In vier maanden vielen vier doden in een Rotterdamse gevangenis; Moordsingel

In de penitentiaire inrichting Noordsingel is zelfmoord routine geworden. De gevangenen spreken van moord, in zeker één geval. De rijksrecherche maakt binnenkort haar bevindingen openbaar. De explosieve sfeer in een bomvolle bajes; oorlog om de telefoon en valium voor wie er niet meer tegen kan.

Het leken twee niemendalle zinnetjes die kickbokser Super Ted uitsprak vlak voor hij stierf in handen van vijf gevangenbewaarders. “Ik moet nu ophangen”, zei hij tegen zijn vrouw Penny. “Ik bel op andermans kaart.” Het was 14 januari, een druildag waarop het nauwelijks licht had willen worden. Bij Penny thuis klonk uit de hoorn gesputter en gevloek en toen alleen nog het tuut-tuut-tuut van de PTT. Ze had zich geen zorgen gemaakt: “Ik zou de volgende dag toch bij mijn man op bezoek gaan.”

Aan de andere kant van de lijn, in de Rotterdamse bajes Noordsingel, loeide de sirene van het algemeen alarm. Ruzie om een telefoonkaart. Vijf bewaarders stortten zich op de honderd kilo wegende Ted, terwijl alle andere gevangenen 'op de ring' werden opgesloten in hun cellen. Het kostte de grootste moeite om de vechter in de boeien te slaan. Van een 'broekstok' in de broekspijp om het schoppen tegen te gaan werd afgezien, de vijf bewaarders dachten dat ze hem zo wel in bedwang konden houden en sleepten hem op zijn buik naar de isoleercel. Halverwege de gang brak zijn weerstand. Hij bleef in de cel roerloos liggen. Naar later bleek: dood. Gestikt in zijn eigen speeksel, constateerde de schouwarts. Gewurgd door de overheid, zegt Penny.

“Opeens ademde hij niet meer”, had de directeur haar de volgende dag uitgelegd. Maar toen ze haar man moest identificeren schrok ze van de blauwe striemen in zijn hals. “Z'n lichaam had twee kleuren en hij had een bloeduitstorting op z'n wang.” Waren dat sporen van een te strakke wurggreep of was Super Ted misschien aan zijn verzameling gouden halskettingen over de tegels gesleurd?

Voor de medegevangenen van Noordsingel was er geen twijfel mogelijk: dit was doodslag. “Minister Sorgdrager: doe iets!” schreven ze twee weken later in een overlijdensbericht. “Onderdrukking in de jaren '90 is barbaars en onzichtbaar voor de buitenwereld. Het uit het leven knijpen van een gedetineerde is des duivels.”

De advertentie was een voorlopig dieptepunt in de toch al verstoorde omgang tussen bewaarders en gevangenen aan de Noordsingel 115. Afgelopen zondagavond hing de 29-jarige S. zich op aan het hengsel van zijn celraampje - het derde zelfmoordgeval in vier maanden, met Super Ted meegerekend de vierde dode. Gevangenen versturen brieven met als afzender 'Moordsingel'. Klinkt er 's avonds sleutelbosgerammel op de gang, dan klepperen de celbewoners met hun luikjes. “Krijg de tyfus, kanke'lij'ers”, roepen ze het personeel na.

De rijksrecherche, die de dood van Super Ted onderzoekt, was deze week al binnenskamers tot de conclusie gekomen dat niemand schuld heeft. Penny en haar advocaat mr. Ter Brake zijn bang dat de zaak vakkundig in de doofpot wordt gestopt. Justitie-woordvoerder Dittrich (D66) heeft aangekondigd Kamervragen te gaan stellen over de toestand in Noordsingel.

“De sfeer is explosief”, zegt Willem van Ginkel, gevangene B 002/1059095 die is overgeplaatst nadat hij de publiciteit had gezocht. “Bij mij op de B-vleugel zaten jongens te janken van angst. Die belden hun advocaat met de mededeling: “Als ik over twee dagen niet bel, wil je dan navraag doen of ik nog leef.”

Het middeleeuws-ogende huis van bewaring, compleet met een boogpoort en kantelen op de zeskantige torens, is afgesloten voor vragen van buiten. Hangende het onderzoek van de rijksrecherche laten de directie en ook het ministerie van Justitie niets los. Op het bezoekuur klagen gevangenen onder het oog van twee bewaarders met onderkoelde woede over het ingeperkte sportrooster en “de mentale terreur” die de staf en de directie zouden uitoefenen.

“Zo kan het niet langer, er moet snel openheid komen”, zegt voorzitter Henk Aalbers van de bond voor gevangenispersoneel. “Bewaarders en gedetineerden horen geen rivalen te zijn, maar in Noordsingel is dat wel het geval. De spanning daar nadert een climax.”

