Belang rotsen groter door nieuw verdrag

ROTTERDAM, 17 FEBR. Japan en Zuid-Korea, Griekenland en Turkije, Eritrea en Jemen, Roemenië en Oekraïne; het zijn enkele staten die sinds december in conflicten verwikkeld zijn over rotseilandjes. Afgaande op het aantal conflicten rond rotspunten in zee lijkt het belang van deze eilandjes te zijn toegenomen.

Op de achtergrond van deze territoriale spanningen speelt het nieuwe Zeerechtverdrag. Dit in 1982 overeengekomen verdrag is 16 maanden geleden van kracht geworden. Het verdrag geeft kuststaten recht op een territoriale zone - de zone waar een kuststaat volledige politieke, juridische en economische zeggenschap heeft - van twaalf zeemijl (ongeveer 21 kilometer). Voordien was dit zes mijl. Daarnaast introduceerde het nieuwe zeerecht een zogeheten Exclusieve Economische Zone (EEZ). In de EEZ, die 200 mijl telt vanaf de kustlijn, heeft de kuststaat het exclusieve recht behalve de wateren ook de zeebodem te exploiteren.

Volgens Menno Langeveld, docent zeerecht aan het Koninklijk Instituut voor de Marine is een van de oorzaken voor de toenemende spanningen rond rotseilandjes de grote betekenis van de EEZ. “De hulpbronnen op land”, zegt Langeveld, “worden schaarser waardoor die van de zee in belang toenemen. Daarmee groeit ook het belang van een zo groot mogelijke EEZ.”

De meest recente spanningen tussen Griekenland en Turkije eind januari - ingegeven door het voornemen van Griekenland om de territoriale zone te vergroten in lijn met het verdrag - en tussen Zuid-Korea en Japan - als gevolg van hun beider wens om een EEZ in te stellen - werpen de vraag op of het Zeerechtverdrag niet een motor is geworden van conflicten.

Volgens Barbara Kwiatkowska, hoogleraar zeerecht aan de Rijksuniversiteit Utrecht, is het Zeerechtverdrag “het beste verdrag dat in de geschiedenis van het internationaal recht is gemaakt”. “Het verdrag is gemaakt door allen die belang hadden bij een verdrag over het zeerecht. Niet alleen advocaten hebben er aan gewerkt, maar ook economen, diplomaten en belangengroeperingen. Het resultaat is een duidelijk en breed opgezet verdrag, dat alle ruimte geeft aan staten die onenigheid hebben over gevoelige onderwerpen om dit onderling op te lossen. De definitie van een eiland bijvoorbeeld geeft voldoende aanknopingspunten en ruimte om onenigheid daarover tussen staten in overleg weg te werken.”

Ondanks de “ruimte voor overleg” houdt Zuid-Korea militaire oefeningen bij zijn eilandjes Tokdo om Japan, waar de twee rotspunten Takeshima heten, te tonen wie de rechtmatige eigenaar is. De rechtmatige eigenaar van de eilandjes, zegt Kwiatkowska, kan met recht een EEZ opeisen. Zij benadrukt dat het belang van de rotsen (met een totale oppervlakte van 186 vierkante meter) gelegen is in de zee rond Tokdo. “Het conflict gaat over soevereiniteit maar vooral over visgronden. De zee rond Tokdo is rijk aan vis. Japan verklaarde in 1977 al een visserijzone van 200 mijl, Zuid-Korea heeft nooit meer dan de territoriale zone opgeëist. Nu beide staten een EEZ willen uitroepen die gedeeltelijk overlappen, ontstaat een probleem.”

Volgens Langeveld is de vraag gerechtvaardigd of eilandjes als Tokdo recht geven op de EEZ er omheen. “Een rots van tien bij twintig meter kun je niet echt een eiland noemen. In het zeerecht staat dat een eiland bij hoog water droog moet blijven, en dat het economisch levensvatbaar moet zijn. Is een rots van tien bij twintig meter economisch levensvatbaar?”

Kwiatkowska stelt dat ook een kleine rots in een zee waarin veel vis zwemt de mogelijkheid biedt voor economische zelfredzaamheid. “Ik kan voor elk juridisch hof hard maken dat de meeste rotsen in zee economisch levensvatbaar zijn. Mururoa bijvoorbeeld, waar Frankrijk veel van zijn atoomproeven heeft uitgevoerd, is levensvatbaar omdát daar Franse militairen actief zijn. Er is economisch leven op het atol Mururoa.”

Zouden Japan en Zuid-Korea besluiten hun geschil over de eilandjes, die volgens Kwiatkowska vooral onenigheid is over de Exclusieve Economische Zone rond Tokdo/Takeshima, voor te leggen aan een onafhankelijke arbiter, dan kan de Zuidkoreaanse visser op één van de rotspunten van Tokdo vanuit volkenrechtelijk oogpunt van groot belang worden.