'Een oorlog tegen Japan zou het mooiste zijn'

Zuid-Korea en China haastten zich deze week enkele piepkleine eilandjes te 'verdedigen' tegen de Japanners. Tokio hoeft maar met een vinger over de grens te wijzen om diepgewortelde anti-Japanse ressentimenten in de regio op te rakelen.

SEOUL, 17 FEBR. Welgeteld één Koreaanse visser woont er op de twee Tokdo-eilandjes, weinig meer dan enkele verweerde rotspunten in de branding. De man krijgt af en toe bezoek van twee dozijn politieagenten, meer gebeurt er niet op Tokdo. Zuid-Korea ziet zich als de rechtmatige eigenaar van de lapjes grond, gelegen in de Zee van Japan, halverwege Korea en Japan. Toen Tokio vorige week voorzichtig zijn aanspraken op de eilandjes - die het Takeshima noemt - herhaalde waren de rapen gaar.

Heel Zuid-Korea, zo leek het, van president Kim Young Sam tot boeren en vissers liepen te hoop tegen de Japanners. Bij de Japanse ambassade in Seoul demonstreerden woedende Koreanen tegen deze 'Japanse brutaliteit'. De grootste betoging, waaraan 3.000 mensen deelnamen, had plaats op het eilandje Ullongdo, dat op 90 kilometer van Tokdo ligt. “Japan, maak je excuses”, riepen de demonstranten. President Kim stuurde intussen versterkingen naar Tokdo en belde de politieagenten persoonlijk op om hen een hart onder de riem te steken. Donderdag liet hij een militaire oefening bij Tokdo houden om de Japanse marine, die met een patrouilleboot poolshoogte was komen nemen, af te schrikken.

De Koreaanse opwinding over de minuscule eilandje heeft maar ten dele met territoriumdrift te maken. Natuurlijk ziet Zuid-Korea de economische voordelen die de rijke visgronden rondom de eilanden opleveren, terwijl de zeebodem mogelijk olie en mineralen bevat. Veel belangrijker echter voor de Koreanen is de symbolische waarde die het verdedigen van grondgebied tegen de Japanners heeft. In Seoul maakt men een vreugdedansje iedere keer wanneer zich de mogelijkheid voordoet tegen Japan uit te pakken.

Kim Jin Hyun, vice-voorzitter van de 'commissie voor globalisatie' en in die hoedanigheid een naaste adviseur van president Kim Young Sam, verwoordde vorig jaar tegenover de Korea Herald op ondubbelzinnige wijze de nationale gevoelens over de oosterburen: “De beste manier om vriendschap met de Japanners te sluiten is door hen te verslaan, indien mogelijk door een oorlog, zodat Japan dezelfde wrede ervaring kan hebben als de Koreanen tijdens de Japanse koloniale bezetting. Helaas, een oorlog is niet mogelijk, daarom moeten we Japan op andere terreinen verslaan, op het gebied van de cultuur, de technologie en de moraliteit.”

Japan annexeerde het Koreaanse schiereiland in 1910. Met harde hand werden de taaie Koreanen geknecht. De bezetting duurde tot de Japanse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog, augustus 1945. Hoewel Japan en (Zuid-) Korea daarna beide in de Amerikaanse invloedssfeer terechtkwamen is de verhouding tussen de Koreanen en de Japanners altijd uiterst koel gebleven.

Zo weigert Zuid-Korea consequent de term 'Zee van Japan' te gebruiken en spreekt het in plaats daarvan over de 'Oostzee'. Bij de Verenigde Naties is Seoul een campagne begonnen tot naamswijziging van de zee. “Het belang van de benaming Oostzee gaat voor mijn volk veel verder dan de naam alleen. 'Oostzee' heeft gefungeerd als symbool van onze collectieve nationale geest en identiteit door de eeuwen heen. Ons volkslied begint met de woorden: Tot de golven van de Oostzee droog zijn ...”, aldus een regeringsfunctionaris.

Japanse bedrijven hielpen Zuid-Korea na de Koreaanse oorlog (1950-53) met de wederopbouw, maar daarvoor valt in Seoul weinig dankbaarheid te bespeuren. De Koreanen zien de Japanse bijstand als herstelbetalingen en zeker niet als vriendendienst. De Zuidkoreaanse economie groeide door de Japanse (en Amerikaanse) steun en dankzij een keihard werkende bevolking sinds het begin van de jaren zestig fenomenaal, waardoor de Republiek Korea nu tot de rijkere industrielanden is gaan behoren.

