Nuis verkwanselt nationale audiovisuele erfgoed

De onlangs aangekondigde oprichting van het Nationaal Audiovisueel Archief Centrum is volgens Henri Beunders een dubieus plan. Behoud en toegankelijkheid van het audiovisuele erfgoed vormen een nationaal belang. Het is principieel fout dit belang op te offeren aan omroep- of commerciële belangen.

Audiovisueel erfgoed behouden! Dit meldden de kranten op de zaterdag voor kerstmis. Waarom? Omdat, zo had staatssecretaris Nuis (Cultuur) de dag ervoor laten weten, Nederland per 1 januari 1997 een Nationaal Audiovisueel Archief Centrum (NAVAC) krijgt. Daarin zullen de omroep-archieven (thans NOB/AVAC), de 'av'-archieven van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) en de Stichting Film en Wetenschap (SFW) en tevens het Omroepmuseum, dat overigens geen av-archief is, opgaan.

Misschien heeft de lezer uitgeroepen: Hoera! Eindelijk een einde aan de verzuiling en de versnippering! Eindelijk een bestuurlijke daad op dit zo dure terrein van de conservering en ontsluiting van av-materiaal! De berg banden, films, tapes en cassettes die onze 'media-maatschappij' produceert groeit immers explosief? Pluim op de hoed van Nuis!

Misschien. Zeker is immers dat niemand de dringende noodzaak van een onafhankelijk nationaal archief betwist. Integendeel. Maar nog zekerder is dat de kenners van en betrokkenen bij deze materie over dit plan van Nuis heel andere woorden hebben uitgeroepen.

Alle betrokkenen? Nee, op enkelen na. Dit zijn precies de mensen die een curieuze en soms ronduit dubieuze hoofdrol in de voorlopige slotakte van het drama dat de besluitvorming rond de oprichting van een nationaal av-archief de afgelopen vijf jaar is geweest.

Waarom zal het Nuis-besluit waarschijnlijk desastreus uitpakken als het gaat om het behoud en toegankelijk maken van “ons nationaal audio-visueel erfgoed”? En waarom is het Nuis-besluit in elk geval in democratisch en bestuurlijk opzicht een debâcle?

Eerst het eerste, en belangrijkste. Alle landelijke archieven zijn voorstander van één nationaal audiovisueel archief en research-instituut voor alle av-materiaal, met daarnaast een bedrijfsarchief voor de publieke omroepen en het op de filmcultuur gerichte Filmmuseum. Zo'n infrastructuur zou uit min of meer gelijksoortige partners bestaan met drie zeer onderscheiden taken: een wetenschappelijke, een commerciële en een culturele. Bovendien is door de technologie van ons digitale tijdperk de noodzaak voor een complete integratie niet aanwezig. Daarom is het samenbrengen van een nationaal belang en de bedrijfsbelangen van de omroepen in één organisatie onnodig en principieel fout.

En daar komt het Nuis-besluit op neer: gooi alle av-archieven in één grote doos. Ze bestaan immers alle uit hetzelfde materiaal: celluloid, vinyl, plastic. Het is, zeg maar, de droom van daadkracht en synergie: de Koninklijke Bibliotheek en De Slegte doen allebei in boeken. De Koninklijke Bibliotheek kost geld, De Slegte maakt winst, dus gooi ze bij elkaar en je verdient geld.

Inderdaad, conservering en ontsluiting voor wetenschappelijke en culturele doeleinden kost veel geld. Maar dat is het waard. Waarom? Omdat de av-media tot de belangrijkste fenomenen in de cutuurhistorische ontwikkeling van de moderne geschiedenis behoren. Sterker, de media zijn net zo kenmerkend voor deze eeuw als de fabriek voor de vorige. Ons historisch besef, onze kennis en beelden van heden en verleden worden in toenemende mate bepaald door de media: ze zijn de belangrijkste dragers van de culturele identiteit geworden.

