De EO als boegbeeld van de evangelische beweging in Nederland; De vrolijke orthodoxie

De Evangelische Omroep boekte vorig jaar van alle omroepen de grootste ledenwinst. De uitgangspunten zijn nog steeds dezelfde: eet als Jezus Christus met de hoeren en tollenaars, ofwel kruip in de huid van de ongelovigen. En confronteer ze dan met het evangelie. De Nederlandse Hervormde Kerk is nog argwanend. Maar voor calvinistisch opgevoede jongeren was geloven nog nooit zo leuk. 'Wij zijn geen zuil, maar een beweging.'

'Gij zult mijn getuigen zijn' staat er op een muur in de entreehal van het gebouw van de Evangelische Omroep in Hilversum. De bijbelse boodschap (Handelingen 1:8) herinnert de driehonderd medewerkers van de snelst groeiende publieke omroep aan hun blijvende opdracht: het overdragen van Jezus' evangelie.

De EO is gehuisvest in een voormalige katholieke pedagogische academie aan de Oude Amersfoortseweg. Na twintig jaar huren kon het gebouw vijf jaar geleden worden aangekocht. In de kapel komen de EO-medewerkers nu wekelijks tweemaal bijeen om de week in gebed te openen en te sluiten. “Waar vroeger Gregoriaanse muziek klonk, klinkt nu een mix van psalmen en opwekkingsliederen”, aldus Ad de Boer, die samen met Andries Knevel en interim-manager Jan Willem Grievink de EO-directie vormt. Alleen de redactie van het televisieprogramma 2 Vandaag werkt buiten de beschutting van het eigen gebouw, samen met de Tros-redactie in het NOB-complex. Op de Oude Amersfoortseweg hoopt men dat deze medewerkers hun principes tussen de wereldser Tros-collega's niet vergeten. “Een terugkerend punt in onze voorbeden”, aldus het jaarverslag 1994.

De Evangelische Omroep heeft sinds de oprichting in 1967 het ene succes na het andere geboekt. Tegen de verwachting in van velen die meenden dat een louter op evangelisch-christelijke leest geschoeide omroep in het geseculariseerde Nederland geen kans van slagen zou hebben, had de EO al twee jaar na de eerste uitzending op 1 april 1970 100.000 leden. Dit aantal steeg tot 343.126 in 1983, voldoende om de B-status te verwerven, en tot 552.570 leden in 1992, waarmee de A-status werd verkregen. Vorig jaar boekte de EO onder alle publieke omroepen de grootste ledenwinst. De omroep telde per 1 januari 1996 572.804 leden.

Bagger

Wie mocht denken dat door de aanwas van nieuwe leden de scherpe kantjes van de evangelische ideologie er af zijn, heeft het mis. De Evangelische Omroep, trouw aan de eigen uitgangspunten, blijft hameren op de blijde boodschap. Het loslaten van de christelijke ideologie zou tot een neergang leiden, daarvan is men overtuigd. Kijk maar naar de 'verwaterde' identiteit van de NCRV, zeggen de EO-medewerkers. Van EO'ers wordt verwacht dat ze meelevend lid van zijn een kerk en zich leiden door het voorbeeld van Jezus Christus. De bijbel dient richtsnoer te zijn in het dagelijkse handelen. Een homoseksuele leefwijze en ongehuwd samenwonen zijn uit den boze, net als overspel, drankzucht en druggebruik.

Ook de programma's worden steevast getoetst aan de bijbels-evangelische uitgangspunten. De Mediawet mag de omroep dan verplichten niet alleen verkondigende maar ook verstrooiende programma's aan te bieden, dat betekent niet dat er ook in deze categorie geen eisen worden gesteld. Ze kunnen worden samengevat als een taboe op seks, geweld en schunnig taalgebruik. “Als je een avond naar de EO kijkt, weet je zeker dat er niets komt wat je tegenstaat”, zegt de 23-jarige Jacco Gersie, lid van de Ronduitclub voor jongeren.