“Een van de belangrijkste drijfveren voor het opbouwen van een sterke economie is het anti-Japan-gevoel”, zegt Gareth Evans van ING Barings in Seoul, “er is geen volk waar de Koreanen zo de schurft aan hebben als de Japanners.” Wie zijn oor te luisteren legt bij Zuidkoreaanse megaconcerns als Daewoo, Hyundai en Samsung zal daarvan een bevestiging horen. Lee Jung Seung, een functionaris van Daewoo, zegt het als volgt: “We haten de Japanners. We willen hen voorbijstreven op alle terreinen.”

Het binnenhalen van het Wereldkampioenschap voetbal in 2002 vormt de inzet van een nieuwe concurrentieslag tussen Zuid-Korea en Japan. Gelet op het grote aantal aankondigingen 'Korea 2002' - elk Koreaans vliegtuigen, menig gebouw, autobus of metrotrein is ervan voorzien - heeft Zuid-Korea het sportevenement al binnen. Niets is minder waar, de beslissing moet nog worden genomen door de FIFA, de wereldvoetbalfederatie. Gezien het feit dat Japan als land een grotere bekendheid geniet en meer geld heeft gestoken in de promotie, lijken de Japanners betere troeven te hebben en dat zal een klap betekenen voor de Koreanen.

Niet alleen met Zuid-Korea heeft Japan een territoriaal conflict, gecentreerd rondom kleine eilandjes, ook met China leeft Japan in onmin over enkele rotsen. Het gaat om de onbewoonde Diaoyou-eilanden - in het Japans Senkaku-eilanden genoemd - die 150 kilometer ten noordoosten van Taiwan liggen. Het grootste heeft een oppervlakte van niet meer dan 3,8 vierkante kilometer. Ook deze controverse liep deze week hoog op, nadat China een 'olieboorder' naar het gebied had gestuurd. Tokio reageerde hierop door te zeggen dat de eilandengroep “onder Japans toezicht” staat. Peking riposteerde op zijn beurt met de verzekering dat het Chinese bezit van de Diaoyou-eilanden “een historisch feit” is.

In China bestaan eveneens anti-Japanse ressentimenten, maar deze zijn minder dan in Korea. China is na 1945 zelf een wereldmacht geworden en ontleent daaraan en aan het feit dat het met 1,2 miljard mensen (10 keer zoveel als Japan) het volkrijkste land ter wereld is, een groot gevoel van eigenwaarde. Voor Korea geldt dat niet. Ook als de twee Korea's ooit worden herenigd, is het bevolkingsaantal nog maar de helft van dat van Japan. Hoewel de Koreaanse ambities geen grenzen kennen, is het zeer de vraag of Korea de belangrijke factor op het wereldtoneel wordt die het graag wil zijn.

Elders in Oost- en Zuidoost-Azië spelen nog enkele andere grensconflicten. Japan eist nog altijd de Koerilen terug, vier eilandengroepen die het aan het einde van de Tweede Wereldoorlog moest afstaan aan de Russen. En zuidelijker twisten verscheidene landen om de Paracel- en de Spratly-eilanden.

Maar het gevoeligst van alle territoriale onenigheden in de regio zijn die waar de Japan bij betrokken is. Het verleden van de oorlog blijft de Japanners achtervolgen, mede door hun eigen toedoen, want Japanse verantwoording en oprechte verontschuldiging voor wat er toen is gebeurd - zoals Duitsland dat in Europa wel heeft gedaan - heeft eigenlijk nooit plaatsgehad. Elk jaar is er wel een minister uit het Japanse kabinet die de Japanse agressie uit de oorlog vergoeilijkt. Tomiichi Murayama, tot begin dit jaar premier van Japan, noemde vorig jaar de annexatie van Korea nog “legaal”: er was immers een wet voor uitgevaardigd. Iedere keer komt het Tokio, tot zijn eigen schrik en verbazing, op een storm van protest uit Seoul of Peking te staan.

Toen een zware aardbeving de Japanse stad Kobe vorig jaar verwoestte en 5.000 mensen de dood vonden, huppelde een Koreaanse medewerker van de Nederlandse ambassade in Seoul door de gangen. “Ze krijgen hun verdiende loon”, riep hij.

    • Lolke van der Heide