De intellectuele revolutie van Herodotus

HERODOTOS: Het verslag van mijn onderzoek

Vertaald, ingeleid en geannoteerd door Hein L. van Dolen

782 blz., Sun 1995, ƒ 89,50 (geb.), ƒ 69,50 (ing.)

In de oudheid hebben geschiedschrijvers nooit een bijzonder groot aanzien genoten. In rangorde van belangrijkheid kwamen zij ver na filosofen, die golden als verkondigers van de waarheid, en ook na redenaars die bewonderd werden als bespelers van de menselijke emoties. Aristoteles achtte zelfs dichters hoger dan historici, “want poëzie gaat over het universele, en geschiedenis slechts over het specifieke”.

Van de gesmade historici moest Herodotus uit Halicarnassus het in het bijzonder ontgelden. Al in zijn eigen tijd (de vijfde eeuw voor Christus) sneerde collega-vorser en 'opvolger' Thucydides dat zijn voorganger veel te veel 'romantiek' had gemengd door zijn verslaglegging van de oorlogen tussen Perzen en Grieken. De Romeinse redenaar en wijsgeer Cicero benoemde Herodotus later weliswaar tot pater historiae, vader van de geschiedschrijving, maar of dat als compliment was bedoeld, is nog maar de vraag. Vader van de geschiedschrijving - vader van verzinsels, bedoelde Cicero eigenlijk te zeggen. Van de vele antieke geschriften en pamfletten gericht tegen Herodotus is alleen die door Plutarchus, de biografieën-schrijver uit de eerste eeuw na Christus, bewaard. Zijn Over de boosaardigheid van Herodotus is een scherpe veroordeling van de 'liefde' voor de barbaren (ofwel niet-Grieken) die de vader van de geschiedschrijving in zijn werk aan de dag zou hebben gelegd.

Gemengde pers

Anderzijds is er als pleister op de wonde altijd wel waardering geweest voor de vertelkunst van Herodotus, voor zijn onderhoudende anekdotes en voor zijn 'juiste gebruik van het Grieks', zoals Lucianus dat uitdrukte. Zo heeft de geschiedschrijver uit Halicarnassus vanouds wat je noemt een gemengde pers gehad: eeuwenlang werd hij vooral beschouwd als een gezellige verteller die als het ware bij het knappend haardvuur met een goed glas gedestilleerd sterke verhalen over verre streken opdiste.

Tegenwoordig woedt het geredekavel over de betrouwbaarheid van Herodotus onverminderd voort. Er is zelfs een stroming van onderzoekers die hem regelrecht beticht van bewuste leugenachtigheid, en er zijn vehemente verdedigers die hem in gedetailleerde betogen proberen vrij te pleiten van die beschuldiging. In zekere zin gaat deze pennestrijd echter geheel voorbij aan de betekenis van Herodotus. Inderdaad is nogal wat van hetgeen hij schreef niet zo maar op te vatten als historisch feit, maar hij is en blijft onbetwistbaar een van de belangrijkste bronnen over het Perzische Rijk, en zowat de enige over de Perzisch-Griekse oorlogen in 490 en in 480-479 voor Christus. Bovendien ligt zijn belang niet alleen in wat hij schreef, maar zeker ook in het feit dat hij schreef zoals hij schreef.

Zijn 'onderzoek', om de benaming van Herodotus zelf te gebruiken, is een vat vol verhalen, mythen, overleveringen, chronologische dwarsverbanden en persoonlijke observaties, maar vooral de schriftelijke vastlegging van een geesteshouding die nooit eerder of elders was aangetroffen dan op dit specifieke moment in de Griekse wereld. Herodotus was de eerste die de geschiedenis van de mensheid bezag met een nieuwsgierig, kritisch en antropocentrisch oog. Dit was een intellectuele revolutie waarvan de betekenis moeilijk overschat kan worden.