Nog sterker, de moderne mens is een 'media-mens' geworden. En wil men de samenhangen tussen 'mens en maatschappij' bestuderen - van natievorming, democratisering, technologisering, ontzuiling en individualisering tot civic soiety tot neo-moralisme en neo-nationalisme - dan ontkomt men niet aan de bestudering van die ons altijd en overal omringende media.

In het, eveneens vlak voor kerstmis, onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen uitgebrachte rapport Mediageschiedenis: kansen en perspectieven staat dan ook dat het feit dat dit wetenschapsterrein in Nederland “nog grotendeels braak” ligt “meer verbazing en verontwaardiging in brede kring zou moeten wekken dan het momenteel doet”. Over de fotografie bijvoorbeeld is de afgelopen twintig jaar niet één dissertatie geschreven.

Vandaar Nuis' droom: de omroepen kunnen dit gemakkelijk zelf betalen, omdat ze veel geld gaan verdienen aan de inkomsten van hergebruik door de omroepen of door de verkoop van oude afleveringen van Swiebertje of Brandpunt, is het niet aan Amerika en Duitsland, dan toch wel aan Angola en Djibouti.

Ook de NOS-directie, vertegenwoordiger van de publieke omroepen, erkent dat bedrijfsarchivering met het oog op hergebruik en mogelijke verkoop iets heel anders is dan het duurzaam behouden van historisch en cultureel belangwekkend materiaal dat voor het publiek in het algemeen, en voor onderzoek en onderwijs in het bijzonder, toegankelijk moet worden gemaakt.

Want wat bewaart men nu in Hilversum? Alleen uitgezonden materiaal van de publieke omroep, niet van de commerciële natuurlijk. Lange interviews met belangrijke personen bijvoorbeeld, waarvan maar enkele minuten zijn gebruikt, worden als restmateriaal in de prullenbak gegooid, en kunnen door historici dus niet worden bestudeerd. Ook wèl uitgezonden materiaal kan consequent buiten de selectie blijven. Neem de uitzendingen van de politieke partijen. Die zijn niet in Hilversum bewaard, omdat het hier geen omroep-uitzendingen betreft maar uitzendingen in “door de overheid gevorderde zendtijd”.

En is het wel bewaarde materiaal nu toegankelijk voor derden, zoals minister Brinkman van WVC acht jaar geleden - in ruil voor 35 miljoen gulden aan conserveringssubsidie - eiste? Nauwelijks. Studenten en promovendi die onderzoek willen doen in Hilversum, of amateurs die op zoek zijn naar materiaal, klagen steen en been over het gebrek aan medewerking. Het hoofd in Hilversum staat helemaal niet naar wetenschappelijke en kunstzinnige archivering, laat staan naar het mogelijk maken van onderzoek. Publieke omroepen in het nauw kunnen zich dit soort taken ook niet veroorloven.

Nu zal de lezer tegenwerpen: in dat NAVAC zal alles toch wel goed geregeld zijn? Niet dus. Het enige dat Nuis heeft gezegd is dat het bestuur “evenwichtig” moet zijn samengesteld. Evenwichtig, “gelet op de inbreng en de gemeenschappelijke doelstelling”, zegt zijn aviseur en inmiddels nieuwe voorzitter van de omroep-archieven. Lees voor “inbreng” het woord 'geld' en het zal duidelijk zijn dat het bestuur van dit nationale av-archief volstrekt door de omroepen gedomineerd zal worden. Maar wat zal er over vijf jaar nog over zijn van 'de omroep'?

Net zo kwestieus is het besluit van Nuis dat de richtlijnen voor het selectie- en collectiebeleid “worden vastgesteld door de Staatssecretaris”. Gaat Nuis de volgende winnaar van de P.C. Hooftprijs ook zelf aanwijzen? Selectie op het gebied van ons culturele erfgoed hoort thuis in handen van professionals, niet in handen van mensen die alleen kijkcijfers en guldentekens in de ogen hebben, en al helemaal niet van politieke machthebbers.

Hoe heeft dit kerstdecreet, tegen de zin van bijna alle betrokkenen in, tot stand kunnen komen? Doordat de macht in Nederland, mede door de privatisering, steeds meer in handen is gekomen van de directeuren van afdelingen op de ministeries, in dit geval de directeur van de afdeling Media, Letteren, Bibliotheken van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mr. H. Kramer. Hij beheert de budgetten en hij bepaalt welke externe adviesbureaus worden ingeschakeld.

