Aan Rabin valt veel te verdienen

DAVID HOROVITZ: Soldaat van de vrede. Jitschak Rabin: de biografie

352 blz., geïll., Vassallucci 1996, vertaling: TEXTCASE, ƒ 39,90

Wat een half jaar geleden nog ondenkbaar was, is sinds 4 november, toen premier Yitzhak Rabin werd vermoord, werkelijkheid geworden. De ex-generaal die als zo koel en gereserveerd bekend stond, werd uitgeroepen tot zowel heilige als strijder en martelaar voor de vrede. De algemene rouw en verslagenheid over zijn dood, vooral onder de jongeren, waren oprecht, geen ééndags-oprispingen van massa-hysterie. Tot de dag van vandaag bepalen zij het politieke klimaat van Israel.

Rabins plotselinge dood had niet onder dramatischer omstandigheden kunnen plaatsvinden. Even tevoren had hij - aarzelend weliswaar, maar tòch - op een massa-demonstratie ten gunste van het vredesproces met de Arabieren het Lied van de Vrede meegezongen. Eind jaren '60 werd datzelfde lied door de legerradio geboycot omdat het in feite niet zo zeer een vredeslied was, maar een protest tegen de retoriek van die dagen, die de jeugd opriep blijmoedig voor het vaderland te sterven.

Voor Yitzhak Rabin was patriottisme vanzelfsprekend. Dat uitgerekend híj dat lied meezong, was revolutionair. Evenals zijn woorden op die gedenkwaardige avond: “Vrede is in overeenstemming met de diepste wens van het joodse volk (...) Zonder omhaal van woorden wil ik zeggen dat wij onder de Palestijnen een partner voor de vrede hebben gevonden. Die partner is de PLO. Zij was onze vijand, maar zij heeft aan het terrorisme een eind gemaakt. Zonder partner zal er geen vrede zijn.” En om zijn woorden kracht bij te zetten vervolgde hij: “De weg van de vrede is te verkiezen boven die van de oorlog. Dat zegt een soldaat tot jullie, een minister van defensie, een man die het verdriet ziet van de families die in rouw gedompeld zijn (...)”. Nog geen uur later was de spreker dood.

Pragmatisch

Yitzhak Rabin, die na zijn militaire carrière politiek bedreef alsof hij nog in het leger zat en geen tegenspraak duldde als hij dacht de juiste koers te bewandelen, die zich vaak als een boerenpummel gedroeg, maar ook de man was die heel lang kon aarzelen alvorens een beslissing te nemen - diezelfde zo autoritaire, keiharde en botte, maar tegelijkertijd zo gevoelige en verwondbare Yitzhak Rabin zou waarschijnlijk met een mengeling van verheugdheid en scepsis eventjes hebben geglimlacht bij het zien van al die genegenheid, ja zelfs aanbidding voor zijn persoon. Nòg ongemakkelijker zou hij zich hebben gevoeld als hij geweten had dat na zijn dood zowel de politiek als de commercie zich van zijn aandenken meester maakten. Zijn opvolger Shimon Peres schrijft nu vervroegde verkiezingen uit om daarin gretig Rabins nagedachtenis te gebruiken. En de textielhandel doet goede zaken met Rabin-T-shirts en Rabin-legerpetten. De vermoorde premier is kortom 'the sexiest man in town'.

Dat vonden ook de uitgeverijen. Zij stonden in de rij om zo snel mogelijk met een boek over Rabin op de markt te komen. Zijn kleindochter Noah, die met haar emotionele speech op de begrafenis zo'n induk maakte, heeft al een fortuin gekregen om over haar opa te schrijven. Ook zijn weduwe Leah zal waarschijnlijk over het leven met haar man berichten.

De race om het eerste boek over de vermoorde premier werd gewonnen door dertien journalisten van het links-liberale Israelische blad Jerusalem Report. Drie weken na Rabins dood tekenden zij het contract en een maand later hadden zij onder eindredactie van David Horovitz hun in het Engels geschreven werkstuk klaar. Vervolgens hadden de Nederlandse vertalers slechts drie weken nodig.

Vluggertjes hebben - zowel in de liefde als in het schrijven en uitgeven van boeken - over het algemeen geen permanent karakter. Zij beklijven niet en laten uiteindelijk weinig of niets na. Dat zal vrijwel zeker ook het lot zijn van Soldaat van de Vrede - een idiote titel, bedoeld om de verkoop te bevorderen van een boek, waarin de hoofdpersoon vooral geschetst wordt als iemand die veiligheid zocht voor zijn land en, afhankelijk van de omstandigheden, daarvoor oorlog dan wel vrede de beste methode vond.

Rabin was beslist geen soldaat van de vrede. Hij was - met alle halsstarrigheid, die eveneens kenmerkend voor hem was - juist een pragmatisch man die weinig ophad met ideologen. Toen hij er eenmaal van overtuigd was dat Israel zich in de best mogelijke strategische uitgangspositie bevond om vrede te sluiten, sloeg hij die weg in. Zachtzinnigheid, zeker tegenover zijn ideologische tegenstanders, was hem vreemd. Tot een groep Amerikaanse joden, die vonden dat hij de toekomst van het joodse volk in gevaar bracht en de integriteit van Erets Israel (het Land Israels) aantastte door stukken ervan aan de Palestijnen over te dragen, zei hij, kort voordat hij vermoord werd: “De Bijbel is geen kadaster en evenmin een aardrijkskundige kaart.”

