Rijkswaterstaat sloopt helft boerenhoeve

De Zuid Willemsvaart wordt verbreed, een aantal huizen moest wijken. De hoeve van boerin Verhagen uit Berlicum wordt voor een deel gesloopt. In het middenstuk wil ze blijven wonen.

BERLICUM, 17 FEBR. Vorige week verscheen een ploeg van enige tientallen mensen bij de boerderij van de weduwe D. Verhagen en haar zoon aan de Zuid Willemsvaart in het Brabantse Berlicum. Deurwaarders, politiemannen, mensen van Rijkswaterstaat en slopers. “Het was een complete overval”, zegt de boerin. Het was het begin van de sloop van delen van de boerderij te linker en te rechter zijde. Dat is volgens Rijkswaterstaat nodig voor de verbreding van het kanaal aan de ene kant en van de aanleg van wat wordt genoemd “een natuurvriendelijke oever” aan de andere kant van de woning.

Direct bleek door het aanbrengen van zaagsneden in de muren dat de slopers aan weerszijden méér van het huis af gingen halen dan was afgesproken, althans volgens de boerin. In 1993 was er een descente geweest, een bezoek van de rechter om de situatie ter plaatse op te nemen. Rijkswaterstaat had overeenkomstig de aanwijzingen van de rechter de begrenzing van de te slopen delen aangegeven. met paaltjes met vlaggetjes.

Eerdere pogingen tot algehele onteigening waren op niks uitgelopen, omdat voor het middenstuk van de boerderij onteigening wettelijk onmogelijk bleek, aangezien daar noch het kanaal noch de aangepaste berm komt te lopen. Twaalf meter van de frontbreedte van de hoeve zou nu overeind blijven. Maar, aldus moeder en zoon, kort voor Kerstmis liet Rijkswaterstaat weten dat er nog eens 1,20 meter méér zou worden gesloopt. Nu zou de slooplijn onder meer dwars door de voordeur gaan, wat de boerin als “wegpesten” omschrijft.

Een kort geding bij de rechter in Den Bosch op 5 februari was tevergeefs geweest. De rechter deed een opvallende uitspraak. Hij zei dat op basis van een tekening weliswaar de juiste begrenzing moeilijk was te bepalen, maar dat Rijkswaterstaat toch in het gelijk moest worden gesteld. Dit omdat bij een eerder vonnis niet werd vastgesteld welk deel voor de Verhagens overbleef. Op de suggestie dat moeder en zoon de meetpunten zelf hadden aangebracht, zei hun advocaat, J. Groenen, op de zitting: “Ze hadden daar geen belang bij en zij beschikken niet over meetkundige gegevens ter bepaling van die punten, noch over stalen buizen (die in de grond werden geslagen, red.) en Rijkswaterstaatvlaggetjes.” Groenen spreekt van “een casus die zo bizar is dat zelfs de vindingrijkste professor dit niet voor zijn rechtenstudenten had kunnen bedenken.”

Terwijl het buiten een gesloop van jewelste is en een oranje zeil de muur die zal overblijven, probeert te beschermen tegen de slagregen, zegt de weduwe: “We zitten hier nu gewoon ons eigendom te beschermen. Doen we dat niet dan gaat de hele zaak plat. We wonen hier 37 jaar, de kinderen zijn er geboren, mijn man is hier gestorven. Het is een van de mooiste plekjes”. Badkamer, toilet, kelder, een slaapkamer en de woonkamer zijn al geheel of gedeeltelijk verdwenen. Veertien notenbomen zijn omgezaagd. Zoon Verhagen: “Dat is volgens Rijkswaterstaat nodig voor die natuurvriendelijke oever.”

De Zuid Willemsvaart moet worden verbreed. Daartoe is langs het kanaal al een aantal huizen gesloopt en zijn stukken grond onteigend. Ook het huis en het land van de familie Verhagen zou moeten wijken. Er werd een bod uitgebracht. Mevrouw Verhagen: “Onze taxateur zei: dat is wel het minimum van het minimum.” Dus daarop ging ze niet in. Toen besloot Rijkswaterstaat eind 1993 tot onteigening. Maar die gold niet voor het middenstuk van de boerderij. Moeder en zoon namen hun maatregelen voordat de slopers kwamen. Omdat er nieuwe muren moesten komen voor de delen van de boerderij die overeind zouden blijven, groeven ze de fundering alvast uit. Ook het hondenhok werd verplaatst binnen de afgesproken grenzen. Maar vlak voor Kerstmis, aldus de Verhagens, bleek dat Rijkswaterstaat meer van het huis wilde afhalen waaronder ook een deel van het verplaatste hondenhok.

Advocaat Groenen overweegt tegen de uitspraak van 5 februari in hoger beroep te gaan. “De sloop kunnen we er niet meer mee tegenhouden, maar mijn clienten kunnen in de gang van zaken ook niet berusten. Ik sluit niet uit dat het Gerechtshof oordeelt dat de recente grenzen hadden moeten worden aangehouden. Dan is het kwaad weliswaar al geschied, maar dan ligt een vordering tot schadevergoeding voor de hand.”