Nagenoeg alle betaalde consultancy-opdrachten over het onderwerp nationaal av-archief, zoals onderzoek naar catalogus-automatisering, heeft hij sinds 1990 gegeven aan de adviesbureaus van zijn vroegere WVC-collega drs. L. Welters, tevens leverancier van automatiseringstechonologie. Dat voor een paar vooronderzoeken in 1991 en 1992 ruim vier ton in rekening werd gebracht, kan dus geen verbazing wekken. Maar deze leidden dan ook, zij het op onnavolgbare wijze, tot een besluit van het kabinet dat alle archieven, inclusief het Filmmuseum, in één groot nationaal archief zouden samengaan.

Een Stuurgroep onder leiding van H.J.L. Vonhoff en met vertegenwoordigers van NOS, NOB, RVD, Filmmuseum, Stichting Film en Wetenschap, 'het archiefwezen' en 'de wetenschap' zou de oprichting hiervan begeleiden. Als secretaris werd opnieuw door het ministerie Welters toegewezen. Na het notuleren van een twaalftal vergaderingen en enig bilateraal overleg bedroeg de rekening van secretaris Welters: 571.815 gulden.

Moet kunnen, zal de welwillende lezer denken. Want dat advies dat eind 1994 werd uitgebracht onder de titel Lichtbeelden uit de schemering zal toch wel van overeenkomstig niveau zijn geweest. Dat nu viel wat tegen. Het acht pagina's tellende advies luidde: een nationaal archief is nu nog niet haalbaar, dus richt een Samenwerkingsstichting Nationale Audiovisuele Archieven op; zorg voor wetgeving die deugdelijke archivering en beschikbaarstelling mogelijk maakt, en laat het AVAC het bedrijfsarchief van de publieke omroep blijven.

Niet dat dit advies slecht was, het was alleen exact gelijk aan het startpunt in 1990. Brinkman had in 1988 al na vijf minuten studeren door dat één archiefdoos een bestuurlijke puinbak zou worden. Kortom: vooruitgang nul. Maar dit was het eenstemmige advies en Vonhoff zei dat hij “een grondige hekel” had aan mensen die er later op zouden terugkomen.

Toch deed RVD-directeur mr. M.J.D. van der Voet dat, en hijzelf nog meer. Tegen premier Kok zei Van der Voet dat die Stuurgroep eigenlijk zijn werk niet had gedaan en dat het toch beter was om dat kabinetsbesluit uit 1992 maar gewoon uit te voeren. Het gevolg was dat Nuis, die in juli vorig jaar nog aan de Tweede Kamer schreef het Stuurgroep-advies te onderschrijven, Vonhoff andermaal raadpleegde, nu voor een “persoonlijk advies” . Dat kwam afgelopen oktober, met een deftig-literaire titel: Lichtbeelden voor een dageraad.

Strekking: gooi dat advies van mijn Stuurgroep weg en doe alle archieven toch maar in één doos, behalve het Filmmuseum want dat is prestigieus en dus linke soep. Doe het snel omdat “materiaal bij het geleidelijk vergaan niet wacht op bestuurlijk vormgeving”. U, staatssecretaris, moet zelf richtlijnen geven voor het selectie- en collectiebeleid van dat NAVAC, dat ondergebracht moet worden in een nieuw gebouw in het Mediapark in Hilversum.

Nuis nam dit advies over en liet dit in zijn kerstboodschap weten. Weg één miljoen gulden aan advieskosten en vele honderden uren van archiefbestuurders en professionals. De eerste gevolgen van deze kerstcoup zijn bekend. De inmiddels gepensioneerde Van der Voet mag de overgang van het RVD-Filmarchief naar dit NAVAC begeleiden en Vonhoff, die in juni 65 wordt, is benoemd tot voorzitter van het tot NAVAC om te dopen AVAC, ofwel de omroeparchieven.