Hoewel Rabin de anti-these vertegenwoordigde van alles wat maar modieus was, begreep hij op een leeftijd waarin anderen star vasthouden aan de ideeën van hun jongere jaren dat Israel niet eeuwig oorlog kon blijven voeren, en dus pijnlijke concessies moest doen terwille van een vrede die vol vraagtekens zou blijven. Dat maakt het boek wel duidelijk. Maar de auteurs hadden zo'n haast dat zij veel te weinig mensen en archieven konden raadplegen. Volgens Horovitz weigerden ook nog eens de naaste familieleden van Rabin, met uitzondering van zijn zuster, elke medewerking - waarschijnlijk omdat zij hun eigen agenda en boekverplichtingen hadden.

Zo blijft het onduidelijk waarom Rabin de kolonisten in de bezette gebieden uitzuigers en parasieten noemde, maar nooit ècht tegen hen optrad. Was het omdat velen van diezelfde kolonisten door diverse Israelische regeringen niet alleen uitbundig om hun vaderlandslievende inzet waren geprezen, maar ook nog met financiële subsidies royaal beloond? Wanneer zij zich ernstig misdroegen tegenover de Palestijnen, werden zij in elk geval door de overheid niet of nauwelijks gestraft.

Terecht probeerden de schrijvers Rabin te verweven met de geschiedenis van de staat Israel. Want daarvan is hij niet los te denken. Maar hun feitelijke en oersaaie manier van schrijven doet geen recht aan de dramatiek die met de geschiedenis van Israel is verbonden. Zij werkten volgens het principe van de Amerikaanse kwaliteitskranten dat elk stukje nieuws een bronvermelding behoeft, teneinde het geloofwaardig te maken. Maar zij vergaten dat zij geen nieuws(analyse) hoefden te leveren en dat de lectuur van een boek bepaald niet spannender wordt als de heren X, Y en Z vertellen dat Rabin volgens hen zus of zo zou hebben gedacht of gehandeld. Als de schrijvers bronvermelding zo noodzakelijk vonden, hadden zij veel beter met een notenapparaat kunnen werken om het verhaal een beetje vaart te geven. Bovendien blijkt hun vluggertje niet vlug genoeg te zijn geweest: nu al is een deel van het aan Jigal Amir, de moordenaar van Rabin, gewijde verhaal door de feiten achterhaald.

Door de supersnelle fabricage van Soldaat van de Vrede biedt het boek de geïnformeerde lezer geen nieuwe gegevens of uitgangspunten. Het is een opsomming van persberichten, krantenartikelen en interviews, zoals die in een serieuze krant passen. Dat wil niet zeggen dat er geen interessante hoofdstukken in staan. Met name de beschrijving van de (geheime) onderhandelingen met de PLO, de problematische verhouding tussen Rabin en de Amerikaans-joodse organisaties, en de opkomst na 1967 van religieus-nationalistische sentimenten zijn wel degelijk boeiend.

Wie, zoals de auteurs van dit boek, met begrip en zelfs genegenheid over Rabin schrijft, kan er vrijwel niet omheen Rabins collega en eeuwige rivaal, Shimon Peres, wat minder begripvol te benaderen. Rabin had namelijk zowel bewondering als minachting voor Peres, die hij - om het vriendelijk te zeggen - niet de meest betrouwbare collega vond. De schrijvers delen kennelijk die mening. Ze hebben het over Peres' 'hoogdravende retoriek' en over zijn beleidsbeslissingen in de onderhandelingen met Syrië 'die Rabin nooit zou hebben genomen'. Rabin zou zich daarover 'waarschijnlijk in zijn graf omdraaien'. Maar wat men ook over Shimon Peres moge denken, in het boek zijn dat losse beweringen die verder niet worden waargemaakt.

Daarnaast bevat het boek op vrijwel elke bladzijde zoveel fouten, dat het haast meelijwekkend is, als het niet zo schandelijk was lezers op deze manier te bedienen. Namen worden verhaspeld, zinnen zo krom geformuleerd dat zij vaak meer op kruiswoordpuzzels lijken, en simpele gegevens (Shimon Peres, 'de minister van binnenlandse zaken') verkeerd weergegeven. Wat moeten lezers beginnen met zinnen als 'Rabin praatte graag over minder urgente onderwerpen (...) en kon boos worden wanneer ik zei dat ik over wat meer marginale zaken wilde praten', of 'Als eerste stap weigerde hij (premier Rabin) de al lang bestaande positie in te nemen van adviseur voor diaspora-zaken'?

Aangezien het Engelstalige boek nog niet op de markt is, valt het niet te beoordelen of het merendeel van die fouten in de oorspronkelijke tekst aanwezig was of de vrucht is van het ongekend slechte werk dat de Nederlandse vertaalsters leverden. Veel van hun zinnen zijn totaal onbegrijpelijk omdat zij woorden en begrippen letterlijk uit het Engels in het Nederlands overbrachten. Hoe dan ook, het staat vast dat de Nederlandse uitgever vervolgens niet de moeite nam de drukproeven te corrigeren. Evenmin vond hij het nodig het boek, dat bol staat van namen, van een index te voorzien.

Zoals Yitzhak Rabin het niet verdiende op grond van vermeend 'verraad' te worden vermoord, zo verdiende hij evenmin een werkje van het huidige kaliber. Eén troost: de uitgever heeft meegedeeld dat een tweede, verbeterde druk in voorbereiding is.