Harald de Man na 'perfecte race' 51ste op Super-G; Skiërs benutten WK als graadmeter voor toekomst

ROTTERDAM, 17 FEBR. Vraag Marcel Looze naar de doelstellingen van de Nederlandse afvaardiging bij de WK skiën en de bondscoach reproduceert moeiteloos de tekst op de fax die de nationale skibond begin deze maand liet uitgaan: “Ons doel is om op het hoogste internationale wedstrijdniveau ervaring op te doen en te kijken waar we mondiaal staan.”

De coach van de Nederlandse skiploeg laat zich - anders dan sommige van zijn voorgangers - niet verleiden tot grootspraak. Realisme is dezer dagen de leidraad van de alpine-skiërs bij de wereldkampioenschappen in de Sierra Nevada. “Ik waak voor hoge verwachtingen en streef heel nadrukkelijk naar rust. Iedere vorm van prestatiedruk op de jongens wil ik bij voorbaat wegnemen”, aldus Looze vanuit het Spaanse wintersportoord.

De prestaties van de tweemansformatie op de flanken van het hooggebergte rechtvaardigen de bescheiden verwachtingen. Specialist Harald de Man (22), tijdig hersteld van een griepaanval, gleed dinsdag bij de Super-G als 51ste over de finish. Zijn achterstand op winnaar Atle Skaardal uit Noorwegen bedroeg ruim vijf seconden op het eerste onderdeel van de wereldtitelstrijd bij de mannen. Van een mislukte afdaling wil Looze niets weten. “Op enkele kleine details na heeft Harald een perfecte race geskied. Wij zijn dan ook zeer tevreden over zijn prestatie.”

Minder tevreden waren de bondscoach en de Oostenrijkse sneeuwtrainer Günther Gerhard over de run van de tweede Nederlander, Bram van Es (22). De Nederlands kampioen op de Super-G ging onstuimig van start, maakte enkele stuurfouten en sneuvelde uiteindelijk in het zicht van de eindstreep bij poort nummer 38. Waarna diskwalificatie volgde voor de jongeling met de ongeduldige stijl. Looze: “Bram wil soms té graag. Dat moet ook wel als je iets extra's wilt bereiken, maar met die stijl wil het ook wel eens scheef lopen.”

De bondscoach van de Nederlandse Ski Vereniging moet het in de streek rondom Granada stellen zonder Johann Moser, het vierde en jongste lid van de nationale A-selectie. De 19-jarige skiër uit Spaarnwoude kwam in de seizoensvoorbereiding tijdens een trainingstocht met een crossmotor over de Drentse heide ongelukkig ten val en verdraaide daarbij zijn knie. Het derde lid, Hayo Wareman (21), wist zich niet te kwalificeren voor de WK en benut de 'eeuwige' sneeuw in Zuid-Spanje voor extra trainingsarbeid.

Vanmiddag staat de afdaling op het programma in de Sierra Nevada. Van Es ondervindt geen hinder meer van de hardnekkige scheenbeenblessure, die hem in het begin van het seizoen het skiën bijna onmogelijk maakte. Maar zijn conditionele achterstand staat het volgens Looze niet toe om morgen aan de start te verschijnen bij de spectaculaire discipline met de hoge snelheden. Ook de combinatie (afdaling en slalom) laat hij op medisch advies aan zich voorbij gaan. Het vizier van Van Es is gericht op zijn twee specialiteiten van volgende week: slalom en reuzenslalom.

Welke posities beide skiërs de komende dagen ook zullen innemen in de achterhoede van de eindrangschikking, voor Looze is het WK op voorhand geslaagd. “Voor Harald is dit bijvoorbeeld zijn derde WK, maar in mijn ogen feitelijk zijn eerste. Want pas nu is hij er echt aan toe. Voor Bram geldt hetzelfde. Dit WK is een graadmeter en kan daarom eigenlijk niet fout gaan. Pas zodra wij tussen de Belgen en Mexicanen eindigen, is er reden tot ongerustheid. Gelukkig is dat niet het geval. Voor ons is het nu bouwen en werken, ervaring opdoen met het oog op de toekomst.”

Looze baseert zijn optimisme voor de komende jaren vooral op de jeugdige leeftijdsopbouw van zijn selectie. De gemiddelde leeftijd van de internationale toppers op de twee latten schommelt om en nabij de 27 jaar, een leeftijdsverschil van vijf jaar met De Man en Van Es. “En bij snellere disciplines zoals de afdaling ligt die leeftijd over het algemeen nog wat hoger.”

Om aansluiting te vinden bij de mondiale (sub)top heeft Looze een ambitieus driejarenplan opgesteld. Dit jaar moeten de Lowlanders zich volgens de meerjarenraming bij de beste 150 scharen, volgend jaar bij de bovenste honderd en in 1998 uiteindelijk bij de eerste vijftig van de wereld. “De progressie over de afgelopen maanden is duidelijk zichtbaar. Zozeer dat het streven voor over twee jaar inmiddels is bijgesteld. In plaats van een plek bij de beste vijftig, moeten ze in staat zijn een plaats bij de beste dertig te veroveren.”

In de ogen van sneeuwtrainer Gerhard zijn de ambities verre van irreëel. De voormalige profskiër uit Tirol, sinds een half jaar belast met de technische vorderingen van het viertal, heeft nooit een geheim gemaakt van de goede toekomstperspectieven van de Nederlandse ski-jeugd. In het olympische jaar 1998 spreekt Nederland internationaal een woordje mee, is de overtuiging van Gerhard. Daarmee zou een wensdroom in vervulling gaan die anno 1996 vooralsnog niet wordt onderbouwd door aansprekende resultaten.

    • Mark Hoogstad