Nederlandse gemeenten kunnen geen kant op met de handel in softdrugs; Aan de grens van het gedogen

President Chirac heeft genoeg van het gedogen van drugs in Nederland. Maar ook de burgers komen in opstand. Het gebruik neemt toe, en daarmee de overlast. Gemeentebesturen krijgen binnenkort meer bevoegdheden om drugspanden te sluiten. Maar het gedogen wil geen bestuurder nog opgeven. Op bezoek bij acht burgemeesters, klem tussen burger en gebruiker.

Harmonica

De situatie in Den Haag is typerend voor de grote steden. Ze komen niet van de drugshandel af. Alleen kleine grensgemeenten, zoals Hulst in Zeeuws Vlaanderen, kunnen de drugshandel een beslissende slag toebrengen door alle coffeeshops te sluiten, omdat veel klanten hoofdzakelijk van buiten komen. Grote gemeenten zitten met de behoefte aan geestverruiming van de eigen burgers. “De vraag naar drugs is een maatschappelijk gegeven waar je niet omheen kunt. Je kunt niet doen alsof het er niet is”, zegt burgemeester Ouwerkerk van Groningen, die bekend staat als een van de meest uitgesproken voorstanders van een harde aanpak van overlast. “Het werkt als een harmonica. Je kunt de handel even onderdrukken maar ze zal altijd weer terugveren.”

Wat aan de voordeur wordt weggeveegd, waait aan de achterkant weer naar binnen. Elke overheid in elk land heeft te maken met die realiteit. Bij zoveel zucht naar roes en ontsnapping vindt de illegale handel altijd wel een plek. Alle grote steden in de wereld kennen hun rosse buurten waar seks en drugs te koop zijn. De meeste overheden staan dergelijke activiteiten oogluikend toe. Gemeentebesturen in het buitenland doen alsof de lonkende hoeren en de spuitende junks daar niet bestaan. Nederlandse gemeenten zeggen hardop wat ze door de vingers zien. Dat is gedoogbeleid. Ze hebben van hun onmacht beleid gemaakt, om erger te voorkomen. Zo hopen ze greep te krijgen op de plaats en de aard van de handel.

Veel gemeentebestuurders betwijfelen het nut van een 'opjaag- en opsluitbeleid'. Burgemeester Bruins Slot van Apeldoorn: “Je moet ook naar de mensen kijken die verslaafd zijn. Zij zijn ziek en hebben begeleiding nodig om hun verslaving te beheersen en weer normaal mee te kunnen draaien in de samenleving.” Volgens de stadswachtagent die in de Haagse Transvaalwijk patrouilleert en alle dealers en junks kent, is een harde aanpak van harddrugsverslaafden zinloos. “Als ze niet willen stoppen met spuiten, doen ze dat niet. Zo eenvoudig is het. Je moet ze een reden geven om af te kicken, zoals het vooruitzicht op een baan.”

Vrij land

Een 'opjaag- en opsluit-optie' zou behalve veel cellen een enorme inzet van de politie vergen. Zij moet drugspanden in de gaten houden, op klachten van overlast afgaan, patrouilleren in de wijk. Kortom: voldoende bewijs verzamelen dat er wordt gedeald om iemand te kunnen oppakken. De Amerikaanse overheid voert al 25 jaar een “oorlog tegen drugs”, zonder resultaat. De gevangenissen puilen uit maar nog steeds heeft iedere stad een zone in een arme wijk, waar vrijwel openlijk in drugs wordt gehandeld.

Frankrijk en Duitsland kampen met minstens even veel of meer drugsverslaafden dan Nederland. Vergelijkende cijfers zijn moeilijk te krijgen omdat de definitie van verslaving en de wijze van registreren per land verschilt. Volgens cijfers die zijn verzameld door het Nederlandse Instituut voor Alcohol en Drugs heeft Duitsland relatief minder verslaafden dan Nederland, maar tweeëneenhalf keer zoveel sterfgevallen per honderdduizend inwoners ten gevolge van een overdosis. Het lijkt er dus op dat de officiële Duitse verslavingscijfers aan de lage kant zijn. Frankrijk heeft volgens de officiële telling van de hulpverlening relatief meer verslaafden dan Nederland, dat in het totaal tussen de 25000 en 31000 verslaafden telt.

De Nederlandse overheid heeft altijd trots gezegd dat het relatief geringe aantal verslaafden een resultaat is van het gedoogbeleid. Maar die redenering kan ook worden omgekeerd. Nederland kan zich het gedogen veroorloven omdat er zo weinig drugsverslaafden zijn. Het is een vrij land met degelijke mensen. Dit geldt zeker in vergelijking met Amerika. Amerikaanse bezoekers zijn soms verbaasd als hun Nederlandse gastheren geen drugs gebruiken of niet naar de walletjes gaan. Open grenzen maken het toeristen gemakkelijker om voor de verleiding van drugs te bezwijken.

