Concurrentie in telefonie snel verruimd

DEN HAAG, 17 FEBR. De Tweede Kamer staat op het punt de concurrentie op de Nederlandse telecommunicatiemarkt aanzienlijk te verruimen. PTT Telecom krijgt bij de exploitatie van zijn landelijke netwerk straks meer dan één concurrent. Bovendien verliest het bedrijf zijn monopolie op spraaktelefonie medio 1997, eerder dan de Europese Commissie voorschrijft.

Dat vloeit voort uit amendementen die zijn ingediend op de voorstellen van minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) tot tussentijdse wijziging van de Wet op de Telecommunicatievoorzieningen. De Tweede Kamer behandelt deze zogeheten interim-WTV aanstaande maandag.

Een eerder voorstel van Jorritsma tot verruiming van de concurrentiemogelijkheden in telecommunicatie wees de Tweede Kamer afgelopen najaar af omdat het de beoogde liberalisering onnodig zou vertragen. Zo achtte de minister één aanbieder van landelijke infrastructuur (kabels, centrales), naast het Netwerkbedrijf van PTT Telecom, voldoende.

De regeringsfracties PvdA en VVD stellen nu voor in ieder geval twee nieuwe infrastructuurvergunningen te verlenen. Ze verwijzen daarbij naar Enertel, een samenwerkingsverband van energiebedrijven en naar Nederlandse Spoorwegen die hun bestaande telecom-netten in concurrentie met PTT Telecom willen aanbieden. Een door de overheid gestimuleerde poging samen te werken liep vorig jaar schipbreuk op een geschil over de zeggenschap. NS wil een sterke, gecentraliseerde structuur. Enertel daarentegen maakt zijn landelijke net graag ondergeschikt aan de wensen van regionale kabelbedrijven, die hun abonnees straks massaal telefoondiensten willen aanbieden en daarvoor nog fors moeten investeren.

Beide partijen besloten daarop ieder voor zich een landelijke vergunning aan te vragen. NS heeft zich daarbij van de steun verzekerd van British Telecom, dat op de Britse telecom-markt al jaren gewend is aan concurrentie. Wordt zowel NS als Enertel een vergunning gegund, zo redeneren PvdA en VVD, dan hoeft geen tijd verloren gaan met toetsen welk van tweeën de beste concurrent voor PTT Telecom is. D66 stelt zich terughoudender op. De fractie wil niet te veel vergunningen met daaraan verbonden graafrechten verstrekken, uit vrees dat straks overal de straten openliggen. Eén extra landelijke vergunning naast regionale vergunningen - wat Jorritsma voorstaat - zou kunnen volstaan, meent D66.

Om nieuwe vergunninghouders in staat te stellen echt te concurreren met de PTT willen de fracties van PvdA en VVD dat voor nieuwkomers voorlopig niet dezelfde eisen gelden als voor de huidige monopolist. Door hen vrij te stellen van de plicht ieder die dat vraagt van een aansluiting te voorzien kunnen de nieuwkomers zich eerst concentreren op de meest rendabele markten. Zodra sprake is van voldoende gelijkwaardige marktposities kan de overheid de zogeheten asymmetrische regelgeving verminderen.

PvdA en VVD zijn verder van mening dat binnenlandse 'vaste' (niet-mobiele) telefonie, de belangrijkste inkomstenbron van PTT Telecom, per 1 juli 1997 ook via netten van derden mag worden afgewikkeld. De Europese Commissie wil dat de EU-lidstaten nationale telefonie met ingang van 1998 liberaliseren. Spraakverkeer is in de meeste Europese landen nog exclusief domein van de staatstelecombedrijven. Alleen in Zweden en Groot-Brittannië hebben abonnees hun telefoonmaatschappij voor het kiezen.

Algemeen wordt verwacht dat meer concurrentie in telecom-voorzieningen en -diensten leidt tot hogere kwaliteit, meer mogelijkheden en lagere tarieven. PTT Telecom zegt mededinging toe te juichen, op voorwaarde van wederkerigheid. Openstelling van de Nederlandse markt voor buitenlandse partijen acht Telecom alleen wenselijk als het dezelfde mogelijkheden krijgt in dat andere land. Ook waar kabelbedrijven van plan zijn met regionale telecom-tarieven te concurreren wil de PTT - dat onder prijstoezicht van de overheid staat en uniforme landelijke tarieven moet gebruiken - gelijke mogelijkheden hebben tot prijsvariatie.