Kwetsbaar Philips

OF HIJ ALS PRESIDENT van Philips nog ergens spijt van had, wilde de laatste vragensteller op de laatste persconferentie van J. Timmer weten. The only regret I have is that it was so short. Over zes maanden vertrekt de man die vijf jaar geleden een dreigende opstand van de financiers in de kiem wist te smoren door Philips aan een drastische saneringsoperatie te onderwerpen - met 43.000 medewerkers nog altijd een van de grootste particuliere werkgevers van Nederland. Het in zichzelf gekeerde bedrijf moest de klant, zijn bestaansrecht, herontdekken. Timmer praat inmiddels over het nieuwe Philips, een term die met enige scepsis tegemoet mag worden getreden, want zo snel veranderen grote bedrijven niet van attitude en eigenschappen. De Philips-veteraan liet zien dat ook oude bezems schoon vegen: buitenstaanders en buitenlanders bevolken nu verschillende leidinggevende posities bij 'de firma' en in de raad van commissarissen.

De cijfers die Timmer gisteren voor het laatst presenteerde zijn niet alleen historisch wegens een recordwinst. De explosief groeiende Aziatische regio nam vorig jaar de koppositie van Nederland over als het gebied waar Philips de meeste winst voor belasting en rente maakt. En de sector halfgeleiders en componenten, de basisindustrie voor de informatie-revolutie, is binnen Philips vorig jaar de grootste banenmotor geworden. Deze sector en het meer dan honderd jaar oude lichtbedrijf leverden vorig jaar tachtig procent van de winst die Philips voor belastingen en rentebetalingen maakte.

DIE AFHANKELIJKHEID maakt Philips kwetsbaar. Financiële lekken, als bij het Duitse Grundig, dat vorig jaar inclusief een nieuwe reorganisatievoorziening zo'n zeshonderdmiljoen gulden verlies maakte, kan het concern zich niet permitteren. Het verschil met de aanpak van het Duitse conglomeraat Daimler-Benz bij Fokker is niettemin tekenend: waar de Duitsers na drie jaar grootaandeelhouderschap bij Fokker niet langer willen opdraaien voor de verliezen, toont Philips langer geduld te hebben gehad.

De genomen maatregelen hebben minder definitieve gevolgen dan bij Fokker. Het Rijnlandse model voor ondernemingsbestuur, dat gericht is op consensus en evenwichtige behartiging van de belangen van alle betrokkenen, van aandeelhouders tot werknemers en leveranciers, staat bij Daimler-Benz blijkbaar onder grotere druk dan bij Philips. Dat het Duitse bedrijfsleven - met de beveiliging van een grote thuismarkt - trager en minder effectief heeft gereageerd op de snelle verandering van de mondialisering van de economie dan Nederlandse bedrijven is daaraan debet.

JUIST DEZE verschuivingen en de kopersstaking onder Europese consumenten dwingen Philips tot verdere saneringen en verschuivingen van werkgelegenheid van West- naar Oost- en Midden-Europa. Timmer is er mee begonnen, zijn opvolger, C. Boonstra, zal er mee doorgaan. Philips is uit de gevarenzone maar blijft, met zoveel ondermaats renderende activiteiten, kwetsbaar. Timmer ziet Philips als een verzameling van activiteiten die vooral bij elkaar worden gehouden door de naam en een nieuwe, wereldomspannende slogan. Boonstra zal Philips tevens een scherpere blik op haar activiteiten moeten geven. Het grootste risico voor ondernemers op dit moment is het missen van kansen.