Het is 'oorlog' tussen kibboets en banken

EIN SHEMER, 17 FEBR. “ Wij geven ons land niet aan de banken”. In grote witte letters staat deze noodkreet gekalkt op een hek in de kibboets Ein Shemer. In deze collectieve nederzetting is de snel om zich heen grijpende opstand begonnen tegen Israels banken die de kibboetsen volgens een recent rapport jarenlang zouden hebben opgelicht.

Het is de klassieke strijd tussen het keiharde kapitalisme en de in het kibboets-ideaal belichaamde socialistische waarden. Wegens de verdenking die het Procaccia-rapport (naar de hoogleraar die het document voor de kibboetsen opstelde) op de banken legt is dit gevecht de afgelopen dagen zo emotioneel geworden. Dat het in Israel zover is gekomen is een gevolg van de snelle transformatie die de joodse staat van een idealistische socialistische samenleving naar een kapitalistische maatschappij doormaakt.

Twintig jaar geleden was het om ideologische redenen ondenkbaar en politiek onhaalbaar dat banken kibboetsen met de rug tegen de muur zouden durven plaatsen. De banken, zelfs de bank Hapoaliem (de bank voor de arbeiders) hebben geen boodschap meer aan het verleden, ze hebben nog maar weinig gevoel meer voor de enorme offers die de kibboetsen in Israels bestaansstrijd hebben gebracht. Ze azen op het kostbare land van deze collectieve nederzettingen in de periferie van de grote steden langs de kust als onderpand voor de in de miljarden guldens lopende schuld die ze in de loop van zo'n twintig jaar hebben opgebouwd, onder andere als gevolg van de moordende rente.

“Wij verliezen misschien duizend dunam (100 hectare; S.B.) land van de vierduizend dunam die we bewerken. Als we dat land aan de banken kwijtraken is het afgelopen met onze katoen dat we irrigeren met door ons gezuiverd rioolwater van de Arabische stad Umm-El-Fahm”, zegt Shai Mirkan, de economische coördinator van Ein-Shemer. “Verlies van een kwart van ons land is gewoon amputatie.”

Shai Mirkam geeft toe dat de kibboetsen door wanbeleid en profiterend van de vroegere goodwill de afgelopen twintig jaar een gigantische schuld bij de banken hebben gemaakt. “Niet al het geld ging naar investeringen. Veel kibboetsen financierden uit de leningen nogal onnadenkend de verhoging van de levensstandaard. Er werden betere en grotere woningen voor de leden gebouwd, er kwam TV, buitenlandse reizen”. Leningen werden opgenomen om enigszins gelijke tred te kunnen houden met de snelle verhoging van de levensstandaard buiten de kibboetsen. Geleend geld werd in de kibboetsen gepompt om de jeugd vast te houden.

In dit aanpassingsproces zijn de afgelopen jaren de economische en maatschappelijke regels van het kibboetsleven minder streng geworden. Kinderen slapen vaak niet meer in kindertehuizen maar thuis, buiten de kibboets werken is aanvaard en het aantrekken van arbeidskrachten van buiten ook. Alle veranderingen hebben echter niet kunnen verhinderen dat de kibboetsbeweging onder de last van de schulden aan de banken in een diepe crisis is beland. Als economische eenheden hebben de kibboetsen in een kapitalistische omgeving gefaald. Voor hun pogingen met geleend geld het hoofd boven water te houden worden zij nu in hun voortbestaan bedreigd. Of niet? Faalden de kibboetsen in economisch opzicht misschien omdat de banken te hoge rente berekenden en met andere manipulaties de kibboets naar het faillissement dreven ?

“Sedert het Procaccia-rapport deze mogelijkheid boven water heeft gebracht lopen onze jongeren niet langer met gebogen hoofd. Misschien hebben we als idee toch niet gefaald en ligt de schuld bij de banken”, zegt Shaim Mirkam hoopvol. “Ik heb een droom : als we de helft van onze schuld kwijtraken is het een groot succes.”

De schuld van de kibboetsbeweging (213 kibboetsen) aan de banken is opgelopen tot het gigantische bedrag van 8,5 miljard gulden. Na moeizaam driehoeksoverleg tussen de regering, de banken en de kibboetsbeweging werd een oplossing gevonden waarbij de schuldenlast werd teruggebracht tot 3,2 miljard gulden. Zeventig kibboetsen die op “dure grond liggen” zouden volgens deze regeling land voor een waarde van 1,1 miljard gulden als gedeeltelijke aflossing van een deel van de uitstaande schuld aan de banken overdragen en de rest tijdens jaarlijkse termijnen over een periode van tientallen jaren afbetalen. De leiding van de kibboetsbeweging is er wegens de ogenschijnlijk gunstige voorwaarden op gebrand deze overeenkomst zo snel mogelijk te tekenen.

Aan de hand van het Procaccia-rapport heeft kibboets Ein Shemer echter het voortouw in het protest genomen. Eergisteren gaven andere grotere kibboetsen hun steun aan de harde eis een onderzoek in te stellen naar de grootte van de schuld. “Misschien hebben we helemaal geen schuld en staan we door manipulaties van de banken in het rood”, zegt Mirkam Shai waarbij hij verwijst naar het Likud-tijdperk (“de juiste economie” van minister Avidor) van de hyperinflatie van over de 400 procent per jaar toen de schulden van de kibboetsen explodeerden.

Het gaat hem en de leden van Ein Sherem erom zoveel mogelijk van hun land - waarvan de waarde in het overbevolkte deel van Israel langs de kust van de Middellandse zee alleen maar kan stijgen - te behouden. Kibboetsen nabij Tel Aviv zitten al op goudmijnen. Voor een dunam, een tiende hectare, wordt 1,6 miljoen gulden betaald. Tien jaar geleden was dat vele malen minder.

Premier Shimon Peres is wegens deze aanhoudende hausse van de grondprijzen enthousiast voor een Nederlandse rol bij de bouw van kunstmatige eilanden voor de kust van Tel Aviv. De hoge grondprijzen zouden een dergelijke onderneming reeds nu rendabel maken.

Met het oog op de toekomst gericht probeert kibboets Ein Shemer zoveel mogelijk van zijn land uit handen van de corrupt geachte banken te redden. De strijd tussen de kibboetsbeweging en de banken is ontbrand, waarbij de directeuren van de banken beseffen dat ze veel boter op hun hoofd hebben. De banken hebben in de jaren tachtig immers door het kunstmatig opdrijven van de koersen van de aandelen op de Tel-Avivse beurs Israel in een diepe financiële crisis gestort, toen de Tel-Avivse beurs in elkaar stortte. Nu wordt onder andere omstandigheden in de financiële wereld weer gevreesd voor de “goede naam” van Israels banken in binnen en buitenland.

    • Salomon Bouman