Voetbal Europa!

Van een beschaving als de Nederlandse die zo hecht vergroeid is met het voetbal zou je verwachten dat daar in de loop der jaren een rijke door deze sport geïnspireerde literatuur is gegroeid.

In 1889 is hier het voetbal georganiseerd. De Tachtigers hadden er dus al over kunnen schrijven maar ze hebben dat niet gedaan. In het begin van de eeuw verschijnt het klassieke De AFC'ers van J.B. Schuil, een jongensboek. Graag had ik het jaar van verschijnen gemeld, maar tekenend, de auteur wordt door onze encyclopedisten versmaad. In 1928 wordt in Amsterdam het Olympisch Stadion gebouwd, en - alweer typerend - waarschijnlijk zal het nu worden afgebroken omdat op de plaats van dit historisch monument 'woningen' moeten komen. Van 1928 wemelt het in de vaderlandse geschiedenis van triomfen en nederlagen ('We gaan naar Rome'), maar in de literatuur is er geen spoor van terug te vinden.

In 1968 schrijft Gerben Hellinga het toneelstuk Ajax-Feyenoord. Hij heeft daarvoor research gedaan. Wat er in zijn stuk door het publiek op de tribunes wordt geroepen is allemaal aan de werkelijkheid ontleend. Bloed aan de paal! Schop hem het graf in! Enz. De sportpers reageert verontwaardigd: Hellinga heeft schromelijk overdreven, het voetbal is in een verkeerd daglicht geplaatst, het bonafide publiek beledigd. De scherpte van de reacties in aanmerking genomen komt de auteur er nog goed vanaf. Wel dringt de bijzondere voetbaltaal door tot het algemeen spraakgebruik en gebruiken zelfs kamerleden aan het voetbal ontleende beeldspraak (een één-tweetje, voor open doel, op de reservebank, terugfluiten), maar wie de literatuur volgt zou nog altijd kunnen denken dat we hier in een land wonen waar ze niet eens weten wat voetbal is.

In The Old Patagonia Express beschrijft Paul Theroux hoe hij ergens in Midden-Amerika in een voetbalhel terecht komt. Het is de wedstrijd tussen Honduras en El Salvador. Ryszard Kapuszinsky behandeld in zijn The Soccer War de oorlog tussen die twee landen, in feite een uit de hand gelopen wedstrijd. Johan Cruyff heeft het met zijn portret tot de voorpagina van Time gebracht; Rinus Michels is de auteur van een der weinige Nederlandse aforismen die de volgende eeuw wel zullen halen. En wat een prachtig toneelstuk, of televisieserie speelt zich nu weer af: De machtsgreep van Staatsen, een drama van een onnederlandse intensiteit, live voor de camera gebracht, en met een typecasting om van te likkebaarden. Je hoeft als toneelschrijver eigenlijk alleen maar met je bloknootje voor de televisie te gaan zitten. Doet iemand dat? Ik hoop het maar ik vrees van niet.

Er is één meeslepende Nederlandse roman waarin het voetbal een belangrijke rol speelt: Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans. Men herinnert zich dat de gedemobiliseerde, uit Indië teruggekeerde Lodewijk Stegman en zijn vriend Nico Kervezee een politieke partij willen oprichten: De Europese Eenheids Partij. Stegman ontmoet bij toeval de 62-jarige zakenman Key die veel in het revolutionaire plan ziet. Key gaat een voetbalkrantje uitgeven met daarin een formulier waarop je de uitslagen van de 'zondag te spelen wedstrijden' kunt invullen: AGOVV - 't Gooi... Sneek - Zwartemeer... Het is een voorloper van de voetbalpool. De twee aanstaande politici en de ondernemer sluiten een bondgenootschap. VOETBAL EUROPA! zal het krantje heten, roept Key. 'Wat zeg je ervan? Het is de synthese van onze ideeën. De voorpagina en de volgende gebruiken we om artikelen op af te drukken. Daarop zetten we onze denkbeelden uiteen. Maar jongens, als we er niets anders in zouden zetten, enkel onze ideeën, dan zouden we van deze krant niet vet worden. Dan moest er geld bij! Drukwerk waar alleen maar ideeën staan, dat wordt in ons land niet gekocht om dan over nieuwe ideeën helemaal niet te praten...' Volgens Key moet er 'trammelant' worden gemaakt, waarbij hij een voorbeeld neemt aan de techniek van de 'Roomse Kerk.' Want: 'Verkopen! Daar gaat het om! Geen honderduizend maar tweehonderdduizend, driehonderdduizend, vijfhonderdduizend. Dan komt er muziek in. Reken maar dat de mensen erin zullen bijten!'

Dit is geschreven tussen februari en juni 1951 toen er in Nederland geen voetbalpool bestond en het nog zes jaar zou duren voor er een nieuwe partij werd opgericht. (Ik citeer uit de 16de druk verschenen bij G.A.van Oorschot in 1993). Vergis ik me of zie ik hier een scherpe blik in de toekomst, op deze februari van 1996 die in de geschiedenis zal worden bijgeschreven als de maand waarin volk en politiek geschokt raakten toen er een voetbalkanaal werd opgericht?

    • H.J.A. Hofland