Onlangs kocht de EO in het Amerikaanse Los Angeles een productiemaatschappij die in opdracht van de omroep speelfilms gaat produceren die aan de eisen voldoen. EO-directeur Ad de Boer: “Het is voor ons heel moeilijk op de internationale markt speelfims aan te kopen die ons aanspreken. Het is vaak bagger wat er te koop is.” Het is de bedoeling dat de productiemaatschappij op termijn vijftien tot twintig films per jaar gaat produceren, die ook aan de Amerikaanse 'networks' worden aangeboden.

'Wij hebben een woord voor de wereld', zo luidde de slogan waarmee de EO bij de oprichting de wereld trachtte te veroveren. Die opdracht staat nog recht overeind. De EO zendt niet zozeer uit voor de eigen achterban, als wel voor de mensen die nog niet zijn bekeerd tot het geloof in Jezus Christus, zegt directeur De Boer. Als er kritische geluiden uit de evangelisch-christelijke gemeenschap komen over een 'te modern' programma, dan herinnert de EO-directie de critici aan haar opdracht om, net als Paulus onder de Grieken, in de huid van de ongelovigen te kruipen en te proberen te begrijpen wat hen beweegt, om ze daarna des te beter te kunnen confronteren met het evangelie.

Een voorbeeld van de gang naar het van God losgeslagen volksdeel is het programma Peter, waarin deze vlotte jonge evangelist voorbijgangers op straat op ludieke wijze tracht te interesseren voor de bijbel. Ook Het elfde uur past in deze politiek. In dit praatprogramma ontvangt de ex-journalist en EO-directeur Andries Knevel prominente gasten die met het geloof op het eerste gezicht niets van doen lijken te hebben. Onvervaard geeft hij ze van katoen.

“Ik praat over hun vakgebied, maar als zich een opening voordoet begin ik over het geloof”, zegt Andries Knevel. “Het is een identiteitsgevoelig maar ook een imago-doorbrekend programma. Er zijn eigenlijk geen taboes. Ik heb als gasten ook weleens Jan Rap en zijn maat. Dat kan gevaarlijk zijn. Ik heb dan de verantwoordelijkheid om goed op hun uitspraken te reageren. Maar ik heb veel krediet bij onze eigen kijkers. Ik mag fouten maken. De mensen stoten elkaar thuis aan en zeggen: kijk hem ze eens aanpakken, dat zou jij toch niet durven.”

Het zijn allang niet meer de dominees die via de evangelische zender de kijker het christelijke paradijs inpraten. Als er door de EO al iets wordt uitgezonden wat zweemt naar kerkelijke traditie, dan zijn het registraties van massale zangmanifestaties en gospelconcerten voor jongeren. Het evangelie moet in een steeds wisselende, aantrekkelijke verpakking aan de man worden gebracht.

“De Evangelische Omroep wil met zijn programma's midden in de wereld staan. Niet op het kerkplein, maar op het marktplein. Niet elitair, uit de hoogte, maar zoals Jezus Christus was. Zoals Hij voortdurend de nabijheid van Zijn Vader zocht, maar tevens at met hoeren en tollenaars, zo willen de EO-programma's eveneens 'dichtbij God en dichtbij de mensen' zijn: een open brief van Jezus Christus”, zo heet het in het programmabeleidsplan.

Volgens cijfers uit 1993 is van de EO-leden 47 procent van gereformeerde gezindte (hervormd, gereformeerd, Nederlands gereformeerd of vrijgemaakt), 24 procent bevindelijk gereformeerd (Gereformeerde Bond, christelijk-gereformeerd of de gereformeerde gemeenten), 17 procent expliciet evangelisch, 6 procent katholiek, 5 procent buitenkerkelijk en 1 procent afkomstig van overige kerken.

Oervraag

Een belangrijk deel van de groei van de EO is toe te schrijven aan de populariteit van de Ronduitclub voor jongeren, die vorig jaar 13.161 leden bijschreef en nu 75.042 aanhangers telt. Leden krijgen elke maand een tijdschrift dat “moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaat”, zoals een van hen, de 21-jarige Arjanne van der Straten uit Maarssen, het uitdrukt. Er staan verhalen in over bijvoorbeeld incest, eenzaamheid en de Derde Wereld.