Titanenarbeid

Het is daarom slechts toe te juichen dat onlangs een nieuwe Nederlandse vertaling verscheen van Herodotus' monumentale werk over de oorsprong, de achtergronden en het verloop van de krachtmeting tussen Perzen en Grieken. Nadat sinds 1968 generaties scholieren en andere lezers de onderhand bijna legendarische vertaling van Onno Damsté hebben gebruikt, ligt nu onder de titel Het verslag van mijn onderzoek de overzetting van Hein L. van Dolen ter tafel. Van Dolen vertaalde eerder met succes werk van Lucianus, Theophrastus, Aristophanes en Plutarchus, maar deze 'Titanenarbeid', zoals hij het zelf noemt, stijgt in omvang en belang daar ver bovenuit.

Het kan niet anders gezegd dan dat deze uitgave wat betreft de inleiding, de annotatie, de kaarten, de koningslijsten en de verpletterend complete index zonder aarzeling te preferen is boven de editie van de Historiën door Damsté. Anderzijds valt er wel wat te zeggen voor diens structurering van de tekst door tussenkopjes, waardoor het meanderende verhaal met de vele uitweidingen gemakkelijker te volgen is.

In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht is het relaas van Herodotus nogal ingewikkeld, en niet bepaald een overzichtelijke kroniek der gebeurtenissen vanaf de opstand der Ionische steden tegen de Perzen in 493 v.Chr., de strafexpeditie drie jaar later van Koning Darius (in het Perzisch Darayavaus, 'handhaver van het goede'), diens onverwachte nederlaag bij Marathon, de overweldigende invasie van het Griekse land door zijn zoon en opvolger Xerxes (berichten spreken van 1.700.000 manschappen en 1200 oorlogsschepen), de verwoesting van Athene, tot aan de verpletterende nederlagen van de Perzen bij Salamis en Plataeae in 480 en 479 voor Christus. Ondanks zijn zakelijke en heldere stijl is Herodotus juist bekend (en berucht) om zijn vele uitweidingen en lange terzijdes, die het niet altijd eenvoudig maken de rode draad vast te houden.

Verademing

Anders dan Damsté heeft Van Dolen gekozen voor een tamelijk vrije en eigentijds getoonzette vertaling. Voor wie dit volumineuze boek zonder poespas wil doorlezen, is dat ongetwijfeld een verademing, maar voor de scholier of student die de structuur van de oud-Griekse zinnen wil achterhalen, betekent dit aanzienlijk minder houvast.

Van Dolens vertaling is in zoverre geslaagd dat zijn tekst in het algemeen leest als een trein, en in ieder geval een veel minder gymnasiale indruk maakt dan die van Damsté. Toch is een nadeel dat de vlotte toon hier en daar uitglijdt in gewild populaire woordkeus, die bijna een knieval lijkt voor de MTV-generatie. Bovendien vat Van Dolen zijn vrijheid als vertaler af en toe zo ruim op dat hij omwille van de door hem nagestreefde snedigheid woorden of uitdrukkingen gebruikt die niet stroken met de tekst of geest van Herodotus.

Misschien zijn er zelfs kniesoren die meteen al vallen over de eerste woorden van de eerste regel, 'Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos...', die een bijzonder zelfbewuste interpretatie zijn van wat er staat: 'Van Herodotus uit Halicarnassus volgt hier een verslag van zijn onderzoek...' Opvallender nog zijn door Van Dolen gehanteerde zinsneden zoals 'Tja, boontje komt om zijn loontje' (waar Herodotus zoiets schrijft als 'Zo werd de gewelddaad in gelijke munt terugbetaald'), of 'Tja, ieder zijn meug' (waar Herodotus schreef: 'Deze gewoonten hebben zij'). Ook kan men zich afvragen of uitdrukkingen zoals 'nogal wiedes' (waarvan ik het Griekse origineel tevergeefs zocht), 'stelletje trutten' (waar in het Grieks 'lafaards' staat), 'een mens zijn zin is een mens zijn leven' (waar staat: 'nadat hij die aandrang kreeg, handelde hij daarnaar'), of 'opgesloten als vogels in de knip' (waar staat: 'vastzitten op een eiland') wel geheel en al in de geest zijn van Herodotus, die leefde tussen circa 484 en 430 voor Christus en niet in de nadagen van de twintigste eeuw na Christus.

