World Press Photo: inkijkje in het aardse tranendal

Zitten Amerikaanse persfotografen dichter op het nieuws, zijn ze moediger of eenvoudigweg gewoon beter? De 39ste World Press Photo-competitie, het jaarlijkse wereldkampioenschap fotografie, is voor de vijfde keer in successie gewonnen door een Amerikaan. Ditmaal is het Lucian Perkins, werkzaam voor de Washington Post. Zijn in mei vorig jaar gemaakte foto van een jongetje dat per bus vlucht voor de gevechten in Tsetsjenië, werd uit ruim 29.000 inzendingen gekozen als de beste persfoto van 1995. De foto kreeg eveneens een eerste prijs in de categorie Algemeen Nieuws.

Evenals de twee voorgaande edities gaat het om een zwartwit foto, en opnieuw is het niet zozeer een harde nieuwsfoto als wel een beeld met een grote (zij het allerminst originele) symboolwerking.

Tsetsjenië deed het overigens 'goed' op World Press 1995. Naast Perkins' foto werden nog eens zes andere onderscheiden, waaronder die van voormalige (eveneens Amerikaanse) hoofdprijswinnaars Anthony Suau (1987) en James Nachtwey (1992, 1994). Ter vergelijking: Bosnië en Rwanda komen ieder slechts tweemaal op de erelijst voor.

Fotograaf Dirk Buwalda, het enige Nederlandse lid van de internationale jury onder voorzitterschap van Alain Mignam (voormalig directeur van het Franse foto-agentschap Sygma) over Perkins' foto: “Het is een beeld dat tedere emoties oproept. Gemaakt in Tsetsjenië, gaat het eigenlijk over het globale probleem van hulpelozen, ontheemden en ontrechten.” De foto was niet zijn eerste keus, zegt Buwalda. “Maar ik kan me er prima in vinden. De verschillen tussen de foto's die in de laatste ronde overblijven zijn maar heel klein.”

Ellende is de fotojournalistiek eigen, maar van wat hij de week die de jurering in beslag nam onder ogen heeft gekregen, heeft hij geen slapeloze nachten gehad, zegt Buwalda. Toch waren er twee foto's die grote woede in hem losmaakten: de foto van zwarte Amerikaanse soldaat op Haïti, die verdwaasd staat te kijken naar temidden van dozen en andere rommel opgetaste kinderlijkjes (Carol Guzy, net als Perkins werkzaam voor de Washington Post) en die van de besnijdenis van een Keniaans meisje (Stephanie Welsh, VS). “Die moesten gezien worden, vond ik.” Buwalda wist zijn mede-juryleden te overtuigen: Guzy won een tweede prijs in de categorie Spot Nieuws, Welsh in de categorie Mensen in het Nieuws Series.

Het kan er bij de jurering inderdaad heftig aan toe gaan, zei jury-voorzitter Mignam bij de installatie van de jury, een week geleden in het hoofdkantoor van World Press-sponsor KLM, waar gewoontegetrouw het conclaaf plaatsheeft. “We zullen ruzies maken, nachtmerries krijgen en besluiteloos zijn.” Maar het was ook een dankbare en plezierige taak, voegde hij eraan toe. “Tenslotte krijgen wij de crème de la crème van de fotojournalistiek onder ogen.”

Ter illustratie was op zeven verdiepingen van het KLM-gebouw een deel van de inzendingen op de gangvloeren uitgespreid, verdeeld over de acht categorieën die de competitie kent (elk verdeeld in series enkele stuks). Het was, zoals gebruikelijk weer een niets verhullend inkijkje in het aardse tranendal: zwervers, lijken, neonazi's, honger, kinderen met geweren, mannen met bivakmutsen. En afgaande op het aanbod in de categorie Spot Nieuws was 1995 beslist het jaar van de afgehakte hoofden: langs spoorbanen en op voetbalveldjes, tussen het afval of de fietsen. Wie het in werkelijkheid onder ogen zou krijgen, zou de maag terstond omkeren, maar gereduceerd tot fotopapier levert het weinig meer op dan gênante nieuwsgierigheid: zo ziet dat er dus uit. En voort maar weer, naar de ingepakte Rijksdag, een bloederig auto-ongeluk, de fatale brand en een verdrietige Willy Claes - in kleur en zwartwit, groot of op het formaat van een ansichtkaart; de beeldcultuur in optima forma.

Eigenlijk zou iedere beginnende fotojournalist verplicht moeten worden minstens één keer deze 'ronde van Amstelveen' te maken; het is een relativerende, om niet te zeggen louterende ervaring.

World Press Photo heeft de laatste jaren de gewoonte haar eigen records te verbeteren. Zo ook dit jaar, waarin maar liefst 3069 fotografen uit 103 landen de weg naar Amstelveen wisten te vinden (vorig jaar: 2997 uit 97 landen), al stuurden ze gezamenlijk wel iets minder foto's in: 29.116, tegenover 29.885 in het vorige jaar.

De groei is echter meer een indicatie van de toenemende aantrekkingskracht van de competitie dan van de stijgende kwaliteit ervan. Van verschillende kanten viel te beluisteren dat het beeld eigenlijk al jaren hetzelfde is. Er is een kleine top, een aardig middenveld en dan, op afstand, de rest. De prijswinnaars komen dan ook vooral uit een beperkt aantal (15), voornamelijk Westerse, landen. Van de in totaal 46 verleende onderscheidingen (in de catagorie Wetenschap en Techniek werden geen tweede en derde prijs toegekend) vielen er slechts vijf ten deel aan niet-Westerse fotografen. Van de zestien hoofdprijswinnaars hebben zeven de Amerikaanse nationaliteit, en komen er maar twee uit een niet-Westers land: de Indonesische fotograaf Sholihuddin (eerste prijs Spot Nieuws met een foto van een verongelukte supportersbus op Java) en de Chinees Li Nan (eerste prijs Kunst met de inmiddels bijna gebruikelijke foto uit een turnschool).

Onder de onderscheiden fotografen bevinden zich geen Nederlanders. De tentoonstelling met de winnende foto's zal te zien zijn in tenminste 35 landen en wordt op 25 april officieel geopend in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

    • Eddie Marsman