In het nette

In alle opschudding over de ontsporing van de opsporing leek Nederland heel even net zo corrupt, crimineel en frauduleus als Italië of de VS. Maar de Nederlandse recherche is lang niet zo verdorven en veel potsierlijker. Toen alles voorbij was had de Nederlandse politie de onderwereld in totaal twee keer zoveel hasjiesj toegespeeld als in een heel jaar in heel Nederland verbruikt wordt. En tot nu toe is daarmee nog geen boef gevangen, geen grote boef tenminste, waar het allemaal om begonnen was.

Ditmaal zou niet alleen de kleine straathandelaar worden gepakt, men zou zelfs niet ophouden bij de middelbare tussenpersoon, nu zouden eindelijk de grote jongens achter de schermen worden aangepakt. In elke politie-serie is dit het vast stramien: twee wildebrassen met hartjes van goud gaan door roeien en ruiten om in deze aflevering eindelijk eens de grote man achter de schermen in te rekenen. De commissaris onderbreekt hen halverwege, herinnert ze aan wet, reglement en de minimaal vereiste behoedzaamheid, en dreigt hun de politiepenning te ontnemen. Zijn tekst is getoonzet in 'tut tut tut' en 'ho ho ho' en dat zijn ook de grondtonen van het rapport van de commissie-Van Traa.

De rechercheurs liepen rond met miljoenen aan contanten. De informant kreeg per transport een miljoen, de chauffeur vijfentwintigduizend. Maar wat hielden de detectives eraan over?

Het commissie-rapport zegt daarover: “De politie heeft gebruik gemaakt van crimineel geld om vervoermiddelen en communicatie-apparatuur aan te schaffen en loodsen te huren.” Parbleu!

De rechercheurs kochten een zendertje, een wat snellere auto, huurden een opslagruimte, en daarmee uit. Ze schaften aan wat het belang van de dienst vereiste. En van al die duizenden duizendjes verdween niets, althans bijna niets, in eigen zak. Er komen in het rapport wel een aantal platte agenten voor, maar zelfs zij lieten zich niet zozeer omkopen voor geld, maar pleegden hun verraad eerder uit familietrouw: niet voor het gewin, maar voor het gezin.

Er gingen honderden miljoenen om die stipt werden uitbetaald aan de penose, zonder dat de rechercheurs er een cent van zagen. In geen ander land zou men dat geloven. Maar de commissie heeft er nauwelijks moeite mee, en ook in de algemene discussie is het kennelijk niet erg opgevallen.

Hoogstwaarschijnlijk is het gewoon wáár: Nederlandse agenten stelen in de regel niet. Ik belde prof. dr. Frank Bovenkerk, een van de criminologen die voor de enquête-commissie onderzoek hebben verricht. Hij zat gewoon op zijn werk en nam meteen op. “De ambtelijke moraal is hier uitzonderlijk hoog”, zei Bovenkerk. Ik vroeg hem: “Wat raad je de lezers van NRC Handelsblad aan, als zij worden aangehouden en een agent wil hun papieren zien: een briefje van vijfentwintig in het rijbewijs steken, of toch maar liever niet?”

“O nee!” hoorde ik hem opeens heel preuts uitroepen, “daar krijg je de grootst mogelijke last mee.”

Dat klopt ook wel met mijn beperkte maatschappelijke ervaring. In de ambtelijke dienst waar ik ben aangesteld worden met elke begrotingspost de vreemdste capriolen uitgehaald, maar de salarissen worden stipt op de 23e uitbetaald en ik heb in al die jaren, ondanks de verschrijvingen, manipulaties en creatieve overboekingen nog nooit gehoord dat wie dan ook in dat bedrijf ook maar een cent in zijn eigen zak stak. En zo hoort het ook.

De ambtelijke moraal is kennelijk nog niet aangetast. Hoe is dat te verklaren?

Een onomkoopbaar mens, dat is iemand aan wie nog nooit een hoog genoeg bedrag geboden werd. De steekpenningen die Nederlandse ambtenaren worden voorgehouden blijven ver onder hun corruptiedrempel. Zijn de omkoopgelden hier dan zoveel minder? Nee, maar Nederlandse ambtenaren zijn veel duurder.

Dat komt allereerst door de vaste aanstelling en de pensioenregeling. Reken maar uit: Iemand wordt voor het eerst ernstig in verleiding gebracht, stel, rond zijn dertigste. De omkoopsom moet dus meer bedragen dan vijfendertig jaar verdiencapaciteit van een onbesproken functionaris, vermeerderd met twintig jaar pensioen, verminderd met het te verwachten inkomen van een onteerd persoon over evenveel arbeidsjaren, alles gekapitaliseerd tegen dagwaarde en vermenigvuldigd met de pakkans. Dat komt voor een gewone straatagent al gauw neer op zo'n anderhalf miljoen. Als op het verscheuren van een bekeuring in beginsel oneervol ontslag staat, met strafkans 10%, moet de agent toch minstens anderhalve ton in rekening brengen, wil de transactie voor hem een beetje interessant zijn. Ik reken met opzet slordig, net zo slordig als die agenten.

Daar komt iets bij. Als alle collega's onkreukbaar zijn, kan de ene die omkoopbaar is er niet op rekenen dat zijn collega's hem wel zullen dekken omdat ze zelf ook iets te verbergen hebben. De eerste die zich laat corrumperen loopt dus ook het meeste risico. En zolang er één beambte rondloopt die nog niet is omgekocht kunnen de omkoopbaren niet echt gerust zijn.

De ambtenaren blijven dus eerlijk omdat ze veel meer waard zijn dan ze wordt geboden en omdat ze denken dat alle anderen ook eerlijk zijn. Ze geloven in hun eigenwaarde en in de ambtelijke moraal omdat ze geloven dat alle anderen daarin geloven. En dat is ook zo.

Nu maar hopen dat het zo blijft.