Wat is er aan de hand in het Rotterdamse cellenbastion? Hoe heeft het zover kunnen komen?

Wasknijpers

Al sinds de afgelopen zomer rommelt het ononderbroken in de Penitentiaire Inrichting Noordsingel. Drie keer achtereen spruitjes en slechts twee blikjes Cola tijdens een hittegolf zorgden voor een opstandje dat snel werd gesmoord. De wrevel was gewekt door de werkverschaffing, een idee van oud-staatssecretaris Kosto om de gevangenen produktief-therapeutisch bezig te houden en tegelijk de kosten voor het gevangeniswezen te drukken. Niet dat de bewoners van Noordsingel te beroerd waren om de “godganse dag wenskaarten in een cellofaantje te douwen”, zegt Van Ginkel. Hij is een shag-rokende scharrelaar van 48 jaar die handelde in oldtimers, zonnebanken, belegde broodjes en volgens de rechter ook in drugs. Van Ginkel: “Werken, akkoord. Maar niet ten koste van de rek in het rooster.”

Wie geen wasknijpers in elkaar wil zetten - de arbeid is niet verplicht - zit 22 uur per etmaal in een ruimte van 2.20 bij 4.10. 's Avonds op de gang is het dringen en trekken bij die ene telefoon die zeven of acht man een half uurtje mogen delen om het contact met de advocaat en de familie te onderhouden.

Het ministerie van Justitie laat weten dat er buiten die dertig minuten 'persoonlijke verzorging' wel degelijk gebeld mag worden. Maar de gevangenen merken daar in de praktijk niets van, zeggen ze.

Gesteggel

Als voorzitter van de gedetineerdencommissie (Gedeco), een soort ondernemingsraad voor gevangenen, diende Van Ginkel een klacht in bij de zogeheten Commissie van Toezicht, vergezeld van 136 handtekeningen. “Het woord menswaardig wordt in Noordsingel nog kleiner geschreven dan in Bosnië”, schreef hij. De klacht werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er 136 klagers waren, en niet slechts één. Het klachtrecht is aan individuen voorbehouden, zo werd hem verteld.

Van Ginkel herhaalde z'n bezwaren in een brief aan minister Sorgdrager van Justitie. “Excellentie, is Noordsingel een huis van bewaring of een strafkamp met een verzwaard regime?” Vier maanden later, uitgerekend op de dag in november dat er in Noordsingel een staking uitbrak, kwam het antwoord van de Directeur Gevangeniswezen, namens de minister: “Ik heb begrepen dat de problemen inmiddels niet meer aan de orde zijn.”

Het gesteggel over het rooster werd een bron van grote onrust. Zonder tekst en uitleg verviel op slag de mogelijkheid om 's ochtends te douchen tijdens de 'warmwaterronde'. Waren dat pesterijen? De Noordsingel-populatie begon zich onveilig te voelen, want ook de medische zorg zou lijden onder de verpeste atmosfeer. “Heb je ergens pijn of voel je je onwel, dan krijg je geen hulp maar heet je al gauw een aansteller”, zegt Van Ginkel. Op basis van een interne enquête presenteerde Van Ginkel eind september een zeven kantjes tellend 'zwartboek'. Als reactie op “het systeem dat weinig veiligheid biedt” is er een bloeiende handel in stuff en valiumtabletten (zeven stuks voor een tientje). “Directie, u bouwt een hel”, waarschuwt het stuk. Twee weken later, op 6 oktober, plegen twee gevangenen zelfmoord.

Willem B., (“een relaxte hippie”), was een klant van de afdeling Individuele Begeleiding - de gekkenvleugel. Hij kwam uit een psychiatrisch ziekenhuis waar hij betrokken was bij een steekpartij. In Noordsingel zat B., die schizofreen was, al tien maanden vruchteloos te wachten op een plekje in een TBS-kliniek

“Willem zat daar maar in zijn celletje te wachten en te wachten, met de radio op klassiek”, herinnert advocaat Hans de Jong zich. “Zo iemand hoort niet in een gevangenis, maar in een kliniek.” De Jong stond op het punt een kort geding aan te spannen om plaatsing af te dwingen, maar toen hoefde het niet meer. B. liet z'n lange haar afknippen, verstuurde kaartjes met de tekst “Ik kom nooit meer buiten”, en hing zich op met behulp van een laken.

Vijf uur tevoren had Marcel Wehrmann zich in cel CS 15 opgeknoopt met een zwarte veter. “Hij kwam binnen als een beer van een vent en eindigde als een wrak”, zegt zijn raadsman Nico Meijering, die denkt dat er aan de Noordsingel grove fouten zijn gemaakt. Tineke Wehrmann, de weduwe, is stelliger en zegt dat haar man de doodstraf heeft gekregen. In minder dan een half jaar zou hij dertig kilo zijn afgevallen. Hij tekende poppetjes met pijlen waar het pijn deed, maar volgens gestichtsarts K. leed hij aan hypochondere wanen. “Wehrmann beeldde zich de lichamelijke ziekten in”, staat er in het proces verbaal.

