep was dan ook niet opgericht uit muzikale overwegingen. Talentjager en latere manager Smith zocht in 1990 doelbewust vijf jongens, vrij van puistjes en borsthaar, met lichamen waar de laatste mode goed op stond en een fluwelen oogopslag. Pin ups voor ontluikende meisjes van dertien, ideale schoonzonen voor bezorgde moeders.

De marketingstrategieën deden hun werk. Posters, video's, sjaaltjes, kalenders en zelfs plastic Take That-poppen vlogen over de toonbank. In Nederland verkocht de band van hun drie albums 250.000 exemplaren en stond zij vier keer in de top tien. In Engeland verkochten de jongens tien miljoen platen en bekleedden ze zeven keer de eerste plaats van de hitparade. Beroemd werden ze wel, eer behaalden ze niet. Een commentator van de Engelse krant The Guardian omschreef Take That als “four teenybop John Majors. With worse hair”.

In de Engelse pers werd de afgelopen dagen veel geschreven over het einde van de populaire jongensband. Ook werd vaak gewag gemaakt van het laatste optreden van de groep, begin april in Nederland in het programma TV-show. Daarop belden Engelse fans massaal naar de platenmaatschappij voor een kaartje. “Ik krijg de indruk dat boten vol met meisjes op weg zijn”, aldus RCA-medewerker Y. Wester.

De Tros, die het programma uitzendt, is de afgelopen dagen “helemaal suf gebeld”, zegt een medewerker. Honderden meisjes hebben gebeld en geld geboden voor een toegangsbewijs, maar slechts 1.100 gasten kunnen de opnamen van de TV-Show bijwonen. In het programma zullen de bandleden hun besluit nog eens toelichten door te vertellen dat ze hun eigen weg willen gaan. Waarschijnlijker is dat Gary (25), Mark (24), Jason (25) en Howard (27) te oud werden voor een publiek dat ook ouder wordt en bovendien snel verveeld is.

Bij platenmaatschappij RCA is vrijdagmiddag de telefooncentrale weer in werking gesteld. De beller die moet wachten krijgt de laatste single van Take That te horen. Medewerker Wester klinkt hees; ze is haar stem kwijtgeraakt. Slechts een handvol tieners heeft de kindertelefoon gebeld: de meesten hadden kennelijk genoeg aan de geruststellende woorden van het personeel van de platenmaatschappij. De stichting Korrelatie heeft afhoudend op de bellers gereageerd. “Dit soort problemen hoort in de huiskamer te worden opgelost bij een klasgenootje of een lieve oma.”

    • Yaël Vinckx