Verder zijn er iedere maand tal van goed bezochte activiteiten, zoals themaconferenties, concerttournees en praise-avonden. En de jaarlijkse EO-jongerendag natuurlijk. Arjanne van der Straten, zelf actief lid van de christelijke-gereformeerde kerk: “Ik vind het prettig dat de EO er is. Er heerst dikwijls een negatief beeld over de kerk, dat je er niets mag en alleen maar dingen moet. De EO is positief en laat zien dat geloven heel gezellig kan zijn. Bovendien weet je nooit of er iemand, als is het maar tijdens het zappen, door het evangelie geraakt wordt.”

Dat zich vorig jaar zo veel jongeren bij de Evangelische Omroep hebben aangesloten, is volgens EO-medewerkers slechts gedeeltelijk een gevolg van wervingscampagnes. Veeleer vinden de jongeren, meestal christelijk opgevoed, bij de omroep iets wat ze elders in de maatschappij, ook in de kerk, niet vinden: een radicale zingeving aan een steeds vaker als zinloos ervaren bestaan. Ad de Boer: “Jongeren willen geen geloof op wieltjes. Ze willen radicale keuzes maken. Dat kan bij ons.”

Fred Kwint, hoofd van de Ronduitclub: “Jongeren zijn op zoek naar iets of iemand waar ze hun identiteit aan kunnen ontlenen. Ze worstelen met de oervraag: waarom besta ik? De huidige samenleving biedt jongeren als enige uitdaging huisje, boompje, beestje. Ze merken ook dat de wereld verbeteren geen zin heeft. De hoge heren houden elkaar allemaal de hand boven het hoofd. In zo'n situatie zijn ze gevoelig voor de boodschap dat er een God is die naar je kijkt, die zegt dat je gewenst bent, dat het goed is dat je er bent. Een boodschap die bovendien inhoudt dat je het niet allemaal alleen hoeft op te knappen, maar dat wie één mens heeft gered, de hele wereld heeft gered.”

De strategie van de Ronduitclub is de jongeren vooral niet naar de mond te praten. “Ronduit is een tegendraadse beweging”, zegt Fred Kwint. In het clubblad geen brievenrubrieken over seksproblemen, maar de lezers aanspreken op hun verantwoordelijkheid als christen: geen seks voor het huwelijk, pas op met drugs, eet gezond en denk aan je medemens. Fred Kwint in een bijdrage aan het magazine: “Er zijn zoveel mensen met pijn in hun leven, zoveel mensen die een tekort hebben, aan eten, aan liefde en tegelijk zoveel mensen die teveel hebben, die makkelijk een pannekoek kunnen kopen voor ƒ 240,-.”

De EO is het boegbeeld van de evangelische beweging in Nederland. Deze verenigt volgens schattingen enkele honderdduizenden mensen. Een telling van de Pinksterbeweging, die er ook onder valt, komt uit op ongeveer zes- à achthonderdduizend gelovigen. Zestig procent van de evangelische christenen is volgens deze telling lid van traditionele reformatorische kerken, de overige veertig procent gaat naar een eigen evangelische kerk. De term evangelisch is niet beschermd. Het woord kan iedere gelovige aanduiden die, uitgaande van de bijbel als Gods woord, een sterke nadruk legt op bekering, wedergeboorte en de wil om daarvan te getuigen, en daarbij bereid is het verband waarin men het geloof beleeft voortdurend te veranderen, 'semper reformanda'.

Houvast

Hoewel precieze cijfers ontbreken, is de indruk dat de evangelische beweging groeit - in elk geval mondiaal. In Nederland beschouwen veel evangelische broeders zich als opvolgers van de vrijzinnige groeperingen binnen de protestants-christelijke kerk, die in de jaren zestig en zeventig hard aan de weg timmerden maar veel van hun idealen van oecumene en politieke bewustwording hebben moeten prijsgeven.

Godsdienstsocioloog H. Stoffels, werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en enkele jaren geleden gepromoveerd op de evangelische beweging, acht de stroming vitaal genoeg om het tot de jongste dag te kunnen volhouden. “Het is een ongedwongen beweging. De vrolijke orthodoxie.” De beweging blijft naar zijn indruk vooral aantrekkelijk voor jongeren die streng calvinistisch zijn opgevoed, zich daarin niet meer kunnen vinden en een alternatief zoeken. Ook de traditionele kerken nemen naar zijn indruk steeds meer evangelische gewoonten over, zoals het zingen van opwekkingsliederen.