Het lijkt hier of Van Dolen de door hem wel degelijk bewonderde Herodotus koste wat kost wil dringen in de rol van rondborstige causeur. Volgens mij doet hij de geschiedschrijver daarmee te kort. Herodotus was als historicus een pionier die zelf zijn pad moest uitzetten en zijn methode moest ontwikkelen in een wereld waarin mythen en niet een historisch perspectief heden, verleden en toekomst bepaalden. Zijn grote stap was dat hij tastend op zoek ging naar de feiten en achtergronden, onafhankelijk van hoe anderen daarover dachten. Voor ons is dat heel normaal, maar wij zijn louter erfgenamen van Herodotus, die niet minder dan een cultuuromwenteling veroorzaakte toen hij schreef: “Op dit punt gekomen, voel ik me geroepen een standpunt te verdedigen dat bij de meerderheid van het publiek niet populair zal zijn; maar omdat ik ervan overtuigd ben dat het de waarheid is, zal ik het niet verhullen.”

Het grote voordeel van deze vlotte vertaling is overigens dat de lezer duidelijk ziet hoe open Herodotus is over de rol die hij zelf speelde in de keuze en de beoordeling van de verhalen die hij optekende. Hij was blijkbaar vastbesloten een interessante wereld voor zichzelf en voor zijn lezers in kaart te brengen. Ontdekking was bij hem geheel verstrengeld met appreciatie, en die combinatie alleen al impliceert een ingewikkelde onderzoeksinspanning. Herodotus schreef zijn geschiedenis niet met behulp van een bronnenapparaat, maar door te reizen, door te vragen, door getuigen te selecteren, door zeden en gebruiken te vergelijken, door overleveringen te toetsen en door bepaalde aanwijzingen te preferen boven anderen.

Hij was daarbij duidelijk geneigd te kiezen voor wat hij zag boven hetgeen hij hoorde. En zoals alle geschiedschrijvers uit de oudheid na hem, was hij veel meer geïnteresseerd in het nabije dan in het verre verleden. Die houding heeft alles te maken met het geestelijk klimaat waarin hij leefde. Aan het einde van de zesde eeuw voor Christus was er een grote intellectuele verandering opgetreden in de Griekse steden aan de kust van Klein-Azië (Ionië). De Grieken daar waren onderworpen aan de heerschappij van niet-Griekse koninkrijken, eerst Lydië en daarna Perzië, en zij ontwikkelden onder die omstandigheden een nieuwsgierigheid naar hun overheersers. Die nieuwsgierigheid kon op geen enkele manier bevredigd worden door hun eigen mythen.

Honger naar kennis

Er verschenen al snel boeken met allerhande geografische en etnografische wetenswaardigheden om de honger naar kennis te bevredigen. Het aantal auteurs, bekend als logografen, was overigens gering, en de kwaliteit van hun werk meestal ook, maar hun bezigheden waren wel nieuw en origineel. Van belang was vooral de breuk met het etnocentrisme en de kritische blik op de eigen tradities. “Wat ik hier schrijf”, noteerde Hecataeus van Milete bijvoorbeeld al ruim voor Herodotus begon met zijn werk, “is de neerslag van hetgeen ik zelf voor waar houd. Want de verhalen die de Grieken vertellen zijn talrijk en volgens mij belachelijk.”