Nederlandse gedoogpraktijken zijn eeuwenoud. Een supplement op het oudste keurboek van Rotterdam bepaalt dat “gemeen wijven” nergens anders bordeel mogen houden en wonen dan in “de Oostwagen van der bregge noortwaerts” en een tweetal andere straten. Overtreding werd gestraft met 3 ponden boete.

Het bezit van softdrugs werd met de herziening van de Opiumwet in 1976 met enthousiasme gedecriminaliseerd. Nederland werd gidsland in het internationale drugsbeleid. Topambtenaren reisden naar het buitenland om het inruilbeleid van spuiten uit te leggen, toen bleek dat steeds meer verslaafden besmet raakten met het HIV-virus. In tegenstelling tot andere westeuropese landen wordt in het Nederlandse vervolgingsbeleid onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs. De handel in en het bezit van softdrugs wordt minder streng gestraft dan dezelfde overtredingen met harddrugs.

De burgemeesters van grote steden willen soft drugs wel legaliseren omdat ze dan een verbod op verkoop aan minderjarigen beter kunnen controleren. Maar de omliggende landen denken er niet aan om het drugsverbod op te heffen. Bij legalisatie in Nederland zouden de grenssteden nog meer onder de voet worden gelopen dan nu. Vandaar dat grensburgemeesters niet aan legalisatie willen denken. Burgemeester van Graafeiland van Venlo: “Zolang Nederland en Duitsland hun wetgeving niet op elkaar afstemmen, kunnen wij onmogelijk legaliseren. Het water loopt altijd naar het diepste punt. Dus hebben wij in Venlo alleen al met ons gedoogbeleid de handen vol aan Duitse verslaafden en drugstoeristen.”

Zo zijn gemeenten veroordeeld tot gedogen. Burgemeester Franssen in Zwolle: “De Opiumwet zit nu eenmaal zo in elkaar, ook al is het merkwaardig dat je iets verbiedt en het vervolgens door de vingers ziet. Maar we moeten realistisch met het drugsprobleem omgaan. Zolang het OM niet vervolgt, moeten de gemeenten coffeeshops toestaan en proberen het probleem te beheersen.”

Het gedoogbeleid leidt tot straattaferelen die bezoekende buitenlanders absurd voorkomen: de roker van een joint kan in Nederland een vuurtje vragen aan een politie-agent. Op honderd meter afstand van straten waar openlijk wordt gehandeld in cocaïne of heroïne, staat een politiebureau. In het blad Justitiële Verkenningen brengt de minister van justitie, Winnie Sorgdrager, het gedoogbeleid in verband met de “spreekwoordelijke Hollandse tolerantie” uit de Gouden Eeuw. Maar volgens burgemeester Mans van Enschede heeft gedogen niets te maken met tolerantie. “Dat burgers protesteren omdat zij zich niet meer veilig voelen in hun eigen wijk, heeft niets met afnemende tolerantie te maken”, vindt hij.

Bij grensgemeenten ligt het accent meer op repressie. Grote gemeenten willen de drugshandel verplaatsen naar plekken waar zo min mogelijk mensen er last van hebben. Burgemeester Mans heeft voorgesteld om coffeeshops te verbieden drugs aan Duitsers te verkopen. Het voorstel stuitte op bezwaren van de rechter, die de maatregel 'discriminerend' achtte. Ouwerkerk wilde in Groningen vorige zomer de kentekens van de klanten van tippelprostituées laten registreren, om de klandizie te ontmoedigen. Dat voorstel werd verworpen door de gemeenteraad. Volgens Mans en de burgemeester van Venlo, Van Graafeiland, is de rechtsbescherming van verslaafden en handelaars doorgeschoten. Van Graafeiland: “Ik vraag me af of de rechters die de grondrechten van drugshandelaren beschermen op een andere planeet wonen!”

Afficheren

Alleen de burgemeester van het kleine plaatsje Hulst is erin geslaagd om de drugshandel uit zijn gemeente te verdrijven. Vóór de opening van vier coffeeshops in 1994 was het er 'rustig', zegt burgemeester Kessen. Toen kwamen de groepjes opgeschoten Belgische jongeren drugs halen en durfden ouders hun kinderen niet meer alleen over straat te laten gaan. Hij liet de coffeeshops sluiten en de rust keerde terug. Kessen erkent dat coffeeshops in veel steden wèl een functie hebben: het reguleren van de softdrugsverkoop.

Ouwerkerk vindt dat Groningen niet zonder coffeeshops kan, “omdat we een grote populatie studenten hebben en andere jonge mensen die een joint willen roken. Om de overlast in bedwang te houden en erop toe te zien dat minderjarigen geen softdrugs kopen, gedogen wij een beperkt aantal (20) coffeeshops”, zegt hij.