De traditionele protestants-christelijke kerken zijn door het succes van de evangelische beweging in verlegenheid gebracht. Volgens de EO zelf is hun succes deels te danken aan de de kerken, waar de gelovigen geen steun meer vinden. Volgens directeur De Boer “vechten de reformatorische kerken elkaar de tent uit”. Ook Bert Dorenbos is die mening toegedaan. Hij was van 1974 tot 1987 directeur van de EO en is nu actief is bij de stichting Schreeuw om Leven, die strijdt tegen abortus, drugs en sekslijnen. Dorenbos: “Veel mensen die van de kerk af zijn geraakt, vinden houvast bij de EO. De reformatorische kerken willen te veel alleen het erfgoed bewaren en doen weinig aan evangelisatie. Ze trekken de wereld niet in, ze gaan niet op zoek naar jongeren.”

Het synodebestuur van de Nederlandse Hervormde Kerk gaat binnenkort praten met een aantal predikanten uit de evangelisch kerken om, aldus synodevoorzitter Wim Beekman uit het Friese Koudum, te onderzoeken of het mogelijk is binnen de kerk een reguliere plaats te geven aan de evangelische beweging. Al te hoge verwachtingen moeten we daar niet van hebben. Binnen de kerk waart een niet te onderschatten weerstand tegen het evangelische gedachtengoed.

Beekman: “Ik merk dat er een groep mensen binnen de kerk is die vindt dat we met de evangelische beweging in gesprek moeten gaan, en een andere groep die vindt dat we daar vooral niets van moeten overnemen. Zij vinden de beweging in toon en sfeer te opgelegd. Je zou kunnen spreken van een tweedeling. Ik denk dat we qua vorm zeker iets van hen kunnen leren. Maar qua inhoud wil ik eerst nog een robbertje met ze vechten. De afgelopen honderd jaar heeft de gedachte veld gewonnen dat God niet los van mensen verkrijgbaar is. God is immanent, in de mensen zelf aanwezig. De evangelische beweging lijkt zich daar niet veel van aan te trekken. Je zult daar niet vaak horen dat ze in de andere mens, in de zieken en armen, God hebben gevonden. Ze hebben een transcendent Godsbegrip. De vraag is dan uiteindelijk of je er daadwerkelijk steun aan kunnen ontlenen of dat het een schijnzekerheid is.”

Evangelische regenbui

Er komen, hoe dan ook, binnen de hervormde kerk steeds meer predikanten met een evangelische achtergrond, mensen die in hun jeugd al lid waren van de EO en evangelische manifestaties hebben bezocht. Ze zijn door deze beweging gevormd. Dominee Evert van der Pol uit Lelystad hield anderhalf jaar geleden in het hervormde kerkblad Woord & Dienst een vurig pleidooi voor meer evangelisme in de kerk. “Als je in aanraking geweest bent met de evangelische beweging en daar heel persoonlijk de Heer hebt leren kennen, als er zo een wereld voor je is opengegaan, dan wil je dat doorgeven.” Helaas loopt wie iets wil veranderen tegen een muur van onbegrip op. “Hardop bidden, in een kring, stille tijd houden, zingen met de handen omhoog, tongentaal, met wildvreemden in het winkelcentrum over Jezus beginnen, dopen door onderdompeling, eventueel ook als iemand al als kind werd gedoopt..., dat zijn we in de kerk niet gewend.” Toch is een verandering hard nodig, meent Van der Pol: “Volgens mij kunnen onze kerken een evangelische regenbui prima gebruiken. Moet je zien wat er dan allemaal opkomt, wat in onze reformatorische akker verborgen ligt...”

