De schurk van Internet

TSUTOMU SHIMOMURA (met JOHN MARKOFF): Takedown. The Pursuit and Capture of Kevin Mitnick, America's Most Wanted Computer Outlaw - By The Man Who Did It

324 blz., Hyperion 1996, ƒ 49,15

JONATHAN LITTMAN: The Fugitive Game. Online With Kevin Mitnick

383 blz., Little, Brown 1996, ƒ 47,20

Toen Tsutomu Shimomura het slachtoffer werd van een inbraak via Internet, raakte hij op slag beroemd. Een bevriend journalist, John Markoff, schreef er een artikel over dat op de voorpagina van The New York Times terecht kwam. Shimomura was ook niet zomaar een Internetsurfer maar een beveiligingsexpert bij het San Diego Supercomputer Center in Californië.

Deze week is het precies een jaar geleden dat de inbreker, Kevin Mitnick, werd gesnapt. Inmiddels zijn er twee boeken over de jacht op Mitnick verschenen. Het ene boek, Takedown, is geschreven door Shimomura en Markoff. Het andere, The Fugitive Game, is van de hand van Jonathan Littman. Laatstgenoemde is een free-lancer voor onder meer The Los Angeles Times. Littman vertelt het verhaal van de jacht gezien door de ogen van Mitnick en vertelt meer over de illegale Cyberwereld.

Het is uit de toon van de boeken direct duidelijk dat Takedown het 'fatsoenlijke', officiële verhaal vertelt en The Fugitive Game een afgeleide is. Shimomura en Markoff vertegenwoordigen de gevestigde orde en strijden eensgezind tegen de uiterst gewiekste crimineel Mitnick. Markoff had enkele jaren geleden al een boek over de streken van Mitnick geschreven, met als titel Cyberpunk. Shimomura's trots is natuurlijk gekrenkt door de inbraak in zijn computer en de diefstal van persoonlijke bestanden en e-mail. Dat kan weer gebeuren als de dader niet gepakt wordt.

Littman staat aan Mitnicks kant. Hij houdt een pleidooi namens de verdediging en maakt de aanklagers Shimomura en Markoff op alle mogelijke wijzen verdacht. Zijn heilige verontwaardiging over een aantal kleinigheden doet irritant aan. Littmans boek lijkt met enige haast geschreven en is een stuk rommeliger dan dat van Shimomura en Markoff. Littman heeft ook appeltjes te schillen, vooral met Markoff. Hoewel Takedown het betere verslag bevat is het onvolledig zonder The Fugitive Game ernaast te hebben. De boeken kwamen in de VS gelijktijdig uit, Takedown in 100.000 exemplaren en The Fugitive Game in een oplage van 75.000.

Het verhaal dat de boeken vertellen is fantastisch, heroïsch en romantisch. Er vallen geen doden, er worden geen grote geldbedragen ontvreemd en niemand raakt direct gedupeerd. Het is het verhaal van de perfecte diefstal en de jacht op de dader. De manier waarop Markoff, die het schrijfwerk van Takedown grotendeels voor zijn rekening nam, het opschreef doet denken aan de film High Noon. Shimomura is op weg om te gaan skiën met zijn vriendin. Helaas, het voornemen wordt gedwarsboomd als Shimomura de inbraak in zijn computer opmerkt. Hij is geërgerd hierover maar ook over de onderbreking van zijn vakantie. De schending van zijn persoonlijke domein blijkt groter dan aanvankelijk het geval leek. Hij kan niet anders dan eerst uitzoeken wat er precies is gebeurd.

Shimomura is een computerwonderkind. Hij is een briljant programmeur die zich snel ontwikkelt tot expert op zijn gebied. Shimomura is Amerikaan maar heeft ook de Japanse nationaliteit behouden. Hij komt uit het boek als bot en vrij arrogant naar voren, ook al vervult hij de sympathieke rol van de zoeker naar gerechtigheid.

Stommiteiten

Shimomura krijgt tijdens zijn jacht op de geheimzinnige inbreker weinig hulp van officiële instanties. De FBI, de CERT (Computer Emergency Response Team), de Internetleveranciers de 'Well' en 'Colorado Super Net' (CSN) krijgen allemaal een veeg uit de pan. Daarbij wordt hij zelf ook nog eens bijgestaan door een medewerker, Andrew, die de ene na de andere fout lijkt te maken. Shimomura, die in Takedown als ik-figuur optreedt, springt herhaaldelijk uit zijn vel vanwege Andrews stommiteiten en zegt zelfs een keer: “Daarom ben ik de meester en is hij de leerling.”

Over meesters gesproken, in The Fugitive Game verwondert Mitnick zich erover hoe een expert als Shimomura zijn computer tijdens de Kerstdagen zo onbeschermd kon achterlaten. Mitnick staat op de lijst van gezochte misdadigers van de FBI. Hij is in contact gekomen met Littman omdat die door Playboy werd gevraagd een interview te houden met Mitnick. Mitnick las die e-mail omdat hij altijd rondsnuffelt in andermans e-mail. Littman was meer verrast dan geschrokken en bouwde een vertrouwensrelatie met Mitnick op. De FBI kan Mitnick niet vinden omdat het bureau vooral gespecialiseerd is in ouderwets boeven vangen en niet erg thuis is in de computerelektronica.

De FBI had Shimomura dan ook zeer nodig bij de jacht op Mitnick, al hadden bijna alle agenten die bij de opsporingsoperatie betrokken waren, moeite om dat toe te geven. De eigenwijze Shimomura vertelde de FBI waar het op stond en wat ze moesten doen. Daar houden ze niet van. Uiteraard beantwoordde de FBI ook aan het karikaturale beeld van agenten die hun eigen territorium proberen te beschermen en elkaar informatie onthouden in dat gevecht. Shimomura doet het allemaal haarfijn uit de doeken.

Mitnick is na de inbraak bezig allerlei bestanden rond te sturen langs verschillende opslagplaatsen, in dit geval de computerworkstations van Internetleveranciers. Hij verraadt zich al gauw en Shimomura komt zo op het spoor van de identiteit van de dader.

Mitnick opereert, zo blijkt na een aantal dagen vanuit Raleigh, North Carolina. Na veel speurwerk blijkt dat hij een mobiel modem gebruikt dat hij aansluit op het gewone telefoonnet. Shimomura en de FBI rijden met enkele telefoonemployés in een busje door de straten op zoek naar het signaal van Mitnicks modem. Daarna duurt het nog een paar dagen voordat de FBI de administratieve rompslomp voor een inval klaar heeft. Omdat men nog niet weet waar Mitnick zich precies bevindt, krijgt de FBI een blanco huiszoekingsbevel. Markoff is als journalist van The New York Times ook voortdurend in de buurt en schrijft de dag na het oppakken van Mitnick een fantastisch stuk in de krant. Littman beschrijft intussen tandenknarsend de illegale opsporingsmethoden van de FBI en de dubbelhartigheid en partijdigheid van Markoff.

Ondanks de drammerigheid van Littman en zijn morele ongelijk krijgt de lezer wel een beeld van de mens Mitnick. Hier en daar wordt de schurk zelfs een beetje sympathiek.

    • Lucas Ligtenberg