Er zijn vragen te over. Bijvoorbeeld: Waarom wordt een man die zegt dat hij het niet meer ziet zitten opgesloten in een cel met een stel schoenveters en een scheermes? Met voorwerpen die normaal gesproken bij zelfmoord-gevaar worden afgenomen?

Op een mooie avond toen de Hagenees Marcel Wehrmann zat te vissen, had zijn leven een onvoorziene wending genomen. Bij thuiskomst bleek dat zijn middelste zoon Marco na een schietpartij was 'ondergedoken' in het ouderlijk huis in het Laakkwartier. 'Op de pof' bezat de jongen een kilo coke om te dealen, maar hij was bestolen en stond nu voor vijftig mille bij zijn leveranciers in het krijt. Zijn moeder Tineke wilde de politie alarmeren, maar dat ging moeilijk. “Alsjeblieft, anders worden we gepakt voor drugs!” redeneerde Marco. Vader Marcel verstopte de wapens van zijn zoon onder de matras en toen leek alles weer normaal.

Totdat een half jaar later op 16 mei 1995 een arrestatieteam van de politie binnenviel en de drie leden van de familie Wehrmann van hun bed lichtte. Marcel kreeg drie jaar, Tineke twee en zoon Marco vijf.

“Toen (Marcel) Wehrmann bij ons binnenkwam maakte hij een rustige, normale indruk op mij”, verklaarde bewaarder H. in het proces verbaal. H. is hoofd van de afdeling Bijzondere Zorg, waar psychisch gestoorde gevangenen zitten die er net iets minder erg aan toe zijn dan die op de gekkenvleugel. “Uiteraard waren er redenen om hem bij ons te plaatsen, maar die ken ik niet precies.” Na twee maanden merkte H. een omslag in Wehrmanns gedrag op. Hij klaagde over een opgeblazen gevoel (“als een luchtballon”) en over een dikke tong. Zijn niet-veroordeelde kinderen wilden op bezoek komen, maar hij weigerde ze te ontvangen.

“Hoef niet te komen”, krabbelde hij op een ansichtkaart. “Ben nog ziek.” Tegen Tineke, die in de Bredase strafgevangenis zat, zei hij dat ze afstand van hem moest nemen. Wat was er met hem aan de hand? “Zolang Marcel nog trappen kan lopen, mankeert hem niets hoor”, had een bewaarster in september nog tegen haar schoondochter gezegd. Maar omdat hij toen al niet meer voor zichzelf instond bivakkeerde hij op eigen verzoek in een observatiecel, een Spartaans ingericht hok waar de gevangene gekleed gaat in een 'rijksoverall' en zich nergens aan kan verwonden.

In augustus kreeg hij Nozinan voorgeschreven, een anti-depressivum, en toen dat niet hielp het sterkere Orap, later aangevuld met Temesta. Omdat het iets beter ging met Wehrmann kon hij terug naar zijn eigen cel. Drie weken later vond bewaarder D. het lichaam, bungelend aan een veter. Het proces verbaal vermeldt dat D. de dode vervolgens “met een in de cel aanwezig scheermes” had losgesneden.

“Wat deed dat scheermes daar?” vraagt advocaat Meijering zich af. Strafbare feiten zijn er bij het rijksrecherche-onderzoek niet aan het licht gekomen, maar de raadsman verwijt Noordsingel nalatigheid.

Krassen

De dubbele zelfmoord in het 'dorp' Noordsingel met z'n 432 bewoners bracht een schok teweeg. Sommige gevangenen wilden in hongerstaking gaan, maar zagen daar uiteindelijk van af. “Stelletje killers, jullie laten ons gewoon creperen”, zo beten ze de bewaarders toe, die steeds minder konden hebben omdat ze ook aangeslagen waren.

Begin november legden 42 man van vleugel B en C het werk neer uit woede over het beperkte bel- en doucheregime. Ze zeiden dat ze alle normale wegen al bewandeld hadden “om het gezonde verstand van de directie te activeren”. Die vroeg op haar beurt een maand bedenktijd om het rooster aan te passen, een belofte waar het stakingscomité geen genoegen mee nam.

Op 3 januari klom een gevangene van de D-vleugel over het hekwerk van de ring (de galerij rondom de rechthoekige paviljoens) en sprong van twee hoog naar beneden. Hij brak beide benen. “Kort tevoren had de man nog geprobeerd zijn polsen door te snijden!” zegt Van Ginkel. “Het is mij een raadsel waarom iemand met zelfmoordplannen niet op de begane grond wordt geplaatst.” Namens de Gedetineerdencommissie heeft hij hierover een klacht tegen de directeur ingediend. Een woordvoerder van Justitie werpt tegen dat het slachtoffer alleen krassen op zijn arm had gemaakt, dat er wel sprake was van zelfverwonding maar niet van suïcidaal gedrag.

