Paarse ambities vervliegen zonder bijstelling regeerakkoord

Gaat het wel goed met paars? VVD-leider Bolkestein waarschuwde voor verslapping en premier Kok zinspeelde op vervroegde verkiezingen. Zover zal het waarschijnlijk niet komen, meent Mark Kranenburg. Maar paars heeft wel een ander probleem: het regeerakkoord is achterhaald.

Als VVD-leider Bolkestein strijd wil, kan hij die krijgen. Met die instelling sprak PvdA-leider Kok afgelopen zaterdag bezwerende woorden tot het congres van zijn partij. Daags ervoor had Bolkestein in een artikel in de Volkskrant zijn coalitiepartner opgeroepen niet te verslappen. Er diende nog veel te gebeuren en hij vroeg zich af of de PvdA daartoe nog wel bereid was. Kok antwoordde Bolkestein met een opmerking uit hoofdstuk één van het politieke handboek: er konden “zo nodig eerder dan in 1998” verkiezingen worden gehouden.

Het was van zowel Bolkestein als Kok de retoriek die onvermijdelijk schijnt zodra een coalitie enige tijd op weg is. Ook op dit punt doet 'paars' niet onder voor andere kabinetten. De dag dat men met z'n allen eensgezind bij de koningin op het bordes stond raakt verder weg en steeds dichterbij komt de dag dat de verantwoordelijken voor de kiezer moeten verschijnen. De wil om het eens te worden, maakt langzaam maar zeker plaats voor het verlangen de geschilpunten te benadrukken.

Minister-president Kok, in zijn rol als PvdA-leider, was de eerste die daartoe de aanzet gaf. Aan het slot van zijn Den Uyl-lezing van vorig jaar december voorspelde hij voor de komende tien jaar “drukke tijden voor de politiek” waarbij de liberale en de sociaal-democratische visie om de voorrang zouden strijden. Want, zo waarschuwde Kok, “al zullen in de praktijk van het leven de verschillen niet zo groot zijn of lijken, hier kunnen ogenschijnlijk smalle marges grote gevolgen hebben”.

Bolkesteins reactie kwam vorige week met het artikel en hij bevestigde deze stelling. Het vergezicht dat de liberale leider schilderde, samengevat in het woord waarborgstaat, staat mijlenver af van de gedachtenwereld van Kok. Terecht stelde Kok dan ook op het congres van zijn partij dat er “straks nog iets te kiezen” is.

Voor het zover is, heeft het kabinet echter nog ruim twee jaar te gaan. Want ondanks de klaroenstoot van Kok over de mogelijkheid van vervroegde verkiezingen, is er momenteel binnen de coalitie niemand die daar serieus rekening mee houdt. Geen van de partijen heeft nu belang bij een breuk. De VVD staat in de peilingen weliswaar op een gigantische winst van dertien zetels, maar loopt bij het forceren van een crisis het risico het liberale geluid verder in de oppositie uit te moeten dragen.

De PvdA is vast van plan het Kok-effect bij verkiezingen maximaal uit te buiten. Voorwaarde voor zo'n campagne is dat er met een geslaagd premier door het land kan worden getrokken. Het veroorzaken van een crisis, in de Nederlandse verhoudingen toch altijd een vorm van politiek geweld, verstoort het beeld van de respectabele staatsman voor alle Nederlanders. Ten slotte D66. Deze partij kan het kabinet al helemaal niet opblazen, om de simpele reden dat daarmee het eigen 'paarse' kind om zeep zou worden geholpen.

Kortom, los van het feit dat de drie partijen in het kabinet goed samenwerken, is niemand anderszins gebaat bij vervroegde verkiezingen. Maar toch zullen de voor mei 1998 voorziene reguliere verkiezingen hun schaduw onmiskenbaar steeds verder vooruit werpen. Het laatste jaar van een kabinet is altijd het minst productieve. Er moeten nieuwe programma's worden gemaakt, Kamerleden die onzeker zijn van een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst gaan zich profileren, en binnen het kabinet gaat iedere partij met het oog op de verkiezingen de eigen zegeningen extra uitventen, wat weer leidt tot reacties bij de anderen.

