'Microkosmos geeft samenleving vitaliteit'; Heerma wil niet alles aan de markt overlaten

DEN HAAG, 17 FEBR. Begin deze week schoot de CDA-politicus E. Heerma uit zijn slof. Aanleiding was de aankondiging van de KNVB van het plan om een commercieel sportnet op de kabeltelevisie in te richten. “Puur slecht”, zei Heerma dinsdag op de radio over het initiatief. Hij sprak zelfs over “de afgod van de commercie”. Dat het kabinet zich druk maakte over de vraag of de consument per maand twee gulden meer moest gaan betalen, keurde de oppositie-politicus eveneens af. Alsof er geen belangrijk cultuurgoed, het publieke omroepbestel, in het geding was.

Het was voor het eerst sinds lange tijd dat Heerma weer van zich deed horen. Na de mislukte aanvallen van hemzelf en andere CDA-Kamerleden op het paarse kabinet rond de jaarwisseling bleef het angstig stil. Nu de botsingen tussen markt en staat heftiger worden en de paarse coalitie daarvan de gevolgen merkt, mengt Heerma zich weer in het strijdgewoel.

Dat de CDA-leider lucht gaf aan zijn onvrede over het KNVB-plan kwam voort “uit het eenvoudige gevoel van mensen die zich buitengesloten voelen. Ik was maandag op werkbezoek in Overijssel. Daar hoorde ik hetzelfde als tijdens een familiebezoek in Friesland. De mensen zeiden: wij voelen ons buitengesloten, want wij hebben hier geen kabeltelevisie. Ik heb staatssecretaris Nuis daar weinig over horen zeggen.”

Heerma wil “niet flauw doen” door te beweren dat dit onder een kabinet met het CDA niet zou zijn gebeurd. “Het is meer een kwestie van de tijdgeest.” Maar hij ziet wel een relatie tussen de door hem waargenomen povere kabinetsreactie en “het denken in simpele tegenstellingen tussen markt en publieke sector die je in veel discussies binnen paars ziet en die Kok in zijn Den Uyl-lezing ook weer creëert. Ik weet ook wel dat er bij de betaald-voetbalorganisaties veel geld omgaat. Maar dat neemt niet weg dat het ook nog verenigingen zijn. Niemand wordt geboren als Kluivert of Cruijff. Daarvoor zijn ze geholpen door een hele verenigingstructuur vol vrijwilligers. Voetbal is niet alleen een kwestie van snelle jongens en het grote geld. Markt noch overheid kan die verenigingsstructuur vervangen.”

Heerma verwacht dat de christen-democratie in het nieuwe verkiezingsprogramma het belang van dergelijke verenigingen en andere maatschappelijke verbanden onder de aandacht blijft brengen. “Daarom heb ik mijn voorzet voor de familie-politiek gedaan. Die verwijst naar de microkosmos van de samenleving die de maatschappij zijn vitaliteit geeft.” Maar alleen de microkosmos kan de oprukkende markt niet van tegenwicht te voorzien. Die moet ook een “solide overheid” tegenover zich vinden. Heerma: “Voorzover de christen-democratie in het verleden de indruk heeft gewekt de 'terugtredende overheid' te propageren, nemen wij daar nu afscheid van. Wij kiezen bepaald niet voor een minimalistische overheid, maar voor één die een aantal monopolies behoudt die niet aan de vrije markt mogen worden overgelaten. Diezelfde overheid moet ook de grenzen van de maakbaarheid kennen. De markt heeft zeker zijn waarde, maar blijft altijd een middel.”

Met name VVD-leider Bolkestein verliest dit laatste soms uit het oog. “Hij schildert de markt als een natuurkracht die niet tegen te houden is. Met een marxistisch aandoende wetmatigheid zou de markt de geschiedenis bepalen. In die redeneertrant zijn christen-democratie en sociaal-democratie slechts atavismen, tijdelijke terugslagen”, zegt Heerma.

Het is niet voor niets dat de CDA-leider over het komend verkiezingsprogramma begint. Hoewel de voorman van de grootste oppositiepartij er nog steeds van uit gaat dat het kabinet vier jaar zit, ziet hij na anderhalf jaar paars de tekenen van desintegratie toenemen. “De euforie over paars is voorbij. Bolkestein waarschuwt tegen metaalmoeheid. Pronk noemt Bolkestein een provocateur. Duijvestein (PvdA-Kamerlid, red.) zegt hardop dat staatssecretaris Tommel gezag noch vertrouwen heeft. Een PvdA-senator verklaart een uur na de stemming over de Ziektewet dat hij spijt heeft van zijn ja-woord. De stadsprovincie Rotterdam gaat niet door. Volgens mij zijn het tekenen van structurele afname van de cohesie in de coalitie.” Daar komt volgens Heerma nog bij dat diverse bewindslieden zoals Dijkstal en Linschoten hebben laten weten dat in de komende zomer het regeerakkoord is uitgevoerd. “Als het de coalitie moeite kost om het regeerakkoord uit te voeren, benieuwt het mij hoe ze bij elkaar wil blijven zonder de hulp van die afspraken.”