Dominee Doede Wiersma uit het Friese Oenkerk is minder enthousiast. Hij scheef eind vorig jaar in hetzelfde blad over 'De zeven hoofdzonden van de charismatischen', zoals de evangelische gelovigen ook wel wordt aangeduid. Volgens Wiersma zijn de belijders onverdraagzaam, ze nemen “heel irriterend” te pas en te onpas de naam van God of Jezus in de mond, het blije geloof dient dikwijls als compensatie van een trieste levensloop, ze mijden de wereld (“Zij zitten mij teveel zielig bij God op schoot”), en ook lijkt het Wierma vreselijk om altijd maar weer de geloofsblijdschap te moeten uitstralen. “Met de beste wil van de wereld kan ik dus niet inzien wat nu het heilzame is van een charismatische regenbui.”

De evangelische beweging is in elk geval dolblij met de EO. Parakerkelijke organisaties zoals Agapè in Doorn die zich richt op training van predikanten, evangelisatie van jongeren en begin jaren tachtig de nog steeds verkrijgbare sticker 'Er is hoop' bedacht, en de Stichting Opwekking uit Putten, die jaarlijks een massaal bezochte Pinksterbijeenkomst in Vierhouten organiseert, hopen dat de EO nog heel lang mag blijven bestaan. Directeur Hans Pruis van Agapè: “De EO is een samenbindende en versterkende factor. Het geeft mensen een identiteit.”

Directeur Peter Vlug van Opwekking, ooit mede-organisator van de eerste EO-familiedag en jarenlang lid van wat toen nog de stichtingsraad van de EO was, is “een grote fan” van de omroep. Vlug: “Ik vind de EO fantastisch. Dat wil ik wel van de daken schreeuwen. Ik heb er alleen maar goede woorden voor. De EO schaamt zich het evangelie niet. Velen maken het belachelijk, maar dat betekent alleen maar dat men er geen raad mee weet. Iedereen die in zijn vaandel het woord 'christelijk' heeft staan, zou terug naar de basis moeten. De vlotte wijze van presenteren spreekt de jongeren goed aan. Ook de tijd is er rijp voor. De nood is zeer hoog, men heeft het evangelie hard nodig. De jeugd heeft behoefte aan duidelijkheid en eerlijkheid.”

Oud-directeur Dorenbos meent dat er in Nederland een markt is van één miljoen mensen voor het evangelische gedachtengoed. Hij vindt dat de EO zich soms niet hard genoeg opstelt in omroepland. Volgens hem had er in Nederland, net als in Amerika, allang een evangelische zender moeten zijn die 24 uur per dag uitzendt. “En in Amerika zie je echt niet alleen maar schreeuwende dominees die met een andere vrouw naar bed gaan.”

Moreel appèl

Ook binnen de EO is men zich bewust van de gevaren die het publieke bestel bedreigen. Anderhalf jaar geleden werd een interim-manager aan de directie toegevoegd, Jan Willem Grievink, die een veranderingsproces in gang heeft gezet. Het Transformatie Koersplan beoogt een mentaliteitsverandering in de bedrijfscultuur: de directie zal zich niet langer met elk detail zoals de kleding van een presentatrice bemoeien, maar zet grote lijnen uit, op grond waarvan de afdelingen zelfstandiger kunnen werken. Ook moet het afgelopen zijn met het elkaar de maat nemen, zoals nogal eens voorkomt, zeker nu de EO als grote omroep zulke verschillende soorten programma's uitzendt: van speelse ironie in het programma Peter, woeste avonturen in het jongerenprogramma Route 66, tot klassieke bekeringsverhalen van prostituées en zakenmensen die hun auto 's nachts aan de kant van de weg zetten om in gebed te verzinken, zoals verteld aan Feike ter Velde.

Cruciaal is de komende jaren de steun van de achterban. “Wij zijn geen zuil, maar een beweging”, zegt Ad de Boer. Om weerbaar te zijn bij eventuele veranderingen in het omroepbestel wil de EO financiële reserves opbouwen met steun van de leden.

De Boer: “We willen de inkomsten niet verder opschroeven met het zoveelste glanzende programmablad, we spreken de leden aan op hun financiële verantwoordelijkheid. We gaan een moreel appèl op ze doen. Laat maar eens zien dat jullie achter de EO staan, kom maar op met je giro-overschrijvingen. Onze leden moeten offeren.”

    • Arjen Schreuder