Een echte vedette

MAARTEN MOLL: Jaap Eden. Wereldkampioen op de schaats, wereldkampioen op de fiets

267 blz., geïll, Thomas Rap 1996, ƒ 29,50

Midden in het schaatsseizoen 1995/1996, waarin Rintje Ritsma zowel Europees als wereldkampioen werd, kwam van de hand van Maarten Moll een biografie uit over het leven van de legendarische schaatser en wielrenner Jaap Eden. De stijl is vaak breedsprakig en de schrijver volgt niet overal de gebeurtenissen in chronologische volgorde. Dat maakt het gericht lezen en snel zoeken naar bepaalde gebeurtenissen lastig. De vele, soms minder te zake doende details maken het lezen tot een vermoeiende bezigheid en men moet concluderen dat het toch uitermate boeiende leven van Jaap Eden minder boeiend beschreven is.

Jaap Eden werd in 1873 geboren en op 17-jarige leeftijd won hij zijn eerste prijzen bij het schaatsen. Zijn internationale carrière als schaatser begon in 1891, toen Eden 18 jaar oud was. In 1893 won hij zijn eerste wereldtitel. Dit herhaalde hij in 1895 en 1896. In die tijd was er nog geen sprake van puntentelling, waarbij alle tijden naar de 500 meter herleid werden. Men kon slechts kampioen worden door ten minste 3 afstanden te winnen. Indien niemand daartoe in staat bleek, was er in dat jaar geen kampioen.

Het ligt voor de hand om de tijden van toen met die van tegenwoordig te vergelijken. Zo reed Eden op de 500 meter een snelste tijd van ongeveer 48 seconden, op de 1500 meter 2.25. Op de 5 en 10 km werd respectievelijk 8.37 en 17.56 gereden. De meeste van deze tijden waren wereldrecords.

De omstandigheden waren echter in die tijd geheel verschillend van die van tegenwoordig. Allereerst was de training niet zo gericht en omvangrijk als tegenwoordig. Bovendien beschikten de schaatsers niet over skeelers en ook van kunstijsbanen had men nog nooit gehoord. Wetenschappelijke begeleiding bestond niet. Bij afwezigheid van ijs in de winter speelde een belangrijk deel van de wintertraining zich in Skandinavië af. De ijsbanen uit die tijd waren niet mooi ovaal zoals nu, maar bestonden vaak uit 2 rechte, niet evenwijdige zijden, die met elkaar verbonden waren door twee ongelijke bochten. Soms was de baan zelfs langwerpig of driehoekig. Er waren in die tijd geen ijsmachines, die na een paar ritten de baan weer in topconditie brachten en ook snelle schaatspakken bestonden niet. Wanneer de omstandigheden van die tijd in ogenschouw worden genomen, is de enige juiste conclusie dat Eden een echt supertalent moet zijn geweest. Daarbij dringen zich vergelijkingen op met Ard Schenk, Eric Heiden en Johan Olof Koss. Eén van de trainers van Jaap Eden was Pim Mulier. Mulier was van mening - een opvallende benadering in zijn training - dat de atleet moest leren luisteren naar zijn lichaam. Dit is heden ten dage nog steeds het geval. Ondanks onze geavanceerde wetenschappelijke hoogstandjes is het nog steeds niet mogelijk overbelasting in het vroegste stadium op te sporen. Ook nu nog geldt dat het gevoeligste meetinstrument voor overbelasting het lichaam van de atleet zelf is.

Eden was een echte vedette. Ofschoon media als radio en tv nog niet bestonden schreven de kranten uitgebreid over hem, waardoor hij een voor die tijd ongewoon grote bekendheid genoot. Hij werd overal met égards behandeld.

Veelzijdigheid

Was Eden in de winter een groot schaatser, in de zomer was hij op de fiets een gevreesd tegenstander. In hetzelfde jaar waarin hij wereldkampioen schaatsen werd, werd hij ook Nederlands kampioen wielrennen over 3 afstanden: 1 mijl, 5 en 50 kilometer over de weg. Het beheersen van de sprint en lange afstanden getuigt van een grote veelzijdigheid. In 1894 werd Eden bij het wielrennen wereldkampioen over 10 kilometer en in 1895 werd hij wereldkampioen op de sprint. Ook in die tijd was er al de verleiding van het grote geld. Eden kreeg aanbiedingen om als professionele wielrenner op te treden. Aanvankelijk besloot hij amateur te blijven, omdat bij de profs nog geen grote kampioenschappen werden verreden. In 1896 kwam Eden echter toch als professional uit. In het jaar na zijn toetreden tot de professionele wielrenners, begon zijn prestatiecurve een neerwaartse beweging te tonen. Hij was inmiddels 24 jaar en was kennelijk niet bestand tegen de verleidingen, waaraan de vedette werd blootgesteld. Eden werd steeds vaker verslagen en feitelijk is zijn verdere loopbaan een triest verhaal. Hij begon te roken en gaf zich steeds vaker met toenemende overgave over aan de geneugten van het leven. Het kwam zelfs voor dat Eden op een schaatskampioenschap in Hamar niet aan de start verscheen, omdat hij er de voorkeur aan gaf de nacht en de volgende dag met een vriendin in bed door te brengen.

Eden werd steeds meer een zielige figuur, die alleen nog kon teren op de roem van het verleden en het werd steeds duidelijker dat hij feitelijk voor niets anders deugde dan voor de sport. In die tijd bestond er nog niet zoiets als maatschappelijke begeleiding. Eden had geen vak geleerd en de ene na de andere baan mislukte. Hij probeerde een aantal malen, tot op 40-jarige leeftijd, een come back te maken, maar steeds mislukte die. Hij verwaarloosde zijn gezin, raakte aan de drank en eindigde volledig aan lager wal.

Deze trieste levensloop is illustratief voor de topper die zijn sportcarrière op de eerste plaats stelt, geen vak heeft geleerd en nooit heeft nagedacht over wat hij na de sportloopbaan met zijn leven zou willen doen. Bij het afnemen van de prestaties valt de sporter gemakkelijk in het bekende zwarte gat. Wanneer er geen goede begeleiding en opvang is, kan het gemakkelijk tot een trieste levensloop zoals bij Eden leiden.

    • Harm Kuipers