Intussen werkt het CDA er hard aan om de nu nog abstracte gedachten over markt, overheid en maatschappelijk middenveld concreet uit te werken voor de commissie die straks het verkiezingsprogramma gaat schrijven. “Dat zal een heel ander verkiezingsprogramma worden dan het voorgaande”, kondigt Heerma nu vast aan. “Het wordt er één waarbij de dominantie van CPB-modellen en financieel-economische oriëntatie veel minder sterk is.” Het waren deze modellen van het Centraal Plan Bureau die het CDA bij de vorige verkiezingen in grote problemen brachten. De uitleg van prof. dr. A. Kolnaar dat de CPB-berekeningen moesten leiden tot een vierjarige bevriezing van de AOW bezorgde het CDA zijn historische nederlaag.

Het CDA wil het straks over een geheel andere boeg gooien, zegt Heerma. De aanpak van het Strategisch Beraad - de CDA-denktank onder leiding van oud-minister F. Andriessen - verdient daarbij navolging, bijvoorbeeld in zijn schets van de sociale zekerheid. “Daarbij willen we de contouren van het Rijnlands model waarmee we grote prestaties hebben bereikt, intact houden, maar constateren we tevens dat bepaalde dingen daarvan verkalkt zijn.”

Eén van die dingen is volgens Heerma het wettelijk mimimumloon. “Van de PvdA mag je daar niet aankomen. De VVD maakt van afschaffing ervan een frontpunt. Wij spreken niet eens meer over het minimumloon. Als je ervoor kiest iedereen aan de slag te laten gaan, dan moet het werk goedkoper worden. Als de beloning dan onder het minimumloon komt, is het geen reden die arbeid te verbieden. Dat staat los van de vraag wat je een beschaafd sociaal minimum vindt. Het verschil tussen de beloning en dat minimum zou dus aangevuld moeten worden door de overheid, zoals het Strategisch Beraad voorstelt. Als Ruud Vreeman (Tweede-Kamerlid en vice-voorzitter van de PvdA, red.) dan in Trouw zegt: 'Het CDA heeft een hard rechts programma want die wil het minimumloon afschaffen', dan zeg ik: Vreeman creëert een heilig huisje. Ik wil een brede oriëntatie houden: als je iedereen aan de slag wilt hebben, moet je bij de instrumenten geen heilige huisjes creëren.”

Ook verwacht Heerma dat de voorstellen van het Strategisch Beraad om het gedoogbeleid bij drugsgebruik af te bouwen, terug zullen keren in het verkiezingsprogramma. “Je ziet dat de drugskwestie een steeds groter punt van verlegenheid wordt voor deze regering. Dat bleek deze week weer bij het afzeggen van de drugstop door de Franse president Chirac. Modernismen als het kweken van nederwiet op het balkon zoals paars wil toestaan, zijn niet uit te leggen, niet uit een oogpunt van gezinsleven, maar ook niet uit Europees oogpunt. Om een Europese afstemming van het drugsbeleid kan niemand heen.”

Om de paarse regeerperiode niet langer te maken dan nodig is, moet het CDA niet te hoog van de toren blazen. Wat dat betreft laat Heerma merken dat zijn fractie uit de recente geschiedenis heeft geleerd. Aanvallen op paars, zoals die van hemzelf op minister Dijkstal in het onderwijsdebat en die van F.J. van der Heijden op minister Sorgdrager in de Van Randwijck-kwestie, sloegen op de CDA-fractie terug, zo erkent Heerma. “In onze fractie zeggen we inmiddels dat naast de moker de boemerang is gekomen.”

Volgens de fractievoorzitter moet de oppositietoon “positief-kritisch zijn.” Immers: “De coalitie kan zijn interne spanningen verhullen door op het CDA te springen. Op het moment dat we ons daarvoor niet meer lenen zie je de spanning in de coalitie groter worden. Elke maand dat we vorderen is een maand verder af van het bestuurlijk verleden van het CDA. Daardoor neemt de behoefte af om zich op ons af te reageren. In die zin is de tijd onze grootste bondgenoot.”

    • Kees Versteegh