Verder is er niets bekend over hoe dat NAVAC vanaf 1 januari zal opereren en met hoeveel middelen. De omroepwet is namelijk niet, zoals had moeten gebeuren, zo gewijzigd dat een alleszins aanvaardbare één procent van de omroepgelden verplicht aan de nationale archivering moet worden besteed, volgens door professionals opgestelde en door de Kamer goed te keuren richtlijnen.

Inmiddels heeft Nuis wel zijn Adviesaanvrage voor de Cultuurnota 1997-2000 geformuleerd, waarin op pagina 47 staat: “Met de filmconservering is 1 miljoen gulden gemoeid”. Zijn hier nu 1 of 2 nullen weggevallen? De archief-vertegenwoordigers in de Stuurgroep Vonhoff schatten de kosten van de noodzakelijke inhaaloperatie al op ruim honderd miljoen. Nu kan men slechts hopen dat de omroepen de nationale av-taken gaan vervullen.

Is die hoop realistisch? Neen. Wat zullen dus naar alle waarschijnlijkheid de gevolgen zijn voor het behoud en de bestudering van ons nationale audiovisuele erfgoed? Dat dit plan - gepresenteerd als manoeuvre ter verbetering van de infrastructuur en ter verhoging van de efficiency - de toegankelijkheid van historisch en wetenschappelijk belangrijk beeld- en geluidsmateriaal zal terugdraaien naar het niveau van zo'n 20 jaar geleden.

Bij een nationaal belang hoort immers toegankelijkheid. Dan zou het noodzakelijk zijn mediacentra te creëren in de grote steden waar de burger gratis of tegen lage prijs een kopie van een gewenst onderwerp kan bekijken. Nu zal hij moeten wachten tot er een nieuw gebouw is verrezen in het slecht bereikbare Mediapark, waar de kantoorvloer 400 gulden per vierkante meter kost. En waar men, als men eenmaal tegen betaling binnen is, tot de ontdekking zal komen dat er niet zozeer materiaal is bewaard dat van nationaal belang is, maar dat verkoopbaar is.

Lichtbeelden uit de schemering, lichtbeelden voor een dageraad. Prachtige woorden. Maar de clou ontbreekt: een nationaal archief dat ook tv-materiaal omvat behoort onafhankelijk te zijn van enige omroep- of commerciële belangen. Zo'n av-archief zal de staat en de burger geld kosten. De titel van het draaiboek voor de oprichting van het zo broodnodige Nationaal Audiovisuele Archief behoort kort maar krachtig te zijn: Voor niks gaat de zon op. Toch is dat precies Nuis' droom: cultuurbehoud zonder dat het de staat een cent kost. We zullen dus beeldbanken krijgen waar voor ieder stukje collectief geheugen betaald moet worden. Is Nuis te naïef of politiek te laf om te beseffen dat ons 'audiovisueel erfgoed' zo niét behouden wordt? Ik vrees beide.

Want hoe noemde hij vorig weekeinde de oprichting van een commercieel KNVB-Sportnet? “Nogal een verrassing.” Dat getuigt toch van groot inzicht in De Nieuwe Tijd, waarvoor hij zelf de voorwaarden heeft geschapen.

Maar hij snapte wel direct dat het hier om voetbal gaat en dus om kiezers. Daarom, sprak hij dreigend, zal hij “heel ernstig” spreken met de KNVB: over optimalisering van 'de toegankelijkheid' van dit net, zodat een “zo breed en open mogelijk bereik van het voetbal” gewaarborgd wordt. Hij durfde het ook nog te hebben over de “vrijheid van informatie-voorziening”.

Wat zullen ze in Zeist geschrokken zijn! Die Nuis, die zelf alle audiovisuele materiaal voor de haaien gooit, eist nu het behoud van het gratis voetbal-voor-allen! Ik ben de heer Staatsen van de KNVB dankbaar dat hij met zijn voetbal heeft duidelijk gemaakt wat de brede culturele gevolgen zullen zijn van het 'laat-maar-waaien'-beleid van deze staatssecretaris.

    • Henri Beunders