'De sergeants letten minder streng op, ze hebben heel veel geduld met ons'

Maandag 30 januari is de laatste lichting dienstplichtigen opgekomen. Nog 604 jongens moeten tot 31 augustus verplicht onder de wapenen. Hoe komen zij hun tijd door? De eerste van een korte serie weekrapporten.

André Smits was blij toen hij in december een brief van het leger kreeg. Hij moest 30 januari opkomen. Een jeugddroom kwam uit. “Al toen ik klein was, wou ik graag soldaat worden. Marcheren vind ik mooi. En ik wilde ook altijd mensen helpen, zoals bijvoorbeeld nu in Bosnië.”

Het was wel wat leeg in de Amersfoortse kazerne waar Smits vorige week moest komen voor zijn 'basistraining'. In de kazerne waar vroeger 2.000 militairen zaten, zitten er nu ongeveer 500. De helft van de slaapzalen voor dienstplichtigen staat leeg. Zijn peloton telde slechts tien dienstplichtigen, vroeger waren dat er wel zestig. “Soms zie je andere pelotons verbaasd kijken als wij met z'n tienen aan het marcheren zijn op de binnenplaats.” Het kleine peloton heeft wel evenveel superieuren als een normaal peloton: vier sergeants, een luitenant en een kapitein. Maar het lijkt wel of er minder streng op de soldaten wordt gelet, zegt Smits.

“De sergeants hebben heel veel geduld. Je moet bijvoorbeeld elke ochtend je kast netjes hebben opgeruimd, maar als het niet goed is, gooien ze niet alles op de grond. Het is niet zoals in de film. Dan zeggen ze gewoon wat je anders moet doen.” In een groter peloton zou het moeilijker zijn om meteen alles te leren. “Je moet best veel onthouden, hoe je je bed moet opmaken, hoe je kast eruit moet zien, hoe je een uzi uit elkaar haalt, hoe je marcheert.”

Omdat Smits peloton het laatste is, is hun programma minder zwaar dan vroeger. De basistraining is van zes naar drie weken ingekort en de jongens hoeven niet meer op bivak in het bos. De andere dienstplichtigen uit zijn peloton zijn daar blij om, maar Smits vindt het jammer. “Als je een week met zijn allen in een tentje in de natuur bent, zonder luxe, krijg je veel discipline. Je leert doorzetten.”

En dat was precies wat Smits zich van zijn diensttijd had voorgesteld. Hij heeft al veel dingen gedaan voordat hij soldaat werd. Eerst volgde hij lessen houtbewerking op een technische school. “Maar dat ging niet zo. Ik zaagde de hele tijd alles scheef.” Toen ging hij naar de horecavakschool. Ook dat lukte niet. “Ik was te veel met andere dingen bezig, ging steeds naar houseparties en coffeeshops.” In de bistro waar hij daarna in de keuken werkte, ging het ook niet voorspoedig. Zijn baas wond zich nogal snel op. Op een drukke avond vergat Smits de salades op tijd te maken en werd hij ontslagen. “Toen ging ik maar in de snackbar werken, want als het zó moet, dan hoeft het voor mij niet.” De snackbar was wel gezellig, maar ook een beetje saai. Dus verruilde Smits die na een paar maanden voor de viskraam van zijn moeder, in Stavoren, waar bleef hij totdat hij soldaat werd.

Liever was Smits marinier geworden, maar daarvoor werd hij afgekeurd. “Ze vonden dat ik te weinig discipline had, omdat ik mijn school niet had afgemaakt.” Met de oproep van Defensie was hij heel blij. “Nu kan ik bij de landmacht discipline leren en daarna nog een keer bij de marine solliciteren. Dat lijkt me echt het mooist. Je gaat overal naar toe, naar Cambodja, naar Haïti, naar Curaçao.” Smits heeft een voorbeeld in zijn omgeving: de vriend van zijn zus. Die is al vijf jaar marinier en woont nu op Curaçao. “Hij heeft het goed voor elkaar. Over vijf jaar stopt hij ermee en begint hij zijn eigen zaak. Dan is hij binnen.” Dat is ook zijn plan. Als hij 30 is, wil hij een winkel met duikspullen openen op Curaçao. Nu is hij daar nog te jong voor. “Dan wil ik toch mentaal harder zijn.”

Natuurlijk zitten er ook nadelen aan de marine. Smits zus was er niet blij mee dat haar vriend naar Cambodja ging, een paar jaar geleden. “Toen hij er net een paar dagen was, reden twee vrienden van hem op een mijn. Ze waren meteen dood. Ja, risico's horen er bij. Mijn vriendin heeft daar ook moeite mee.”

Smits is niet bang dat hij zich na drie weken basistraining gaat vervelen. Als hij niets te doen heeft, gaat hij alsnog zijn Mavo-diploma halen. Mocht hij dan worden afgewezen bij de marine, dan heeft hij dat diploma nodig om te solliciteren bij de luchtmobiele brigade. Rijlessen volgen kan sinds vorig jaar niet meer. “Dat hoorde ik vorige week pas. Ik wist dat helemaal niet. Ik vind het wel erg jammer, want ik heb nog geen rijbewijs.”

    • Rien Zilvold
    • Eva Rensman