Leerling voorlopig nog geen onderwijsnummer

DEN HAAG, 17 FEBR. De Registratiekamer wijst het voorstel van minister Ritzen (Onderwijs) af om elke leerling een zogeheten onderwijsnummer toe te kennen. Het voorstel zou in strijd zijn met de wettelijke bepalingen ten aanzien van privacy-gevoelige informatie. Ritzen wil eerst het advies van de Raad van State afwachten voordat hij besluit of hij zijn plannen zal aanpassen.

Dit bleek gisteren tijdens een overleg van de Tweede Kamer met minister Ritzen. De bewindsman wil liefst komend schooljaar al een onderwijsnummer invoeren voor alle studenten en leerlingen vanaf 4 jaar. Dat nummer wil hij samen laten vallen met het sofinummer. Met het onderwijsnummer hoopt Ritzen te voorkomen dat scholieren en studenten dubbel worden geteld, waardoor meer scholen voor eenzelfde leerling geld ontvangen. Nu kan dat niet worden uitgesloten doordat de registratie in het onderwijs op naam gebeurt, en niet op nummer. Bovendien verwacht Ritzen met de invoering van het onderwijsnummer meer zicht te krijgen op scholieren die zonder diploma het onderwijs verlaten.

De kritiek van de Registratiekamer, die de regering adviseert over privacy van burgers, richt zich onder meer op het feit dat het onderwijsnummer via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) wordt ingevoerd. Volgens het adviesorgaan moet een dergelijk ingrijpend plan in een wetsvoorstel worden vervat. Bovendien keert de raad zich tegen het voornemen van Ritzen om het onderwijsnummer te laten samenvallen met het sofinummer. “Het sofinummer is bedoeld voor sociale verzekeringen en de fiscus”, aldus een woordvoerder van de Registratiekamer “Ruimer gebruik achten wij in strijd met de wet.”