Fijnaut: politie geeft CRI veel te weinig informatie

LEUVEN, 17 FEBR. De Centrale recherche informatiedienst (CRI) krijgt van de Nederlandse politie nauwelijks informatie aangeleverd en kan daardoor zijn werk niet goed doen.

De hoogleraar strafrecht en criminologie C. Fijnaut - die in opdracht van de parlementaire enquêtecommissie de omvang van de georganiseerde misdaad in kaart bracht - zegt in een vraaggesprek met deze krant dat de CRI “niet ingebed zit in de informatiestromen. De CRI, het moet maar eens gezegd, staat op dit moment droog”.

Bij de CRI in Zoetermeer werken zeshonderd agenten. De organisatie, met een begroting van 31 miljoen gulden, is een onderdeel van het landelijke politiekorps dat onder directe verantwoordelijkheid valt van het ministerie van Justitie. De CRI zou moeten functioneren als een nationale databank voor de 25 regiokorpsen en levert desgevraagd assistentie. Maar die taak kan de CRI niet naar behoren vervullen, merkte Fijnaut tijdens zijn enquêtewerk.

“Er zijn politiekorpsen die een aversie hebben tegen de CRI en geen inlichtingen afstaan. Dan moet de CRI gaan bedelen bij korpsen die zelf overigens ook vaak geen goed overzicht hebben van wat er precies aan informatie in huis is”, aldus Fijnaut. Die gebrekkige informatieverwerking verklaart volgens hem ook waarom er door de CRI steeds wisselende cijfers worden gepresenteerd over het aantal criminele organisaties dat Nederland telt. De hoogleraar zegt dat “het hoog tijd wordt dat een aantal korpschefs samen met het ministerie van Justitie gaat bekijken hoe de CRI goed kan gaan functioneren”. Een woordvoerster van de CRI zegt geen commentaar te hebben omdat het rapport-Van Traa nog in de Tweede Kamer moet worden behandeld.

Uit de studie die Fijnaut heeft uitgevoerd blijkt dat de zeven meest toonaangevende autochtone criminele groeperingen die Nederland telt allemaal actief zijn in de drugshandel. Toch gelooft de criminoloog niet dat legalisering van de handel in verdovende middelen een oplossing is voor deze vorm van criminaliteit.

“Legalisering van softdrugs zou hooguit een eerste reductie van de georganiseerde misdaad teweegbrengen. Maar je heft er de zwarte markt niet mee op. En de resterende illegale markt voor harddrugs, die je nooit kunt vrijgeven omdat ze zeer schadelijk zijn, wordt nog professioneler en lucratiever bediend. Kijk naar de smokkel in sigaretten die de laatste jaren weer de kop opsteekt omdat sommige landen immense belastingen op tabak heffen. Legalisering maakt de zwarte markt kleiner maar de criminaliteit harder.”