Op 13 januari stak een man zijn beddegoed in brand en toen, de volgende dag, kwam de dood van Super Ted. De 31-jarige Arubaanse pooier Ted Douglas Dawson Curiël hield van het leven en van zichzelf. Als hij zijn coffeeshop High Time bij het station in Alkmaar binnenliep, dan gooide hij zijn handen in de lucht en riep: “The one and only: Me, Myself and I.” Ook in het gevang was hij een en al “Hey Sister” en “Hey Brother”. Diep gelovig was-ie. Ter hoogte van zijn navel zwiepte een crucifix aan zijn kettingen. De buurtkinderen die hij graag op zijn arm zette noemden hem Super Ted, naar een stripheld die alles en iedereen optilde. Toch kenden de stamgasten van High Time en de hoertjes op de Achterdam hem beter als Ted, of Oom Teddy.

“Een manskerel die vreselijk mans kon doen”, zeggen zij met een mengeling van ontzag en waardering. “Als hij kwaad was omdat een van de meiden geen zin had om te werken dan ging-ie door roeien en ruiten.” Een escortmeisje deed aangifte van mishandeling en dwang tot prostitutie, Ted gaf zichzelf aan bij de politie “om zijn onschuld te bewijzen”, maar kreeg desondanks een vonnis van twee jaar.

“Zijn detentie was een grote lijdensweg”, zegt mr. Hugo ter Brake, de advocaat van Super Ted. “Hij heeft in zeven verschillende huizen van bewaring gezeten.” Penny Curiël vertelt dat haar man al eens platgespoten was, en in zijn gezicht gestompt. “En in Noordsingel is-ie gewoon gewurgd.” De weduwe kreeg daarvan de mogelijke bewijsstukken in handen: twee gebroken halskettingen en een derde in een tissue met braaksel.

De pastoor haalde bij de rouwmis Jesaja 53 aan (in eenvoudige vertaling): “Maar ach, wat zijn er weinigen die het geloven! Wie zal luisteren? (...) Hij werd in een hoek gedreven en mishandeld, maar zei geen woord. Hij werd als een lam naar de slachtbank geleid.” De boodschap was dat Super Ted net als Jezus was gestorven voor de zonden van anderen. Op de kist lag een kaart van tientallen medegevangenen uit Noordsingel: LET THERE BE JUSTICE!

Aangescherpt

Een gewezen lid van een XTC-bende, die tot zeven jaar is veroordeeld, bedacht en ontwierp de rouwadvertentie. Begin deze maand eiste hij in een kort geding terugplaatsing naar de Scheveningse strafgevangenis, met als motief dat hij zich in Noordsingel niet veilig voelde. “De vele zelfdodingen en andere excessen zijn een gevolg van het als maar verder aangescherpte regime”, schreef hij in een toelichting. “Indien versoepeling achterwege blijft is het te verwachten dat dit aantal toeneemt.” Zijn vordering werd afgewezen en op 9 februari kreeg hij een 'rapport': vijf dagen afzondering, voorwaardelijk, “op grond van de overweging dat wij het sterke vermoeden hebben dat u medegedetineerden probeert op te zetten tegen de organisatie en het personeel.”

Gedeco-voorzitter Van Ginkel is eind januari overgeplaatst, naar eigen zeggen 'verbannen', naar de Eenhoorn bij Hoorn, een gevangenis met veel glas die in de volksmond Crystal Palace heet. “Ik ben een modelgevangene. Ze hadden geen grond om mij over te plaatsen behalve dan dat ze mijn bloed wel konden drinken omdat ik opkwam voor het recht op een menswaardige behandeling.”

In Noordsingel worden de lastige celbewoners onder druk gezet, daarvan getuigt althans gevangene J. in een brief aan zijn advocaat: “Ik heb het advies gekregen om over de doden en m'n eigen benarde situatie te zwijgen tegenover de media. Anders krijg ik problemen.” J. maakt zich zorgen over zijn gewicht van 53 kilo (14 minder dan bij binnenkomst) en moet aan een stuk door huilen. “Een gedetineerde die net als ik dagelijks aan zelfdoding denkt en desnoods met geweld overplaatsing wilde afdwingen kreeg veertien dagen eenzame opsluiting in plaats van hulp.”

De weduwen van Marcel Wehrmann en Ted Curiël leggen zich niet neer bij de officiële rapporten en conclusies. Tineke Wehrmann wil dat het lijk van haar man wordt opgegraven voor een tweede sectie. En Penny Curiël wil Amnesty International inschakelen.

    • Frank Westerman