De gemeente Groningen houdt zich, zoals alle gemeenten met coffeeshops, aan de zogenaamde AOHJG-criteria voor coffeeshops, die door de vergadering van procureurs-generaal vier jaar geleden zijn verheven tot landelijk beleid. Coffeeshops worden gesloten als zij Afficheren, Overlast veroorzaken, Harddrugs aan Jongeren verkopen en meer dan dertig Gram hasj aan één persoon verkopen. In een nieuw wetsvoorstel wordt die dertig gram tot vijf gram teruggebracht.

Voor de meeste gemeenten vormen de beperking van overlast en de verkoop aan jongeren het grootste probleem. “Aan jongeren mag niet verkocht worden, maar zij mogen wel in een coffeeshop komen”, verzucht Havermans. Binnenkort wil hij een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Den Haag invoeren zodat minderjarigen de toegang tot coffeeshops wordt ontzegd.

Samaritaan

Bijna alle geraadpleegde burgemeesters zijn gekant tegen de legalisering van hard drugs. Theoretisch zouden de junks minder hoeven te roven of te stelen omdat de drugsprijzen zouden kelderen. Maar het aantal verslaafden zou misschien stijgen. Jaap Walburg van de Amsterdamse Jellinek kliniek, die mensen van hun verslaving af probeert te helpen, is fel tegen.

Burgemeester Bruins Slot (CDA) van Apeldoorn, allesbehalve een internationale toeristische trekpleister, wil als enige hard drugs legaliseren en geeft daar een bijbelse motivering voor. “Wij moeten tegenover de harddrugsverslaafde de houding aannemen van de barmhartige Samaritaan en niet van de schriftgeleerde die doorloopt en hem aan zijn lot overlaat”.

Daartoe zouden harddrugs door medici, onder strenge voorwaarden, aan verslaafden kunnen worden verstrekt, vindt hij. Daarnaast zou een intensief begeleid traject van 'resocialisatie' nodig zijn. Volgens Bruin Slot zou het makkelijker zijn de jeugd te waarschuwen voor de gevaren van harddrugs, indien zij uit het strafrecht worden gehaald. “Dan zou het taboe erop verdwijnen, zoals bij alcohol en sigaretten, en zouden wij de jongeren beter ervoor kunnen waarschuwen.” Zijn stad heeft evenals Den Haag, Deventer, Zutphen, Groningen en Haarlem gevraagd aan het project voor de gratis verstrekking van harddrugs deel te mogen nemen.

Hellend vlak

Voorlopig ligt de nadruk op de bestrijding van drugshandel. Burgemeesters willen meer bevoegdheden om drugspanden te sluiten en mopperen over de bescherming van grondrechten van drugshandelaars. Venlo heeft de afgelopen paar jaar vele tientallen drugspanden gesloten. Totdat het omstreden 'Vonnis van Venlo', dat de Raad van State in augustus vorig jaar uitsprak, er een einde aan maakte. De sluitingsacties zouden het grondwettelijk vastgelegde recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer aantasten.

Het 'arrest van Hulst', van eind oktober 1995, biedt in dit verband hoop, zegt burgemeester Kessen van Hulst. In een voorlopige voorziening gaf de rechter Kessen gelijk in zijn beslissing vier coffeeshops te sluiten. “Wie gedoogt, bevindt zich op een hellend vlak”, had de rechter tot groot genoegen van Kessen gezegd. Kessen: “De openbare orde is mijn verantwoordelijkheid en dus mag ik uit voorzorg coffeeshops sluiten, indien de openbare orde wordt bedreigd”, zegt hij. Dat andere grensgemeenten, zoals Terneuzen, nu te maken hebben met extra overlast van drugstoeristen, heeft niets te maken met de sluiting van de vier Hulstse coffeeshops, zegt Kessen. “Terneuzen is een havenstad, voert een gedoogbeleid, en heeft al veel langer met drugstoerisme en -doorvoer te maken.”

In Rotterdam namen protesterende burgers aanvankelijk het recht in eigen hand, en daarna het gedogen. Afgelopen jaar blokkeerden ze straten voor auto's met buitenlandse nummerborden en belaagden ze drugsklanten. Uiteindelijk openden ze panden voor hun eigen junkies. Er komt een speciale huisdealer om de drugs in te kopen zodat er geen onnodige onrust onstaat. “Gedogen” wordt het niet genoemd maar: “acceptatiebeleid”.

Geraadpleegde burgemeesters: Mr. H.E.J. Bruins Slot (CDA), Apeldoorn. J Franssen (VVD), Zwolle. J.A. van Graafeiland (VVD), Venlo. Mr. dr. A.J.E. Havermans (CDA), Den Haag. Mr. Ph. Houben (CDA), Maastricht. Mr. Dr. A.A.L.G.M. Kessen (VVD), Hulst. J.H.H. Mans (PvdA), Enschede. Drs. H.G. Ouwerkerk (PvdA), Groningen.

    • Frederiek Weeda
    • Maarten Huygen