De dingen spreken

De auto van Hitler, een Horch, had twee speciale voorzieningen. Het dak kon open en voor de achterbank was een beugel gemaakt waaraan de leider zich met zijn linkerhand vasthield als hij met zijn rechter de groet bracht. De hele auto maar in het bijzonder deze beugel was goed beschouwd politiek gereedschap. Wat zou er zijn gebeurd als Hitler bij het groeten, door een onverwachte beweging van de auto zoals we tegenwoordig zeggen 'een lelijke smak had gemaakt'? Laten we ons er niet in verdiepen. Wat zal eindigen met een dijkdoorbraak is begonnen als sijpelend smeltwater of een mals regenbuitje. Deze Horch met heilsbeugel is gekocht door een Amerikaanse verzamelaar. Tot zijn bezit horen verder de tommygun van John Dillinger, een hoedje van Ma Barker en een electrode van de electrische stoel waarop Bruno Hauptmann het leven heeft gelaten. Je kunt het een merkwaardige liefhebberij noemen, maar het valt niet te ontkennen dat ook over deze parafernalia van het gangsterdom de adem van de geschiedenis is gegaan.

Soms lees je dat op een veiling de jurk die Vivian Leigh als Scarlett in Gone With The Wind heeft gedragen een fortuin heeft opgebracht. Gitaar van een Beatle, zakdoek van Elvis, schoenen van Marilyn. Je kunt wel aan de gang blijven. Maar of je innerlijk tegensputtert of niet, en afgezien van de vraag welke sector van de geschiedenis die van je liefhebberij is: onuitroeibaar is het geloof dat het verleden is achtergebleven in de dingen, en dat het op de een of andere manier daaruit weer kan worden opgeroepen.

Dit geloof ligt ook ten grondslag aan de tentoonstelling in het Letterkundig Museum in Den Haag, Fetisj! Schrijvers en de dingen. Er zal in deze krant nog uitvoerig over worden geschreven: de stofzuiger van Vestdijk, de motorhelm van Hanlo. Ik heb een paar kanttekeningen. Om te beginnen: waarom Fetisj! Krijg je daardoor niet de indruk dat het Letterkundig Museum zich een beetje voor zijn mooie verzameling geneert? Schrijvers en de dingen was goed genoeg geweest. Door deze uitleg met uitroepteken zou je gaan geloven dat het museum zich met deze uitstalling maar half au serieux neemt; dat het in één woord het geletterd publiek ervan op de hoogte wil stellen, dit zelf zeer wel te beseffen, om zich meteen per uitroepteken daarna nog ironisch te verontschuldigen. Zo'n afstand nemen is niet nodig.

Ja, natuurlijk schrijven we aan sommige dingen een magische kracht toe, niet omdat ze kortweg dingen zijn maar omdat we geloven dat er een verleden in is opgeborgen. Soms gaat dat spreken of er is iets aan toegevoegd waardoor het ding als het ware een sprekende kracht krijgt. Ik heb dat al eens verteld maar zo lang geleden dat het weer kan worden opgebakken. In de tijd van de DDR (Deutsche Demokratische Republik) was het gebouw in Leipzig waar het Rijks Gerechtshof van de nazi's had gezeteld tot museum ingericht. Men zei dat de rechtszaal waar in 1933 het Rijksdagbrand-proces was gevoerd in de historische staat was bewaard. Het viel gemakkelijk te geloven. De donkerbruine lambrizering, het vaal verschoten groene laken op de tafel van de rechters, het talloze malen vastgepakte hout van het hekje waarachter de verdachten hadden gestaan, zelfs de bewegingloze muffe lucht in de hoge ruimte: 1933 was gisteren. Daar was Marinus van der Lubbe ter dood veroordeeld, daar had Georgi Dimitrov gestaan terwijl hij Hermann Göring tot schuimbekkens toe had getreiterd, waarna hij toch nog was vrijgesproken. Dimitrov was de held van 1933, in die mate dat zijn roem ook tot mij, oud zes jaar, doordrong. Dimitrov was een familieheld.

Het zal een jaar of dertig later zijn geweest. Daar stond ik achter het hekje van Van der Lubbe en Dimitrov en probeerde de roerloze ruimte tot geschiedenis te verdichten. In deze zaal was ook een vitrine met (fetisj?) een paar bezittingen van de beklaagde. Een kam, een knijpbrilletje, dergelijke dingen die hem in zijn cel waren gelaten. Naast de vitrine zat een knop zonder gebruiksaanwijzing. Toch maar gedrukt. Daardoor werd een geluidsinstallatie in werking gesteld: het schorre schreeuwen van Göring, de hardnekkige kalme tegenspraak, het tumult in de rechtszaal: 1933. Als u in Leipzig bent en er is niets aan deze zaal bedorven - laten we het hopen - ga erheen en laat u zich door de geschiedenis bestormen.

Een ding kan tot fetisj worden, maar met hetzelfde recht valt het als een onderdeel van een tijdmachine te beschouwen of de bel van een interne wekker. Ik heb twee dingen die het Letterkundig Museum wel zou willen hebben: de Parker vulpen waarmee een beroemde Nederlandse schrijver, ik zeg niet wie, een van zijn beste boeken heeft geschreven, ik zeg niet welk. En het schijfje van een flessekurk en een intussen verroeste spijker, gebruikt door Erich Wichman om zijn zelfportret, geschilderd op 26 mei 1926 stevig in de lijst te zetten. En ook nog, kostbaar hoewel het niet tot de letterkunde hoort, een stukje uit het standbeeld van Stalin dat in 1956 door de Hongaarse opstandelingen in Boedapest aan stukken is gezaagd. Tenslotte - ik denk er zelden aan want dan met spijt - een scherfje van de bom die de Oekraïnse geheime agent Konovaletsj (ik denk omstreeks 1936) op de Coolsingel in Rotterdam het leven heeft gekost. Dat dingetje ben ik kwijtgeraakt. Een onvervangbare splinter van de geschiedenis.

Het is waar wat Nicolaas Matsier in zijn beschouwing over Fetisj! Schrijvers en de dingen zegt: “Hun certificaat van echtheid hebben ze heel hard nodig. Zonder bijschriften bestaan ze nauwelijks.” Nee, zo'n Ding an sich bestaat niet. Maar als je zeker weet dat het van iets zeer bijzonders getuige is geweest, heb je zelf ook toegang tot het bijzondere. De rest hangt van je verbeeldingskracht af.

    • S. Montag