De ruimte voor dit gedrag wordt groter naarmate het regeerakkoord als disciplinerende factor in betekenis afneemt. Het interessante van het huidige kabinet is dat dit veel eerder lijkt te gebeuren dan voorzien. Minister Wijers van Economische Zaken wees er vorig jaar november tijdens een congres van het economenblad ESB op dat het kabinet met betrekking tot de uitvoering van het regeerakkoord voor lag op schema. Zijn verwachting was dat de centrale doelstelling van het kabinet, het scheppen van 350.000 banen, reeds in 1997 zou worden gerealiseerd. Dezelfde verwachting sprak hij uit over de in het regeerakkoord geformuleerde doelstellingen ten aanzien van lastenverlichting en tekortreductie. De conclusie van Wijers: we kunnen ambitieuzer zijn. In zijn artikel van vorige week sprak VVD-fractievoorzitter Bolkestein hem na.

Hoewel de jongste gegevens van het Centraal Planbureau in een minder gunstige richting wijzen, zit het kabinet op rozen. Want nog steeds bewegen de economische groeicijfers zich boven de zeer voorzichtige ramingen die in het regeerakkoord van 1994 zijn gehanteerd. Zodoende lijkt de door Wijers voorspelde en voor Nederlandse begrippen haast unieke situatie van een kabinet dat voortijdig klaar is, zich dus inderdaad te kunnen gaan voordoen.

Cruciaal wordt dan of het kabinet vervolgens in staat zal zijn de extra ambitie, waarvan ook Kok de noodzaak erkent, tot stand weet te brengen. Als de doelstellingen zijn bereikt, is er geen kompas meer. Zonder de dwang van een regeerakkoord maar met verkiezingen in het vooruitzicht, kan ambitieus gedrag al gauw uitdraaien op electoraal wenselijk gedrag. Elke partij zal met een knipoog naar de kiezer het eigen politiek zeer herkenbare wensenlijstje deponeren. Waar de kiezersmarkten van de coalitiepartijen zo verschillend zijn, kan dat leiden tot een langdurige onderlinge strijd die louter contra-productief zal werken. Het laatste jaar wordt dan ook voor 'paars' een verloren jaar.

Een dergelijke ontwikkeling kan worden voorkomen wanneer het kabinet en de regeringsfracties nu al gaan denken aan een 'plus-pakket' bovenop hun regeerakkoord. Een supplement dat beschouwd kan worden als 'paarse doorstart'. De begrotingsvoorbereiding voor 1997 die zeer binnenkort gaat beginnen, een begroting waarmee Nederland zich wil kwalificeren voor de Economische en Monetaire Unie, is daarvoor het uitgelezen moment.

In feite is de situatie vergelijkbaar met die van 1988, zij het dat er sprake is van totaal andere omstandigheden. Dat jaar schreef het tweede kabinet-Lubbers (CDA en VVD), dat toen halverwege zijn zittingstermijn was, de befaamde 'Paasbrief'. Om de doelstellingen van het in 1986 opgestelde regeerakkoord alsnog te kunnen halen werd voor de laatste twee jaar een integraal pakket van maatregelen voorgesteld. De 'Paasbrief' werd alom beschouwd als een annex op het regeerakkoord.

Nu zijn het niet de ongunstige, maar relatief gunstiger economische omstandigheden die tot een aanvulling van het regeerakkoord zouden moeten leiden. Anders gezegd: een aanpassing die het gevolg is van een positieve drijfveer. Een herziene uitgave van het regeerakkoord is bovendien wenselijk omdat er afgezien van de economische parameters ook op diverse andere terreinen sprake is van nieuwe ontwikkelingen en gewijzigde inzichten vergeleken bij twee jaar geleden.