Na Hecataeus kwam de grote sprong voorwaarts met Herodotus. Zijn verdiensten zijn uiteindelijk drieërlei. In de eerste plaats verbreedde de horizon van de logografie enorm: zijn nieuwsgierigheid omvatte naast de Perzen en de Lydiërs ook de Scythen en de Egyptenaren, in feite de gehele hem bekende wereld. In de tweede plaats besefte hij dat hij een rationele methode van onderzoek moest ontwikkelen om te kunnen begrijpen wat reeds voorbij was, waar anderen voor hem alleen bestaande opvattingen hadden bekritiseerd. In de derde plaats probeerde hij de geschiedenis te vatten in een chronologisch raamwerk, waar tevoren alleen tijdloze mythologie bestond. In zekere zin waren voor zijn tijdgenoten mythische figuren zoals Oedipus, Agamemnon en Odysseus levensechter dan de mannen die een generatie tevoren waren gesneuveld op het slagveld, naar wier wederwaardigheden hij op zoek was.

Zijn durf om als balling uit Halicarnassus, die na een kort verblijf op Samos in Athene leefde, de geschiedenis van de Perzische Oorlogen te onderzoeken, is in feite adembenemend. Er was geen enkel voorbeeld hoe zoiets aan te pakken. Herodotus' besluit uit te gaan van 'wat de tijdsrekening van de mens heet', betekende een doorbraak: voor het eerst werd de mens centraal gesteld in het begrip van het verleden.

Hier blijkt naast de 'Ionische Revolutie' een tweede achtergrond van de geschiedkundige geesteshouding, die in Herodotus en iets later Thucydides meteen een ongeëvenaard hoogtepunt vond. De Ionische logografen hadden gezorgd voor een sceptische houding en een notie van 'onderzoek', maar waar hun scepsis leidde tot kosmologie en natuurwetenschappen, ging Herodotus op zoek naar 'de reden' waarom Perzen en Grieken met elkaar in strijd verwikkeld raakten. Die vraag maakte dat zijn verhaal wordt gedreven en gemotiveerd door menselijk handelen en door menselijke politiek, niet door goddelijke tussenkomst. De impuls voor die benadering kwam ongetwijfeld voor een groot deel van de Atheense polis-gemeenschap. Hier werd immers voor het eerst in de menselijke geschiedenis politiek bedreven als een strikt menselijke activiteit - zelfs als de meest fundamentele menselijke activiteit: 'de mens is een politiek dier', concludeerde Aristoteles kortweg.

Nieuwe kijk

Dit dwong tot een nieuwe kijk op het verleden; dit dwong tot een seculiere, niet-mythische en politieke geschiedenis, waarin de mens de hoofdrol speelde. Het ging hierbij overigens uitsluitend om contemporaine geschiedenis. Alles wat verder terugging dan het nabije verleden was ook voor Herodotus en Thucydides volstrekt onoverzichtelijk, en alles wat zij daarover schrijven valt buiten hun kritische methode van onderzoek. Zoals een Engels geschiedschrijver het eens uitdrukte: de Griekse historicus was een autobiograaf van zijn eigen generatie.

Behalve veel kritiek heeft Herodotus toch ook wel lof gekregen voor zijn inspanningen. Bijvoorbeeld van zijn tijdgenoten de komediedichter Aristophanes en de tragediedichter Sophocles, met wie hij bevriend was. Bovendien schijnen de Atheners hem met een geschenk bedankt te hebben voor zijn pro-Atheense houding in een tijd dat zulks niet bijster modieus was onder de Grieken. En onlangs nog concludeerde Jan Blokker in de Volkskrant dat de kritische nieuwsgierigheid Herodotus niet maakt tot 'vader van de geschiedschrijving', maar tot 'vader van de journalistiek'.

Dat was bedoeld als compliment, maar ik geloof toch dat noch de Atheners noch Jan Blokker met hun loftuitingen volledig recht hebben gedaan aan de grenzeloze stoutmoedigheid die in het werk van Herodotus is vervat.

    • Bastiaan Bommeljé