De mini-huizen op wielen van Joep van Lieshout; Leve de banaliteit van lekker vies, vet en ranzig

Niets is te koop op de expositie die Joep van Lieshout vandaag bij galerie Fons Welters opent. Van Van Lieshouts nieuwe 'mobiele huizen' is het ene onder z'n handen vandaan gekocht; het andere houdt hij zelf, voor trips in het weekeinde. De Brabantse kunstenaar maakt zich op voor een transatlantische tentoonstellingsparade.

De tentoonstelling 'NTK' - mobilhomes van Joep van Lieshout - wordt vanmiddag om 17u geopend. T/m 23 maart. Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Di t/m za 13-18u. En eerste zondag van de maand.

AMSTERDAM, 17 FEBR. Eindelijk heeft Fons Welters de nieuwe deuren die Joep van Lieshout hem al een jaar of wat geleden beloofd had. Maar de kunstenaar heeft het dan ook “retedruk”. Hij is net terug uit New York, waar een tentoonstelling met werk van hem werd geopend en bereidt zich alweer voor om terug te gaan voor een 'tournee' door Los Angeles, Winnipeg en Chicago. Nu bij Fons Welters sloopt hij samen met z'n asisstenten de oude glazen ramen en deur uit de gevel van de galerie, en vervangt ze door garagedeur-achtige constructies. Van buiten zijn de nieuwe deuren grachtengroen, van binnen zeegroen gespoten. Waar vroeger glas zat, stulpen nu ondoorzichtige bulten van polyester naarbuiten. Want polyester is Van Lieshouts handelsmerk. “Polyester is mooi, hard en gemeen. Het is een plastisch, aaibaar materiaal bijna. Het gaat lang mee, is waterdicht, en het stinkt goed als je het verwerkt.”

De in de buurt van Grave (N-Br) geboren 'gebruikskunstenaar' Joep van Lieshout (1963) heeft veel op met directe zintuiglijke ervaringen. “Lekker vies, vet en ranzig vind ik mooi”, zegt hij. “Ik ben banaal en wat ik maak is ook banaal.” En zo heeft hij zich het meest platvloerse, meest democratische vakantievervoermiddel - de caravan of 'mobil-home' - toegeëigend als kunst. Bij Fons Welters staan er twee, gelamineerd met glanzend polyester: een uitschuifbaar boudoir op wieltjes (“een pervers, erotisch ding”) en een tot camper verbouwde veelkleurige vrachtwagen vol oogstrelende foefjes en aaibare rariteiten. Voor die hoge vrachtwagen moesten de deuren er bij Welters uit.

Van Lieshout klimt de cabine in. Om zijn schouders heeft hij net zo'n kriebelgraag schapevel hangen als waarmee de cabine van de vrachtwagen is bekleed. Witte Texelse krullen voor op de stoelen en langs de deuren, lange zwarte IJslandse krullen op de vloer, warm aan je voeten. Als de deur dicht gaat, voelt het als in een cocon - elk geluid van buiten wordt gedempt. Van Lieshout wijst druk in het rond hoe hij de kleine ruimte heeft “gecustomized”. Naar het hagedisleren dashboard, de laatjes, de tissue-houder van opgevuld leer, de rode schemerlapjes, de uitklapbare bureautafel en de 220-volts installatie. “Om je televisie, video of computer op aan te sluiten.”

Achter in de vrachtwagen gaat het op dezelfde knusse manier voort. Er is een complete woonruimte (met rood uitklapbaar fornuis, ijskast en bonte koeievachten op de vloer), een werkruimte, een slaapgedeelte boven en badkamer achter. Wie met dit 'Modilair Huismobiel' de weg op gaat heeft geen huis meer nodig, geen werkplek, maar is volledig self-supporting. En wat extra handig is: als één functie van het huishouden niet nodig is, til je de daarvoor gereserveerde ruimte er eenvoudigweg uit. Want elk onderdeel is ontkoppelbaar: het woongedeelte kan als opslag worden gebruikt, de cabine kan vast worden gemaakt aan de badkamer, en de badkamer kun je ook gewoon thuis laten.

Hetzelfde principe van ontkoppeling paste Van Lieshout toe in het 'Mobil-Home' dat het Kröller-Müller vorig jaar aankocht. In de caravan (de 'master-unit') maakte hij drie evengrote gaten, met daaraan 'puisten' om in te werken, te slapen, te douchen. Wie de ene dag met z'n voeten oostwaarts wil slapen en de volgende dag westwaarts, haakt z'n slaapruimte vast aan een ander gat.

Sinds Guillaume Bijl in 1989 een hele showroom met caravans en plastic palmboompjes als kunstwerk tentoonstelde, denkt ieder bij de volgende caravan die kunstwerk wordt aan de Belg. Maar ondanks uiterlijke overeenkomsten heeft Van Lieshouts werk niets met dat van Bijl van doen. De door Van Lieshout tentoongestelde caravans zijn gebeeldhouwd tot multi-functionele mini-huizen op wielen. Ze stijgen in afwerking en inrichting ver uit boven de doordeweekse caravan en laten er geen misverstand over bestaan. Dit is kunst om te gebruiken.

Van Lieshout zelf wordt kwaad als zijn werk met toegepaste kunst wordt vergeleken. “Als iemand vindt dat ik design maakt, moet ik hoognodig wat anders gaan maken”, zegt hij. Toch wroet hij doelbewust rond in het schemergebied tussen 'vrij' en 'toegepast'. Dat deed hij al op de Rotterdamse Kunstacademie waar hij op z'n zestiende begon te “boosten”, en ook daarna op De Ateliers. Van Lieshout ontwierp felgekleurde wc-potten voor het Centraal Museum in Utrecht, een barretje voor Museum Boymans-van Beuningen, orgels en een microscoop. Als hij zich met iemand wil laten vergelijken, dan is het de Amerikaanse 'meubelkunstenaar' Richard Artschwager. Maar waar Artschwager de functie van zijn meubels helemaal ontwricht door ze bijvoorbeeld in stukken gesmeten tegen een muur aan te plakken, daar functioneert bij Van Lieshout alles.

Hij draait de kraan open in het keukentje van z'n 'Modilair Huismobiel': “Warm en koud stromend water”, zegt hij trots. En bij de geluidsinstallatie die onder een schapevel is verborgen: “Die kan zo hard dat het bloed uit je oren spuit”. “Bij mij is kunst onderdeel van het leven. Er bestaat geen grens. L'Art pour l'art: daar vind ik geen fuck aan.”