Hoog bezoek tijdens de preek

DAMASCUS, 17 FEBR. Plotseling woei er een vreemde wind door de Abu Nur-moskee in Damascus. De groot-mufti van Syrië was al anderhalf uur bezig met zijn vrijdagse preek. De mannen zaten beneden, onder kristallen lampen, op sleetse tapijten. De vrouwen hurkten boven op de galerijen, achter glas, en volgden zijn woorden door de luidspreker.

Ineens liep daar een stel lange, zwarte mannen kloek de moskee in. Mannen in pak, videocamera's in de ene hand, schoenen in de andere. Zij gingen vooraan zitten, vlak voor de mufti. En achter hen aan, in een haag van zwarte veiligheidsmannen met plastic draadjes in hun oor, kwam hun leider: Louis Farrakhan.

Farrakhan droeg een donker pak, een wit hemd en een strikje - dezelfde onberispelijke outfit die hij de afgelopen weken aan had toen hij op zijn 'World Friendship Tour' Soedan, Libië, Iran en Irak aandeed. De moskeegangers wisten niet wat zij zagen. Velen weten wie Farrakhan is, maar zijn komst was niet aangekondigd.

Farrakhan, de 62-jarige controversiële leider van de zwarte Amerikaanse emancipatiebeweging Nation of Islam, had niet op een beter moment binnen kunnen komen. De wit-bebaarde mufti vertelde juist dat moslims ernaar moeten streven om vandaag beter te zijn dan gisteren. “Als een mens zichzelf niet ontwikkelt”, zei hij, “kan hij evengoed sterven.”

Dat is wat Farrakhan de zwarten in Amerika voorhoudt. In een poging het verval van de zwarte gemeenschap te keren predikt hij een terugkeer naar traditionele gezinswaarden, arbeidzaamheid en zelfdiscipline. Het is niet toevallig dat Farrakhan in het islamitische Midden-Oosten op sympathie kan rekenen.

Pagina 4: Farrakhan gaat in Syrië toch éven over het randje

Veel moslims herkennen zichzelf in zijn gevecht tegen de permissive society van de 'blanke, ongelovige' onderdrukker. De gedesintegreerde zwarte gemeenschap die Farrakhan weer op de been wil helpen, is een beetje hùn gemeenschap - de moslimwereld in het Midden-Oosten die ook naar waardigheid hunkert. Zij geloven dat hun ellende de schuld is van de supermacht Amerika. Omdat Farrakhan vaak fel uithaalt naar de machtige pro-Israelische lobby in het Congres, is hij hier net zo'n bekendheid aan het worden als in de Verenigde Staten zelf. Vorig jaar oktober, toen Farrakhan honderdduizenden zwarten uit heel Amerika naar Washington kreeg voor zijn Million Men March, zaten miljoenen Arabieren aan de televisie gekluisterd.

Farrakhan stak in Damascus niet het verbale anti-Amerikaanse en anti-joodse vuurwerk af dat hij in Tripoli en Teheran had laten ontbranden. Aangezien Syrië onder auspiciën van Amerika vredesonderhandelingen voert met Israel, had het land Farrakhan vermoedelijk te verstaan gegeven dat hij zijn gemak moest houden. Teksten als 'God zal Amerika door moslims laten vernietigen' mogen in Iran door de beugel kunnen, Syrië is er niet van gediend. Hoewel Farrakhan deze week in Bagdad had aangekondigd dat hij naar Syrië zou gaan, had Damascus gezwegen over het bezoek. De pers wist van niets, een bezoek aan het parlement staat niet op het programma. Ook krijgt hij hier de president niet te zien. Farrakhan was de gast van de groot-mufti persoonlijk, een oude kennis uit zijn minder bekende dagen, en zelfs die had zijn mond gehouden. Het feit dat Farakhan met zijn gevolg van 35 mensen) pontificaal in het Sheraton-hotel incheckte, en dat het gezelschap zich toch verplaatste in officiële zwarte Mercedessen-500, betekenden maar één ding: Farrakhan werd van regeringswege getolereerd zolang hij de Syrische betrekkingen met Amerika niet zou vertroebelen.

Dus sprak Farrakhan enkel over zijn intussen beroemd geworden prognose: “De 21ste eeuw wordt de eeuw van de islam”. Traag en luid - elke zin werd direct in het Arabisch vertaald - ontvouwde hij zijn theorie over zelfontplooiïng van de onderdrukte natie. Alleen als de moslimwereld terugkeert tot haar wortels en de handen ineenslaat, zei hij, kan zij weer machtig worden. “In Irak zei ik: Leg uw geschillen met Iran bij, u bent beide moslimlanden! Waarom zouden moslims zichzelf klein houden door politieke geschillen?” De groot-mufti knikte. In de galerijen schreeuwden de lijvige vrouwen uit het gevolg van Farrakhan: “Yeaaah! He's right!', alsof het een baptistendienst was. Hun Syrische zusters, toch al onder de indruk van hun gekleurde sluiers en lange, gelakte nagels, staarden hen bevreemd aan.

Maar toen zei Farrakhan: “In naam van de Profeet bid ik dat Syrië en Irak samenkomen als één moslimnatie.” Vervolgens wijdde hij uit over het lijden van het Iraakse volk waarvan hij getuige was geweest. Baby's sterven van de honger, zei hij, vrouwen krijgen miskramen. Of hij zich mee liet slepen op de golven van zijn retoriek of dat hij het expres zei, weet niemand. Maar die opmerking was over het randje: Irak en Syrië zijn al decennia nauwelijks on speaking terms. Politiek gezien was deze opmerking een affront voor de Syrische autoriteiten. Die houden immers vol dat Irak dat lijden enkel aan zichzelf te danken heeft. Zelfs de groot-mufti, die zich aan de regels houdt en dus nooit politieke uitspraken doet, fronste zijn wenkbrauwen.

Toch is deze uitglijder niet wat de Syrische bezoekers van de Abu Nur-moskee aan dit ongebruikelijke vrijdagse gebed hebben overgehouden. Toen Farrakhan stapvoets wegreed door de nauwe straatjes vol fruitstalletjes, riep het samengestroomde volk trots: “El Amriki, deze Amerikaan strijdt voor de islam, hij is een held!”