Blunt

Het slaapkamerschandaal dat in de zomer van 1963 de Britse minister van defensie John Profumo de kop kostte, leidde een reeks van daarmee verband houdende schandalen in die ook het Britse koninklijk huis zou hebben gecompromitteerd, als niet een onzichtbare hand discreet had ingegrepen. Er waren getekende portretten van de hertog van Edinburgh en andere leden van de koninklijke familie op de markt gekomen die de koningin in de affaire dreigden te betrekken. Ze waren getekend door een osteopaat (veelal omschreven als een onbevoegde orthopedist), die af en toe zijn weekend-cottage afstond aan bevriende oproepdames die zowel relaties onderhielden met het Britse establishment als met de Russische geheime dienst.

Toen de tekeningen door vrienden van de gearresteerde osteopaat werden geveild om diens proceskosten te betalen, werden ze gekocht door de schilderijenexpert Sir Anthony Blunt, die als Surveyor of the Queen's Pictures een sinecure vervulde op Buckingham Palace en in die hoedanigheid toegang had tot de koningin. Blunt, zo schrijven alle Engelse auteurs die zich over deze kwestie hebben uitgelaten in koor, kocht de tekeningen 'discreet' op om de koninklijke familie buiten de affaire te houden. Blunt deed alles met aangeboren discretie. Hij gaf discrete taxaties van schilderijen die in aanmerking kwamen voor de collectie van de koningin, hij opereerde discreet op veilingen, hij bewoog zich onzichtbaar discreet op kijkdagen en hij knikte discreet om een aankoop veilig te stellen. Discretie was zijn handelsmerk en daarom kon Blunt bij nacht en ontij om een verzegelde boodschap worden uitgestuurd.

Na de capitulatie van het Derde Rijk sleepte hij, op verzoek van koning George VI, in Duitsland particuliere papieren van de Windsors in de wacht, ook al moest daaraan een discrete vorm van intimidatie te pas komen. Een soortgelijke missie vervulde hij in Nederland, waar de voormalige Duitse keizer Wilhelm II tijdens zijn ballingschap had gewoond. En tussentijds kweet hij zich, met de zegen van 'het paleis', nogmaals in Duitsland van een opdracht die het daglicht moeilijk kon verdragen. Wat Blunt daar had gedaan was zo geheim dat de Britse inlichtingendienst MI5 hem na zijn ontmaskering als spion van de Sovjet-Unie daarover niet mocht ondervragen.

Peter Wright, de ondervrager van MI5, die na zijn pensionering vermaard zou worden als de auteur van een internationale bestseller over de avonturen van een Britse geheim agent (Spycatcher), werd door de secretaris van de koningin op zijn huid gezeten om Blunt niet over zijn koninklijke missies aan de tand te voelen. Blunt zou, volgens de koninklijke 'hint', “zo nu en dan misschien verwijzen naar een opdracht die hij uitvoerde voor het paleis: een bezoek aan Duitsland op het eind van de oorlog. Gaat u daar alsublieft dan niet verder op in. Dat is niet in het belang van de nationale veiligheid.”

Zonder zelf over bewijzen te beschikken suggereerde Peter Wright dat Blunt duistere zaakjes voor het koninklijk huis had opgeknapt. Die ene passage ontketende een veelheid van speculaties in latere boeken over de aard van Blunts geheime missies. Daarin werd als vaststaand aangenomen dat Blunt enkele weken na de bevrijding 'belastende' particuliere correspondentie van de hertog van Windsor met zijn Duitse familie voor de Britse koning had 'gerecupereerd' - de destijds gebruikelijke term voor het terughalen van door de bezetter gestolen goederen, die in dit geval eigenlijk niet van toepassing was.

De ongedocumenteerde standaardversie, die bij vrijwel alle auteurs over de hertog van Windsor voorkomt (uitgezonderd Philip Ziegler in zijn biografie van Edward VIII), luidde dat het om correspondentie ging waaruit de nazi-sympathieën van de voormalige Britse koning zouden blijken. Tussen de persoonlijke papieren van de hertog van Windsor zou zich een volledige woordelijke weergave bevinden van het gesprek dat de hertog van Windsor voor zijn troonsbestijging met Hitler had gevoerd. Blunt, die met Owen Morshead, de bibliothecaris van Windsor Castle, op pad was gestuurd, had de brieven opgespoord in het slot Kronberg, het familiegoed van de prinsen van Hesse bij Frankfort, dat in de Amerikaanse sector van het door de Geallieerden bezette Duitsland lag en bij hun aankomst fungeerde als een Amerikaanse officiersclub.

'Het paleis' heeft nooit tegengesproken dat Sir Anthony Blunt speciale opdrachten voor het koninklijk huis had vervuld (in ruil waarvoor hij nooit vervolgd werd voor zijn spionage voor de Russen), maar wel krachtig ontkend dat Blunt er op uit was gestuurd om nazigezinde papieren van de hertog van Windsor gevankelijk naar Engeland terug te brengen. In Sarah Bradford's pas verschenen biografie van het Britse staatshoofd (in de boekenbijlage van 27 januari j.l. besproken) wordt die standaardversie als een mythe van een geheim agent gekwalificeerd.

De kordate Bradford reduceert de geschiedenis van de opgespoorde nazi-brieven overtuigend tot een ongefundeerd Indianenverhaal. Ze ontkent de nazi-sympathieën van de hertog van Windsor geenszins, integendeel, ze meet diens voorkeur voor een coalitie tussen Hitler-Duitsland en Engeland breed uit, maar het ging, zegt ze, koning George VI helemaal niet om 'belastende' brieven van zijn broer, doch om historische brieven van koningin Victoria die gevaar liepen in handen van (gevreesd werd: ongeletterde) geallieerde militairen te vallen. Volgens Bradford zijn de Kronberg-papieren die Blunt en Morshead in 1945 hebben opgespoord altijd verward met de in 1957 gepubliceerde 'Captured German Documents', die een nauwkeurig beeld geven van het nazi-netwerk rondom de hertog van Windsor. De geruchten willen dat Blunt daarmee 'het paleis' zou hebben gechanteerd. Maar volgens Sarah Bradford ontbreekt daarvoor elk bewijs.

    • Harry van Wijnen