Alleen al de gebeurtenissen van deze week geven de relativiteit van het regeerakkoord nog eens aan. De passage over de vorming van stadsprovincies is door toedoen van de Tweede Kamer niet meer geldig. De allinea over de omroep is na de KNVB-coup van het afgelopen weekeinde eveneens achterhaald. De cijfers die het regeerakkoord hanteert als het gaat om de kosten van de volksgezondheid, staan in geen verhouding tot de werkelijkheid, zo bleek uit een vraaggesprek met minister Borst van Volksgezondheid.

Een voor de hand liggende tegenwerping is dat regeren vanzelfsprekend een permanent proces van aanpassen is. Vanuit die optiek dient het regeerakkoord slechts als vertrekpunt. Eenmaal binnen in het Catshuis dienen ministers er onderling uit te komen. Te betwijfelen valt of dit eveneens opgaat voor het huidige zo bijzonder samengestelde kabinet. Juist omdat PvdA en VVD zo weinig gemeenschappelijks hebben, kunnen zij alleen maar regeren op basis van een spijkerhard contract. Vrij regeren is voor de paarse coalitie een hachelijke zaak.

Dit manifesteert zich vooral op het sociaal-economisch beleidsterrein. Sinds de algemene beschouwingen van vorig jaar steggelen PvdA en VVD bij voorbeeld over de vraag wat er met financiële meevallers moet gebeuren. Het regeerakkoord is hier niet eenduidig over. De PvdA vindt dat het extra geld moet worden gebruikt voor lastenverlichting, terwijl de VVD het tekort verder omlaag wil brengen om de staatsschuld te verminderen. Doet de meevaller zich inderdaad voor, dan kan dat nog tot ver in de zomer een boeiende discussie worden, met als apotheose een voor alle partijen aanvaardbaar compromis. Een ritueel dat zich, mits de economische omstandigheden niet wijzigen, over een jaar zal herhalen als de begroting voor 1998 wordt opgesteld.

Eenzelfde stammenstrijd is te verwachten ten aanzien van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. Ook hier wordt het regeerakkoord op verschillende manieren gelezen. Op het moment dat de PvdA zegt dat de koppeling kan doorgaan, is de eerste reactie van de VVD dat dit allerminst zeker is.

De vaste wetenschap is dat al deze politieke profileringspunten met het naderen van de verkiezingen een zwaardere lading krijgen. Dit is al helemaal het geval als er geen regeerakkoord is om op terug te vallen. Een dergelijk moeizaam debat, dat ongetwijfeld zijn uitstraling zal hebben op het totale kabinetsbeleid, kan worden voorkomen als de paarse coalitiepartijen zouden besluiten nu reeds aanvullende afspraken voor de komende twee jaar met elkaar maken. Een tussenbalans zou daarnaast ook nuttig zijn voor tal van andere beleidsterreinen. In feite is er geen minister die niet met verouderde gegevens zit.

We moeten ambitieuzer zijn, zeggen Wijers, Bolkestein en Kok in koor. Het komt er nu op aan die ambitie vorm te geven. Dat kan het beste in de vorm van een hernieuwd contract. Concrete afspraken, in een zo vroeg stadium gemaakt, zijn de beste garantie om te voorkomen dat kabinetsbeleid verlamd wordt door op hande zijnde verkiezingen.

De politieke betekenis van een contractsaanpassing halverwege kan groot zijn. Een dergelijke stap zegt veel over de bereidheid om na de verkiezingen met elkaar verder te gaan. Paars wordt dan inzet van de verkiezingen waarbij het aan de kiezer is de onderlinge kleurdosering voor de volgende ronde te bepalen. Met andere woorden: een stembusakkoord van PvdA, VVD en D66. Vernieuwend zou het in elk geval zeker zijn.

    • Mark Kranenburg